GEBABBEL OVER SEKS

It: Sex since the Sixties door Jonathon Green 454 blz., Secker & Warburg 1993 (pbk), f 38,85 ISBN 0 436 20156 9

Een vliegveld is opwindender dan een busstation. Een zijden jurkje is sensueler dan hetzelfde van nylon, en een feestelijk restaurant is voor de liefde leuker dan een pannekoekenhuis. Althans, zo voelen veel mensen dat. Met reizen, met natuurvezels en met de liefde die door de maag gaat heeft dat allemaal verder niets te maken: er is gewoon in de hoofden van de meeste mensen verband tussen duur, luxe, lekker, zondig en seks. Geld is een afrodisiacum.

Zo bezien is het weinig verrassend dat sinds het begin van de jaren zestig, toen de welvaart in de geïndustrialiseerde wereld op een ongehoorde schaal begon toe te nemen, ook de seksuele normen grote veranderingen hebben ondergaan. Dat er, hoewel kwantificeren op dit terrein moeilijk is, domweg heel veel meer seks in het leven is gekomen. Meer mensen doen er meer aan, je ziet het meer, er is meer toegestaan, en de variatiemogelijkheden zijn gegroeid.

Jonathon Green is een Britse publicist die alleen al met de spelling van zijn voornaam verkondigt dat hij niet van dat duffe, ouderwetse houdt. Hij heeft gepoogd om drie, vier decennia geschiedenis van de seks vast te leggen in de vorm van uitvoerige interviews. Oral history, zou je het kunnen noemen als dat niet een beetje vreemd klonk in dit verband. Maar dat is het idee: lange verhalen van tientallen mannen en vrouwen over hun seksuele loopbaan, hun opvoeding in dezen (bij de oudsten was dat in de jaren vijftig, bij de jongsten dertig jaar later), hun eigen verwachtingen, belevenissen, teleurstellingen, opvattingen. De verhalen zijn chronologisch geordend en in stukjes verdeeld om ook een soort thematische lijn te krijgen.

BEROEPS

Als een schrijver er goed in is - Studs Terkel is natuurlijk hèt voorbeeld - is het een fascinerende vorm van geschiedschrijving. Green is niet slecht, maar kampt in dit boek met twee belangrijke moeilijkheden. De eerste is dat een groot deel van de periode waarover het gaat niet zo vreselijk lang geleden is, wat een beetje afdoet aan het verrassende van de verhalen.

Het tweede probleem is dat naarmate mensen meer te vertellen hebben over hun seksuele wederwaardigheden, hun verhalen minder boeiend worden, en ook minder representatief voor het grootste deel van de mensheid. Het komt doordat zo iemand al gauw de indruk wekt ook meer bezig te zijn met dat aspect van het leven dan een ander. Bij Greens zegslieden is dat vaak ook het geval. Velen van hen zijn beroeps. De een exploiteert een pornoblad, de ander een sekslijn, de derde schrijft in de Penthouse, de vierde is seksuoloog.

Verder is er een homoseksuele priester bij en een dagbladcolumniste, we komen Aids-activisten tegen, feministen, mannenbevrijders, studenten, advocaten, huisvrouwen, fotomodellen. Het broodnodige tegenwicht wordt geboden door twee conservatieve heren, ijveraars voor het herstel van de zo bedreigde family values in de samenleving. Maar een ding hebben zij allemaal gemeen: seks vervult een centrale plaats in hun bestaan. Centraler, lijkt mij, dan bij de gemiddelde Brit of Nederlander het geval is.

Het klinkt altijd een beetje schijnheilig om te zeggen dat heel veel van hetzelfde, ook als dat seks is, eentonig wordt. En ik moet zeggen: het duurt ook wel even, wel honderd, hondervijftig bladzijden voordat het zover is. De hoofdstukken over ”vroeger' staan aan het begin en zijn verreweg de leukste. Maar vierhonderdvijftig bladzijden is duidelijk meer dan een mens kan hebben.

VRIJE LIEFDE

Wat treft aan de getuigenissen over de jaren zestig is, hoe beperkt de veelgeroemde bevrijding van die tijd feitelijk was. De uitvinding van de pil, iets waarvan het belang nauwelijks kan worden overschat, was aanvankelijk vooral leuk voor jonge, heteroseksuele mannen. De bevrijding was kwantitatief, niet kwalitatief. Een groot deel van de jaren zeventig was dat ook nog zo: vrije liefde was goed voor de revolutie en meisjes die ”het' niet deden waren geremd, om niet te zeggen verknipt. En als je nu al die verhalen leest sta je versteld over hoe vaak mensen met elkaar naar bed gingen terwijl minstens één van beiden daar helemaal geen zin in had.

Het is misschien geen wonder, maar wel opvallend hoe zelden (mede dank zij deze manier van denken) de beschreven ”eerste keren' leuk, of lekker, of gezellig waren. Het moest gebeuren, dat was het meer. Als je het zo bekijkt is It beslist geen opwekkend boek. Mensen doen elkaar de vreselijkste dingen aan, harteloos en egoïstisch. Zelfs de ondertoon van sommige gekke en amusante verhalen is cru. Zoals van een vrouw die vertelt dat zij op een gegeven moment ontdekte dat zij mooier werd van vrijen, haar huid ging er helemaal van glanzen. Pas na jaren merkte zij dat het effect niets met seks te maken had: een avondje uit met een vent deed het ook. Het was de power die haar deed glanzen.

In de jaren zeventig groeide de rol van de ideologie, de feministen begonnen zich te roeren en de homoseksuelen uit de kast te komen. De ideologie was vaak geen pretje, want seks was wel in orde maar gevoelens werden als archaïsch en misplaatst beschouwd. Alleen al onder het taboeverklaren van de jaloezie moeten honderdduizenden stevig hebben geleden.

Ook gaan in de jaren zeventig en tachtig drugs een steeds grotere rol spelen in de verhalen. Ik weet niet of het ligt aan de personen die Green uitkoos, of dat hier een belangrijk verschil tussen Engeland en Nederland ligt; in ieder geval zijn de drugs die zomaar, experimentsgewijs, genomen werden door studenten en vrije geesten, zwaarder dan zij volgens mij in Nederland waren.

STILERING

Naarmate de verhalen in Greens boek dichterbij in de tijd komen, spelen zij meer in wat je een ”wereldje' zou kunnen noemen. Deels ligt dat aan het feit dat homoseksualiteit meer aandacht krijgt. Engeland, dat toch al achter loopt op het liberale Nederland, doet dat zeker op dit terrein. Dat heeft niet zo zeer gevolgen voor wat een homoseksueel kan doen - alles kan, in beide landen - als wel voor de sfeer die er omheen hangt, de geheimzinnigheid, de paranoia en de reële angst. Dat geldt ook een beetje voor pornografie.

En dan heb je natuurlijk Aids, die veelbesproken gesel van de tijd. Als men Greens zegslieden mag geloven is de invloed van Aids op het seksuele leven in belangrijke mate een stilerende. In plaats van ram-bam klaar, zoekt men het in meer of minder geraffineerde spelletjes, waarvan sadomasochisme het belangrijkste is. Een van de sprekers verklaart dat hij aan SM doet om dezelfde redenen als waarom hij van barok-opera houdt: alles is beheerst en onder controle, ook de emoties. Het is stijlvol. Zoiets is grappig om te lezen, zeker in een tijd dat de barokke opera een hausse meemaakt waar je zelf graag aan meedoet.

Maar in Greens dikke boek zijn krentjes als dit veel te zeldzaam om de lezer er zonder verveling doorheen te helpen. De ontevredenheid hierover wordt versterkt door het besef dat nog heel veel onbesproken blijft. Het boek is een en al sfeer, een en al gebabbel en verhalen, het bevat niet één hard feit. Het hele platteland, om maar een kleinigheid te noemen, blijft buiten beeld. Het zou leuk zijn als iemand met serieuze bedoelingen een boek als dit over Nederland schreef, maar dan graag met een wat bredere visie. En: de helft van het aantal bladzijden. Ten hoogste.

    • Ileen Montijn