Hele regio-regering in L'Aquila werd opgepakt na besteding van EG-geld; Europarlementariër stuit op onbegrip in Abruzzo

Brussel geeft de komende vijf jaar ruim 200 miljard gulden uit aan achtergebleven gebieden in de Gemeenschap. Het Europees Parlement probeert meer grip te krijgen op de besteding van die subsidiestromen.

L'AQUILA, 16 OKT. Tien kilometer buiten L'Aquila, de hoofdstad van Abruzzo in het midden van Italië, heeft Pessi Massimo zijn Centro Sportivo gebouwd. Acht omheinde tennisbanen in de openlucht, overdekte hallen waarin kan worden getennist en gevoetbald, en een receptie/bar bij de ingang - een investering van bijna 2,6 miljard lire (een kleine 3 miljoen gulden). Dertig procent daarvan werd gefinancierd met regionale overheidssubsidies en nog eens dertig werd opgehoest door de Europese Gemeenschap.

De 37-jarige ondernemer Massimo blijft vriendelijk antwoorden op de vele vragen die op hem worden afgevuurd, maar het cynisme van zijn bezoekers zal hem niet geheel zijn ontgaan. Dit project was aangekondigd als een belangrijke particuliere investering in de recreatieve sector, op een plek die werd aangeduid als een "groene inplanting' in een industriële omgeving. Veel groen is er echter niet te aanschouwen, economische bedrijvigheid evenmin.

“Ik zie alleen maar beton”, uit Europarlementslid Annemarie Goedmakers haar verbazing. Om vervolgens vast te stellen dat het sportcomplex alleen maar met de auto bereikbaar is. “Ze hebben ons natuurlijk het beste project in de omgeving laten zien en ik vind het nogal pijnlijk.”

De meegereisde vertegenwoordiger van de Europese Rekenkamer - het onafhankelijk controle-instituut dat toezicht houdt op de besteding van EG-gelden - kondigt aan dat hij vast nog wel eens terug komt. “Het probleem met dit soort projecten is de levensvatbaarheid. Vaak moet men na verloop van tijd opnieuw aankloppen om nog meer steun.” En Siegfried Reinke, werkzaam bij het speciale anti-fraude team van de Europese Commissie, heft zijn handen ten hemel. “Projecten als deze roepen meer vragen op dan antwoorden.”

Goedmakers zal haar indrukken van het sportcomplex van Massimo verwerken in het verslag over het onderzoek namens de commissie begrotingscontrole van het Europese Parlement naar de besteding van gelden uit de zogeheten structuurfondsen, de miljardensubsidies die Brussel beschikbaar stelt voor economische en sociale ontwikkeling in achtergebleven regio's van Europa. Er zijn bij het project van Massimo geen aanwijzingen voor malversaties, maar er blijven wel veel vraagtekens, die ook elders in Abruzzo opduiken.

“Vaak is niet duidelijk waarom sommige projecten wel en andere geen steun krijgen. Een duidelijke programmatische aanpak ontbreekt”, aldus Goedmakers na een dag van gesprekken met regionale regeringsleiders, parlementariërs, regeringsfunctionarissen en justitiële ambtenaren in L'Aquila. In haar verslag zal ze dan ook aanbevelen dat de hulpontvangende regio's met een duidelijke planning komen voor welke sectoren ze met welk soort projecten aan de slag willen.

Goedmakers zegt ook dat de boekhouding doorzichtiger moet worden, zodat voor iedereen duidelijk is welk deel van de steun afkomstig is van fondsen uit de regio en welk deel uit Brussel komt. Nu gebeurt het nog te vaak dat alle subsidies bij elkaar worden gegooid, of komt het voor dat projecten voor 100 procent afhankelijk blijken van geld uit Brussel. In de regio's zelf moet het toezicht op een juiste besteding van de gelden sterk verbeteren.

Spectaculair zijn die opmerkingen niet. De Europese Rekenkamer dringt al jaren aan op efficiëntere bestrijding van onregelmatigheden en verspilling in de EG. Het bezoek van de parlementaire delegatie heeft dan ook vooral symbolische betekenis. Echt nieuwe onthullingen zullen er niet uit voortvloeien, al was het maar omdat de Italiaanse gesprekspartners op vrijwillige basis meewerken. Pas als het Europees Parlement een enquête-recht krijgt, zoals voorzien in het Verdrag van Maastricht, kunnen getuigen onder ede worden gehoord en kan men informatie opeisen. “Met dit onderzoek willen we duidelijk maken dat het Europees parlement meer grip probeert te krijgen op de besteding van EG-gelden”, legt Goedmakers uit.

Ze wijst de gesprekspartners op haar morele recht om “namens de belastingbetalers” vragen te stellen over de besteding van EG-steun. Tegelijkertijd onderstreept ze dat ze zich niet de rol van openbaar aanklager toeëigent en dat ze niet bezig is met één of ander justitieel onderzoek. Bovendien, stelt ze haar gesprekspartners gerust, kunnen overal vraagtekens worden gezet bij de besteding van EG-gelden. “In mijn land is de regio Flevoland onlangs bestempeld tot achtergebleven gebied. De steunplannen die mijn regering daarvoor heeft ingediend bij de EG, vertonen dezelfde gebreken als ik hier zie.”

Dat neemt niet weg dat Goedmakers de regio Abruzzo zeer bewust heeft uitgekozen. Lange tijd ontwikkelde de regio zich voorspoedig, maar de laatste jaren blijft de daadwerkelijke besteding van EG-gelden ver achter bij de beschikbare hoeveelheid steun. Bovendien werd ruim een jaar geleden de voltallige regionale regering van Abruzzo en een aantal parlementsleden opgepakt op verdenking van "cliëntisme' bij de verdeling van 350 miljoen gulden aan EG-steun voor projecten in de regio. De zaak werd aan het rollen gebracht door een ingenieur, aan wie EG-steun werd geweigerd voor de bouw van een hotel en die er niet achter kon komen waarop die weigering was gebaseerd.

Door die affaire raakte Abruzzo niet alleen tijdelijk zijn bestuur kwijt, maar werd de regio ook tot symbool van alles wat mis kan gaan bij de verdeling van EG-subsidies. Volgende maand wordt een gerechtelijk hoorzitting gehouden in deze zaak.

Officier van justitie Tragnone laat een hoeveelheid dossiers zien die bijna een hele wand beslaat. Maar Europarlementariër Goedmakers is er nog niet van overtuigd dat hij de zaak zal winnen. “De officier van justitie heeft niet kunnen achterhalen welke criteria de regering en de parlementsleden hebben gehanteerd toen ze vorig jaar de lijst opstelden van projecten die in aanmerking kwamen voor EG-steun.”

Dat de betrokken politici in L'Aquila zelf allesbehalve gelukkig zijn met de gang van zaken, blijkt als de EG-delegatie spreekt met afgevaardigden uit het parlement van Abruzzo. “U bent waarschijnlijk moeder”, vraagt de christendemocratische fractieleider Aldo Canosa om begrip. En vervolgens beschrijft hij hoe hij in september vorig jaar midden in de nacht van zijn bed gelicht door zeven carabinieri. “En ik weet nu nog niet waarom. Beste mevrouw: wat hebben we misdaan?”.

Ook zijn partijgenoot Domenico Tenaglia spreekt over “absurde aanvallen”. Hij laat een folder zien en hij beschrijft hoe het regionale bestuur lokale bijeenkomsten belegde om voorlichting te geven over de werking van de EG-structuurfondsen. Dat had succes want er kwamen uiteindelijk meer dan 2.000 aanvragen binnen. Daaruit moest vanzelfsprekend een selectie worden gemaakt. “Als we die bijeenkomsten niet hadden gehouden, was er niets aan de hand geweest. Dan was er voldoende EG-geld geweest om alle projecten te steunen. Maar nu wij de regels willen uitvoeren, krijgen we de handboeien om”, aldus de getergde parlementariër.

Een collega van de PDS wil de hand wel in eigen boezem steken. Wat er vorig jaar is gebeurd, is volgens hem terug te voeren op het ontbreken van een duidelijke visie op de ontwikkeling van de regio. Het is het gevolg van een cultuur waarbij prioriteiten worden vastgesteld op basis van “persoonlijke en lokale overwegingen”. “We hebben geen strengere bureaucratische regels nodig, maar heldere plannen waarin precies staat in welke sectoren we geld willen stoppen. Een duidelijke programmering is een tegengif tegen persoonlijke en lokale belangen”, zegt hij.

Na afloop van het gesprek met de parlementariërs zegt Goedmakers niet de indruk te hebben dat ze met "mafiosi' heeft gesproken. “Ik denk dat ze niet veel anders hebben gedaan dan hun eigen gebied of hun eigen dorp proberen te bevoordelen. En ik denk ook dat ze dat nog steeds helemaal niet fout vinden.”

Toch put Goedmakers uit de opmerkingen van de PDS-volksvertegenwoordiger hoop dat er ontwikkelingen ten goede gaande zijn in Italië. Op een persconferentie, de volgende dag in Rome, stelt ze in elk geval vast dat “een belangrijk cultureel omslagpunt is bereikt” in Italië. “Men begint zich te realiseren dat de keuzes die men maakt, helder en verdedigbaar moeten zijn.”

    • Wim Brummelman