Hoogleraren bekritiseren onderbouwing Betuwelijn

TIEL, 16 OKT. Er zijn onvoldoende gegevens beschikbaar om een gefundeerd besluit te nemen over de Betuwelijn. De financiële en economische onderbouwing schiet tekort. Tot deze conclusie kwamen vier hoogleraren gisteren op een congres over de Betuwelijn in Tiel.

Op basis van de gegevens die het bureau Twijnstra Gudde in opdracht van de Tweede Kamer heeft vergaard noemde de Delftse hoogleraar civiele techniek A. Pols de Betuwelijn “een potentiële planningsramp”. Volgens hem zouden er meer gegevens op tafel moeten komen, teneinde een evenwichtige kosten-baten-analyse te kunnen maken. “Veel kosten die niet in de raming voor de Betuwelijn zijn opgenomen, zijn wel nodig om de opbrengsten ervan te realiseren.”

Als voorbeelden noemde Pols onder meer de railservicecentra en de investeringen in rollend materieel. Ook de kosten van de aftakkingen naar Oldenzaal en Venlo zijn niet in de planologische kernbeslissing genoemd. De Groningse hoogleraar ruimtelijke economie J. Oosterhaven viel hem bij. Hij vindt dat er “klakkeloos” wordt gewerkt met gegevens die zijn verstrekt door belanghebbende partijen als de Nederlandse Spoorwegen en het Rotterdamse Havenbedrijf.

Pols pleitte er tevens voor rekening te houden met opportunity costs - de opbrengsten bij de best denkbare alternatieve besteding van bedrag dat met de aanleg van de Betuwelijn is gemoeid. Zo vindt hij dat het ministerie van verkeer en waterstaat onvoldoende heeft gekeken naar de mogelijkheden van de binnenvaart om het extra aanbod aan vracht te verwerken.

Het congres, georganiseerd door het Nederlands Instituut voor Ruimtelijke Ordening en Volkshuisvesting (NIROV) en de Vereniging Landelijk Overleg Betuweroute (VLOB), was bedoeld als een laatste poging om de vele ideeën omtrent de Betuweroute nog eens in kaart te brengen. In veel voordrachten draaide het niet zozeer om de vraag hóe de Betuwelijn moet worden aangelegd, maar vooral óf hij er eigenlijk wel moet komen. Sprekers die deze vraag opwierpen toonden zich niet direct tegenstander van de goederenlijn naar Duitsland, maar signaleerden een gebrek aan gegevens, al beaamden ze dat absolute zekerheid nu eenmaal nooit te krijgen valt over een dergelijke investering.

“Ook wanneer de vervoersprognoses van de Betuwelijn wel worden gehaald, zullen jaarlijks miljoenen aan exploitatiebijdragen moeten worden bijgepast”, voorspelde C.J. Ruijgrok van INRO-TNO, tevens hoogleraar transport en logistiek management in Tilburg. De voorstelling van zaken die McKinsey geeft over de bedrijfseconomische perspectieven van de Betuwelijn noemde hij “tendentieus”. “Zelfs bij financiering uit de schatkist is de lijn niet rendabel te exploiteren.”

Het Tweede-Kamerlid voor de VVD J.D. Blaauw stelde gisteren voor de besluitvorming over de Betuwelijn uit te stellen om de mogelijkheden van de binnenvaart en de resterende capaciteit van de spoorwegen nader te onderzoeken. Zijn voorstel werd door de fracties van de regeringspartijen van de hand gewezen. De vaste Kamercommissie voor verkeer en waterstaat vergadert op 22 november over de Betuwelijn.

Dagvoorzitter H. Priemus, hoogleraar technische bestuurskunde in Delft, dankte aan het eind van de discussie “de hemel” dat hij niet in de schoenen van een Kamerlid stond, want het leek hem erg lastig om op basis van de beschikbare gegevens tot een gefundeerd besluit te komen. “Alleen als CDA-Kamerlid zou ik er raad mee weten: God zegene de greep.”