Opinie

    • Youp van ’t Hek

Bugge-Vuik

Rogier is mijn neef, maar toen hij nog mijn neefje was nam ik, als een gediplomeerd oom, hem mee naar Ajax-Feyenoord. Halverwege de tweede helft brak de Feyenoord-aanhang door het hek (een kwestie van massaal rukken!) dat tussen ons en hun vak stond en ranselde even later het bloed uit schreeuwende mannen van rond de zestig.

Wij renden voor ons leven en toen ik Rogier vanuit het gootsteenkastje hoorde piepen: “Zijn ze weg?” durfde ik van achter de cd's vandaan te komen. Mijn Feyenoord-vrienden kennen een andersomverhaal en hebben weleens moeten sprinten toen een groepje frisse Amsterdammers even in hun vak kwam uitleggen wat clubliefde is. In elk stadion ben ik altijd op mijn hoede, hoewel het de laatste jaren gelukkig opvallend rustig is. Jaren geleden reed ik mijn oude moeder naar het Gooi en in Diemen zagen we politiepaarden, ME-bussen en zwaailichtende agenten het vee van een provincieclub naar het station begeleiden.

“Wat is daar aan de hand?” vroeg mijn moeder.

“Dat zijn voetbalsupporters mamma”, antwoordde ik. Mijn moeder keek alsof ze brand in een vissekom zag en begon te vertellen dat ik haar niet in de maling moest nemen. Ik kon de schat niet overtuigen en eigenlijk ben ik daar nog steeds trots op. Trots op mijn moeder. Ik was gek. Zij was met vader vaak genoeg naar het stadion geweest om te weten dat dit niets met voetballen van doen had. Ik moest niet zo kletsen. In deze krant heb ik ooit al eens verhaald hoe ik mij na de wedstrijd Club Brugge-Standard Luik redelijk veilig waande terwijl ik naar mijn auto liep. Ik liep tussen truttig getruide jongeren die allemaal familie waren van Meindert Leerling, Dick Binnendijk en Jenny Goeree. Later bleek dit de harde kern van Club Brugge te zijn en voor ik het wist had ik een paar klappen van een Belgische ME-lat te pakken. Mijn bril in zeven stukken en mijn voortanden door mijn bovenlip. Dagen heb ik het verhaal verteld over de wedstrijd Bugge-Vuik.

Afgelopen dinsdag en woensdag was het weer raak. De Engelsen kwamen even langs. De tot in hun navel getatoeëerde Hooligans liepen eerst hoerenlopend Nederland onder de voet op de Amsterdamse Wallen, verbouwden daarna een paar cafés in de binnenstad om vervolgens naar Rotterdam af te reizen. Wat daar gebeurd is, is ook bekend. Het heeft mooie foto's opgeleverd voor de kappersbladen. Woensdag mocht ik de heren supporters ook nog even tegen het lijf lopen. Was ik alleen geweest dan was ik net als altijd in de hoogste lantaarnpaal geklommen om daar de Marseillaise te zingen tot de kust veilig was, maar nu was ik met mijn kinderen van vijf en drie en dat klinkt minder makkelijk.

Daar kwamen ze aan, een groep van een man of twintig met zo'n bier-zoals-bier-bedoeld-is-blik in de ogen. Fietsen werden van de puien geschopt, een auto werd aangehouden en van zijn antenne en buitenspiegels ontdaan, een jong meisje werd even overal betast en de Utrechtsestraat was in één klap een film. Ik zag geen kans meer om weg te komen en stapte zo naturel mogelijk de sigarenwinkel binnen. Te laat. De horde hield stil voor de winkel en in gedachten zag ik mijn zoon al door de stad geslingerd worden.

Twee man stapten binnen en alle aanwezige klanten zwegen of konden niks meer zeggen. De stembanden verlamd. Ze glimlachten tandeloos en stapten op de toonbank af, bestelden hun merk en toen gebeurde het: de grootste van de twee haalde de hand uit zijn jack en in plaats van een stiletto of een gebroken flessehals kwam er een hoopje plakkerig kleingeld te voorschijn. Verlegen keek-ie naar het meisje achter de toonbank. Zij noemde de prijs voor de derde keer en de jongen keek besmuikt naar zijn handjevol. Hij wist het niet en zijn ogen smeekten om hulp. Het meisje pakte het natte bedrag uit zijn trillende hand en eindigde met de tekst: “No, that dubbeltje is for you, so is enough.” Wat hij over had stopte hij goed weg en tierend, vloekend en “fuck you” roepend sloot hij zich bij zijn vrienden aan. De hele wereld was even verrukkelijk glas-in-lood.

    • Youp van ’t Hek