Het kan toch niet waar zijn dat Amsterdam wordt opgeheven

Twee processen voltrekken zich in de luwte van de publieke opinie: de binnengemeentelijke decentralisatie en de regionalisering die zal leiden tot nieuwe "stadsprovincies'. Nu het tot velen doordringt, dat daarmee de gemeente Amsterdam wordt opgeheven, schrikken de mensen wakker. Kàn dat zomaar? Kunnen we dat toelaten?

“Een ding is zeker: de gemeenten Amsterdam en Rotterdam worden opgeheven”, zo schrijven Grosveld en Van der Reijden apodictisch in NRC Handelsblad van 13 oktober. Binnengemeentelijke decentralisatie en regiovorming, het tweelingproces dat de opheffing van de gemeenten Amsterdam en Rotterdam inhoudt, zijn begrippen die het grote publiek hoegenaamd niet interesseren. OOR staat voor Overlegorgaan Rotterdam en ROA voor Regionaal Overlegorgaan Amsterdam. Maar een gewoon mens ziet dat als iets abstracts. Hij woont in Amsterdam of Rotterdam, en zelfs zijn stadsdeel brengt hem meestal niet tot warme gevoelens. Er komt echter een moment waarop iedereen zich wèl bij het proces betrokken voelt, vooral waar het Amsterdam betreft. In het hele land wonen mensen voor wie Amsterdam een speciale betekenis heeft. Niet alleen omdat Amsterdam in de grondwet van 1982 wordt genoemd "de hoofdstad van Nederland', de plaats waar het staatshoofd wordt ingehuldigd; maar vooral omdat Amsterdam voor alle Nederlanders ook emotioneel de hoofdstad van Nederland is. Dat moment dient zich aan nu er sprake is van het opheffen van de gemeente Amsterdam.

Deze opheffing hangt samen met de reeds voltooide schepping van nòg een bestuurslaag, die van de stadsdeelraden. Komt het ROA tot stand, dan zou dit leiden tot het ontstaan van vijf bestuurslagen: deelraad, gemeente, ROA, provincie, Rijk. De logische conclusie die de bestuurskundigen hieruit trekken is opheffing van de gemeente en het ROA uit de provincie lichten, zodat er drie lagen overblijven: deelraad, ROA, rijk. In deze constructie zullen de stadsdelen zelfstandige gemeenten worden, die eendrachtig met Amstelveen, Uithoorn en Zeevang hun regio zullen besturen.

De positie van de binnenstad van Amsterdam wordt dan verduidelijkt. Zij heeft nu nog geen eigen deelraad, zij wordt door het centrale stadsbestuur geregeerd. Dit is een onlogische situatie, omdat het centrale bestuur wordt gekozen door de nu nog bestaande hele gemeente Amsterdam. Zo mag iedereen over de binnenstad meestemmen. De bewoners van de binnenstad mogen echter niet meebeslissen over de diverse stadsdelen. Daarom zal de binnenstad van Amsterdam een aparte gemeente worden, die dan... de hoofdstad van Nederland zal zijn, waar het staatshoofd wordt ingehuldigd.

Het zijn echt plannen, "blauwdrukken', van bestuurders. Stroomlijning, splitsen en samenvoegen, het bestuur dichter bij de burger (trouwen in je buurt) en tegelijkertijd schaalvergroting ter wille van een uniforme grondpolitiek, een samenhangend openbaar vervoer en een doeltreffende woningpolitiek: de bestuurders zien het helder voor zich.

Maar zó eenvoudig zit nu juist die burger, die dichter bij het bestuur wordt gebracht, niet in elkaar. Sinds kort, als bij een chemisch verzadigingspunt - dringt het tot Amsterdammers van allerlei kringen door dat "Amsterdam wordt opgeheven'. “Maar dat kàn toch niet”, luiden de reacties, die variëren van stomme verbijstering tot blinde razernij.

Amsterdammers hebben juist in de laatste decennia, mede door de buurtgerichte stadsvernieuwing, een groot historisch besef ontwikkeld. Monumentenzorgers zijn de Buitensingelgracht overgestoken en juichen het toe dat de Vertrekhal van de KNSM, de Majellakerk, Betondorp en het Vogeldorp werden behouden. Dàt is omgaan met je stad. Dit is een ontwikkeling, die ook aan Rotterdam niet voorbij is gegaan, waar, ondanks gigantische modernismen, de interessante buurten uit de tijd tussen de twee wereldoorlogen werden gered.

Het opheffen van de gemeente Amsterdam wordt ervaren als een schending van dit historisch besef. Een dergelijk gevoel van gekwetst zijn is een relevant maatschappelijk feit. De bestuurders zeggen sussend: het loopt zo'n vaart niet, Amsterdam wordt niet aangetast, het wordt alleen bestuurlijk deel van een groter gebied. Ook Berlijn en Londen zijn niet zomaar "stad', maar grote stadsprovincies. Toch zijn er bij deze bestuurlijke ingreep wel een paar concrete punten van redelijke twijfel te noemen.

De bestaande kleine stadsdelen zullen worden samengevoegd tot een kleiner aantal. Maar ook een groter stadsdeel is niet gauw te vergelijken met een compleet dorp; het blijft een fragment van die grote stad, waarvan wij altijd hebben geleerd, dat zij zo schitterend ontworpen, organisch gegroeid en prachtig van samengang was. Kan zo'n stadsdeel dan een gelijkwaardige partner zijn van een dorp of een stad met een lange traditie van eigen bestuur, zoals Amstelveen en Edam?

De blauwdruk ziet er eerder uit als een bedachte constructie dan als een organisch gegroeid patroon. Thorbecke, wiens gemeente- en provinciewetten nu bijna anderhalve eeuw oud zijn, was opgeleid in de historische rechtsschool van de Duitse romantiek, die uitging van het historisch gegroeide in de samenleving. "Bestuur volgt structuur' was zijn leidraad. De leidraad van de nieuwe bestuurders lijkt eerder: de structuur zal wel volgen, als we de nieuwe bestuursvorm eenmaal hebben ingesteld.

De twee bestuurshervormingen, die zich tot nog toe in de luwte van de publieke opinie hebben voltrokken, komen nu in het volle schijnwerperlicht te staan. Het opheffen van de gemeente Amsterdam wordt een test case. Als het waar is, dat de ontwikkeling niet meer is tegen te houden, wordt een brede maatschappelijke discussie dringend nodig. De politici zullen heel wat hebben uit te leggen.

    • Richter Roegholt
    • Schrijver van "Amsterdam Na 1900'