ARCHIEFZORGEN

De bijdrage van prof.mr. C. Fasseur in het Boekenbijvoegsel van 2 oktober, werd besloten met een waarschuwing aan de gemeenschap dat de nieuwe Archiefwet onherstelbare schade zal toebrengen aan het bestand van de overheidsarchieven in Nederland.

Reeds vroeger bereikte ons het verhaal van een onderzoeker ergens in Limburg, die tot zijn verbazing en verontwaardiging moest constateren dat een archief, waarin hij onderzoek deed, plotseling vernietigd bleek te zijn en toen ik gisteravond van een socioloog moest vernemen dat hem bij onderzoek in het Amsterdamse gemeentearchief onlangs hetzelfde was overkomen - nota bene een stad die altijd zo prat gaat op haar rijk en gevarieerd verleden - trachtte ik mijn eigen ervaringen in de archiefwereld te recapituleren. Daarbij stelde ik vast dat al sedert de Tweede Wereldoorlog onachterhaalbaar veel gegevens vernietigd zijn.

Als voorbeeld van een roekeloze vernietiging noem ik de schoning van gemeentearchieven over de periode na 1850. Is het zo dat met name de meer persoonlijke stukken tussen 1811 en 1850 in zekere hoeveelheid nog aanwezig zijn, de archivalia betrekking hebbend op particulieren zijn na 1850 voor het merendeel tussen de tanden van de papierversnipperaar verdwenen. Het mag in de ogen van uw lezers misschien iets te ver gaan als ik vasthoud aan het gevoel dat door ambtenaren, volslagen gespeend van enig historisch besef, in de Ausrottung van deze archiefstukken de zoveelste bijdrage wordt geleverd aan de depersonalisering van de samenleving. Ook hier laat de bureaucratisering zich gelden.

Ik heb vastgesteld dat in diverse gemeentearchieven uitsluitend archiefstukken met betrekking tot overheidsbesluiten worden geconserveerd, terwijl stukken met betrekking tot individuele burgers spoorloos verdwijnen, al schijnt er - en het maakt op mij een geheel willekeurige indruk - voor archiefstukken betrekking hebbende op vooraanstaande families een uitzondering te worden gemaakt. Ik ben mij er van bewust dat er een zekere selectie gemaakt zal moeten worden, maar als er geschoond wordt, is de selectie bij lange na niet doordacht. Zo worden er, om een voorbeeld te geven, in Drentse gemeentearchieven vele meters overheidscirculaires geconserveerd, die even praktisch in éénvoud in een provinciaal Rijksarchief bewaard zouden kunnen worden, omdat deze, in gedrukte vorm, alle dezelfde zijn.

Wellicht moet de consensus van beleefdheid ten aanzien van de overheid maar eens collectief opgezegd worden, en een niet mis te verstaan protest vanuit de samenleving worden geuit om de systematische vernietiging van het verleden van de individu, een halt toe te roepen. Een beleid als het huidige brengt de verschrikking van Orwells 1984 gestadig dichterbij.

    • G. Kleis