Dichtregels Vondel klinken verrassend soepel bij Damen

Voorstelling: Ave Ave Eva naar Joost van den Vondel door Theater Antigone. Regie: Hubert Damen. Spel: Anja Van Riet, Hans Royaards, Daan Hugaert e.a. Gezien: 13/10 Cultureel Centrum, Amstelveen. Tournee t/m 8/1/94

Drie reusachtige letters, in hoekige graffitistijl op een schutting gekalkt, vormen samen het woordje GOD. In de pikzwarte duisternis die op het toneel is neergedaald krijgt dat woord iets dreigends. Dit desolate stadslandschap lijkt meer op de hel dan op de hemel waarin Joost van den Vondel zijn tragedie Lucifer situeerde.

Regisseur Hubert Damen combineerde Vondels meesterwerk Lucifer uit 1654 met het tien jaar jongere zondevalsdrama Adam in ballingschap. In Ave ave Eva, het resultaat van deze kruisbestuiving dat de Westvlaamse theatergroep Antigone nu als "avondvullend spektakelstuk' presenteert, herinnert alleen de nauwelijks hertaalde barokke woordenpracht nog aan de oorspronkelijke schoonheid van Vondels poëzie.

Een samenvoeging van twee drama's is op zichzelf geen slecht idee. Beide stukken gaan hier immers over hetzelfde bijbelse thema: de ongehoorzaamheid jegens God en de verbanning als ultieme straf. Lucifer en Eva overtreden allebei een goddelijk gebod en verliezen daardoor hun onschuld. Damen borduurt braaf verder op dit stramien, maar zijn sympathie ligt duidelijk bij de verliezers.

Tien en veertien jaar geleden nam Hans Croiset in zijn spraakmakende ensceneringen bij het Publiekstheater ook al stelling tegen God. Had Croiset bovendien de neiging zich af te zetten tegen de volgens hem veel te gezagsgetrouwe dichter, bij Hubert Damen merk je niets meer van die kritiek op Vondels persoonlijkheid. Damen modelleerde Eva en Lucifer naar het beeld dat hij van de schrijver had en maakte er twee onzekere figuren van, slachtoffers van manipulatie en misleiding.

De acteurs bewegen zich op en om een even steile als kronkelige brug, zo te zien een rolschaatsbaan. Precies door het midden loopt een scheur. Die scheur, waar men gemakkelijk in kan blijven steken, symboliseert het schisma dat in de hemel is ontstaan: door een nieuw gebod zijn Gods helpers in twee kampen uiteengevallen.

De engelen in het ene kamp dragen soldatenuniformen en drukken zich in slogans uit. Zo praten zij klakkeloos de holle woorden van de als televisiedominee vermomde aartsengel Gabriël na. In het andere kamp vinden we de afvalligen, voor wie het nieuwe gebod als een regelrechte provocatie klinkt. Zij weigeren de zojuist geschapen mensen Adam en Eva te dienen omdat zij zelf eigenlijk goden willen zijn. Belzebub, Apollion en Belial, de drie assistenten van Lucifer, zijn groteske figuren met diabolische trekjes, die nogal gemaniëreerd en clichématig worden neergezet.

Helaas verwijlt de regisseur erg lang bij dit obscure drietal. De geslaagde poging Lucifer voor hun karretje te spannen, hun listen en intriges, hun nederlaag en wraak - dat alles komt uitvoerig aan de orde. Titelheldin Eva daarentegen mag alleen in de pro- en epiloog even meespelen.

Alleen dat laatste deel, waarin de Luciferisten Adam en Eva verleiden tot het eten van de appel, is hier en daar ontroerend. Eindelijk wordt het publiek niet meer lastiggevallen met geforceerde grappen en onzinnige theatrale vondsten. Eindelijk lijkt Hubert Damen zichzelf in plaats van een Theu Boermans-epigoon. Het is haast schrijnend om te zien hoe Eva (Anja van Riet) van een meisje met vrolijke dikke wangen in een spitse, onbegrepen vrouw verandert. En Vondels plechtstatige alexandrijnen klinken verrassend soepel en natuurlijk zodra zij door de gelieven worden uitgesproken - twee mensen temidden van marionetten.

    • Anneriek de Jong