DUITSE BOMMENMAKERS AFGELUISTERD

Operation Epsilon: The Farm Hall Transcripts inleiding: Sir Charles Frank IX, 313 blz., geïll., Institute of Physics Publishing 1993, f 58,00 ISBN 0 7503 0274 7

German National Socialism and the Quest for Nuclear Power 1939-1949 door Mark Walker X, 290 blz., Cambridge University Press (pbk) 1993, f 52,00 ISBN 0 521 43804 7

Farm Hall is een Engels landhuis in de buurt van Cambridge waar gedurende een half jaar onmiddellijk na het einde van de Tweede Wereldoorlog tien Duitse natuurkundigen opgesloten zaten. Onder hen bevonden zich Werner Heisenberg, ongetwijfeld de beste Duitse fysicus van dat moment, en Otto Hahn, de ontdekker van de atoomkernsplijting.

In zekere zin was Hahn er ook de oorzaak van dat ze daar zaten; ze waren (op één uitzondering na) allemaal betrokken geweest bij het Duitse oorlogsonderzoek naar de benutting van kernenergie, zo mogelijk in de vorm van een atoombom. Farm Hall diende echter niet eenvoudigweg als een luxueuze gevangenis. Dag en nacht werden alle gesprekken er via verborgen microfoons afgeluisterd en - tenzij het over koetjes en kalfjes ging - opgenomen op schellakplaten, uitgetikt, vertaald en gerapporteerd. De geleerde gasten waren hiervan uiteraard niet op de hoogte gesteld. Toen een van hen zich bij aankomst afvroeg of ze misschien werden afgeluisterd, verwierp Heisenberg deze mogelijkheid direct; volgens hem liepen de Engelsen beslist achter op de Gestapo!

Al deze moeite was erop gericht erachter te komen of de Duitsers informatie over hun eigen vorderingen in de richting van een atoomwapen hadden achtergehouden, en daarnaast om te zien of zij tot samenwerking met de Engelsen en Amerikanen bewogen konden worden, zodat hun kennis uit Russische handen zou blijven. Om onduidelijke redenen heeft de Britse regering de teksten van deze gesprekken, de zogenoemde "Farm Hall transcripts', altijd zorgvuldig achter slot en grendel gehouden. Het bestaan ervan was al evident sinds generaal Groves, die de leiding van het Amerikaanse Manhattanproject had, er in 1962 in zijn memoires letterlijk uit citeerde, overigens zonder Britse toestemming. Na aandringen van een groep prominente Engelse fysici werden de teksten ten slotte op 14 februari 1992 vrijgegeven en ze zijn onlangs integraal uitgegeven door het Institute of Physics.

Het gaat hier wel om een strikte bronnenuitgave: een notenapparaat of gedetailleerd commentaar ontbreekt; er is slechts een korte inleiding van Charles Frank, ""de enige nog in leven zijnde Engelsman die met de tien geleerden in Farm Hall aan tafel heeft gezeten', en er is een register. De uitgave is dus bedoeld voor een redelijk ingewijde lezer. Tik- en spelfouten, vraagtekens en puntjes zijn getrouw uit de originelen overgenomen. Toch kunnen de teksten niet zonder gevaar als historische bron gebruikt worden. De schellakplaten werden hergebruikt en de oorspronkelijke Duitse transcripties zijn niet bewaard gebleven, op één uitzondering na, de tekst van een door Heisenberg gehouden lezing over de vermoedelijke werking van de bom, die blijkbaar te moeilijk was om ter plekke te vertalen.

De nu gepubliceerde "transcripties' zijn in feite de rapporten die de hoogste officier in Farm Hall eens in de zoveel tijd naar zijn superieuren stuurde. Daarin gaf hij soms de letterlijke vertaling van gesprekken, maar soms ook alleen een samenvatting. Gelegenheid te over dus voor het insluipen van fouten en slordigheden, en er zijn dan ook passages in het boek waar volgens mij woorden aan de verkeerde persoon zijn toegeschreven. Degenen die de teksten opnamen en uittikten konden immers de stemmen alleen op het gehoor identificeren.

HIROSHIMA

Het belang van deze publikatie na zoveel jaren ligt in het mogelijke antwoord dat de teksten bevatten op de vraag die altijd als een schaduw boven Heisenberg en zijn medewerkers is blijven hangen: zouden zij, als de tijd het had toegelaten, Hitler uiteindelijk een atoombom in handen hebben gegeven? De Farm Hall-gesprekken geven ons zo goed als "live' de reactie van de Duitse fysici op het bericht van de aanval op Hiroshima van 6 augustus 1945. De letterlijke dialogen weten de verbijstering en het geschokte vertrouwen in eigen kunnen nog altijd heel direct over te brengen. Heisenberg weigerde het nieuws aanvankelijk zelfs te geloven. Al gauw ruziede men over welke methode de Amerikanen precies gebruikt konden hebben, waarbij de een de suggestie van de ander als lariekoek afdeed, ieder onkundig van het feit dat in het Manhattanproject alle geopperde methoden tegelijkertijd waren toegepast. Alleen Heisenbergs wanhopige suggestie dat de bom misschien uit zuiver protactinium gemaakt zou kunnen worden (het zeldzaamste natuurlijke element op aarde) hebben de Amerikanen nooit overwogen.

Tijdens de arrestatie van de heren in april en mei 1945 was natuurlijk al gebleken dat de Duitsers nog niet in de buurt van een bom waren gekomen en nog druk bezig waren een stabiele kettingreactie in een reactor te creëren - iets waar Fermi in de VS al in 1942 in was geslaagd. De grote verrassing van Operation Epsilon is echter dat het laat zien hoezeer het Duitse kernonderzoek ook in theoretisch opzicht nog in de kinderschoenen stond. Heisenberg had zelfs nog nooit een serieuze berekening gemaakt van de kritische massa van zuiver uranium-235 - dat wil zeggen, de hoeveelheid uranium-235 die minimaal nodig was voor een kernexplosie. Op 14 augustus hield Heisenberg in Farm Hall een colloquium waar dergelijke elementaire aspecten - bijvoorbeeld ook de manier waarop zo'n bom tot ontploffing kon worden gebracht - onderwerp van discussie waren. De tekst van dit colloquium is zonder meer een monument voor de fysicus Heisenberg. In een week tijd en zonder bibliotheek bij de hand wist hij op alle belangrijke vragen een antwoord te vinden. Maar welke conclusie kan men hieruit trekken?

ISOTOPENSCHEIDING

De Amerikaan Thomas Powers kon zich voor zijn recente boek Heisenberg's War (besproken in het Zaterdags Boekenbijvoegsel van 15 mei jl.) als eerste op de Farm Hall-teksten baseren, en hij verwijst vooral naar deze gesprekken voor zijn stelling dat Heisenberg het Duitse bomproject doelbewust heeft gesaboteerd door zijn kennis voor zich te houden. Daarmee toont Powers echter aan dat hij de Farm Hall-teksten slecht gelezen heeft, en dat hij bovendien het belangrijkste boek over het Duitse kernonderzoek, Mark Walkers German National Socialism and the Quest for Nuclear Power uit 1989, nog slechter heeft gelezen. Dit boek, waarvan onlangs de paperback-editie is verschenen, is voor zover ik weet in Nederland nog niet eerder opgemerkt.

De gesprekken van Farm Hall bevestigen in detail het beeld dat Walker in zijn boek schetst. Hij maakt duidelijk dat het Duitse project van het begin af aan mank ging doordat men geen oplossing voor het probleem van de isotopenscheiding zag - wat nodig was om het splijtbare uranium-235 uit natuurlijk uranium te kunnen winnen. De hele oorlog bleef men naar een krachtige scheidingsmethode zoeken, maar zonder succes. Een wondermethode vond men aan geallieerde zijde evenmin, maar daar werd van het begin af aan gesuggereerd het probleem met brute kracht op te lossen door de bekende technieken simpelweg duizendmaal te herhalen.

Aan Duitse zijde heeft niemand van de betrokken wetenschappers het ooit aangedurfd op dergelijke industriële schaal te denken. Maar juist omdat niemand van hen verwachtte dat het mogelijk was ooit zuiver uranium-235 in handen te krijgen leek het zinloos enig rekenwerk te doen voor een bom die uit dat materiaal zou bestaan. De Duitsers wisten wel - en niemand deed daar geheimzinnig over, ook Heisenberg niet - dat een kernbom kon worden gemaakt met plutonium, dat in een kernreactor uit de bestraling van uranium zou ontstaan en dat met chemische methoden gewonnen zou kunnen worden.

Het Duitse onderzoek concentreerde zich dus op het stabiliseren van de kettingreactie in een kernreactor als de enig haalbare manier om de vrijkomende energie bij kernsplijting te kunnen benutten. Het Heereswaffenamt had echter al in januari 1942 met recht de hoop opgegeven dat er tijdens de oorlog nog een Duitse atoombom zou komen. Op dat moment beschikte men wel degelijk over een juiste schatting van de kritische massa van uranium-235, berekend door een groep fysici die het Amt zelf in dienst had. Heisenberg was immers nooit meer dan de leider van slechts één van de ten minste negen onderzoeksgroepen, die, zoals uit de gesprekken blijkt, elkaar bovendien regelmatig tegenwerkten.

Heisenberg heeft na de oorlog slechts verklaard dat de omstandigheden hem en zijn collega's de morele beslissing over zo'n bom hadden bespaard. Zijn mede-fysici zijn hem na 1945 altijd met gefronste wenkbrauwen tegemoet getreden: ze vroegen zich af of hoe die beslissing zou zijn uitgevallen als de omstandigheden anders waren geweest. De gesprekken van Farm Hall zullen deze ongerustheid alleen maar kunnen aanwakkeren. Heisenberg omschreef er zijn houding niet krachtiger dan dat hij ""niet had staan te springen om het te doen' of dat hij ""diep in zijn hart opgelucht was geweest dat het een reactor zou worden en geen bom'. De enigen van het gezelschap die duidelijk lieten merken blij te zijn met de Duitse mislukking waren Max von Laue en Otto Hahn, maar zelfs Hahns handen zijn minder schoon dan doorgaans wordt aangenomen, zoals Walker in zijn boek aantoont.

PATRIOTTISME

Veel natuurkundigen hielden hun hart al vast toen Heisenberg na een rondreis door de VS in het voorjaar van 1939 per se terug wilde keren naar Duitsland, hoewel bijna iedereen er bij hem op aandrong te blijven. Heisenberg werd verblind door zijn patriottisme, waardoor hij de politiek van de nazi's in grote lijnen billijkte als goed voor Duitsland, en daarmee ook voor de wereld.

Tijdens de oorlogsjaren heeft hij verscheidene keren verklaard een Duitse zege toe te juichen. Wat dat betreft bevat Operation Epsilon toch wel passages die dat beeld van Heisenberg wat kunnen verzachten. Wie ontegenzeggelijk een onsympathieke indruk achterlaat is Von Weizsäcker. Hij probeerde zijn collega's herhaaldelijk te verleiden tot het standpunt dat de Duitse natuurkundigen uit principe de atoomboom nooit hadden willen maken en dat de geallieerden zich als barbaren hadden ontpopt. Deze suggestie werd echter door alle anderen van de hand gewezen.

De vraag hoever Heisenberg en de zijnen zouden zijn gegaan, is natuurlijk niet los te zien van hun houding tegenover Hitlers Duitsland. Juist in dat opzicht onthullen de Farm Hall-gesprekken ook veel over de manier waarop intelligente Duitsers, die in de periode 1933-1939, toen er nog wat te kiezen viel, duidelijk voor hun land hadden gekozen, na de nederlaag tegen de nazi-periode aankeken. Het is opvallend hoe weinig zij de demonische kant van het regime tot zich lieten doordringen, hoewel zij toch dagelijks de krant lazen. Erich Bagge, een van de jongeren, heeft het over ""een paar wreedheden die in de latere jaren in concentratiekampen hadden plaatsgevonden'. Heisenberg wilde de houding van de geallieerden wel vergoelijken, ""omdat zij Hitler tenslotte als een misdadiger beschouwen'. Het was hem zelf blijkbaar nog onmogelijk Hitler als een misdadiger te zien. Alleen Karl Wirtz, een directe medewerker van Heisenberg en na de oorlog directeur van het Kernforschungszentrum in Karlsruhe, besefte: ""Wij hebben dingen gedaan die uniek zijn in de wereld'.

In de inleiding bij Operation Epsilon valt de naam van Friedrich Dürrenmatt en de suggestie van een toneelstuk ligt natuurlijk voor de hand. Mij deed de hele situatie eigenlijk meer denken aan een wetenschappelijk experiment. Een geslaagd experiment bovendien; de reactie van de Duitse fysici op het afwerpen van de eerste atoombom liet aan duidelijkheid niets te wensen over. Stof voor drama is in ruime mate voorhanden. Het wachten is nog op een geschikte scenarioschrijver, of liever nog romancier.

    • Maarten Franssen