Aan het bord had Reshevsky geen vrienden

Een curieus verhaal las ik laatst in het nummer van juli 1992 van het Amerikaanse tijdschrift Chess Life. Het was een nummer waarin veel over Samuel Reshevsky stond, die in april was gestorven. Een van de Amerikaanse spelers die herinneringen aan hem ophaalden was Arnold Denker. Denker getuigt van zijn bewondering voor Reshevsky en van de vriendschap die hij in de loop der jaren met hem opbouwde. Hij kan echter niet verhelen dat er momenten waren waarop die vriendschap zwaar op de proef werd gesteld. Een van die momenten deed zich voor tijdens het Amerikaanse kampioenschap van 1942. In de zesde ronde werd de partij Reshevsky-Denker gespeeld. De partij, schrijft Denker, was van cruciaal belang voor de afloop van het toernooi. Denker had op dat moment 4,5 uit 5. Op de 45ste zet was de volgende stelling ontstaan.

Zie diagram 1

Denker speelde 45...Tf4-b4 Hoewel wit een pion voor stond was de stelling duidelijk remise. Zwart hoeft alleen maar schaakjes te geven en pion h3 te pakken als de witte koning naar de damevleugel gaat. Dat besefte Reshevsky natuurlijk ook, maar hij had misschien enige tijd nodig om aan de gedachte te wennen. Na 45...Tb4 viel de vlag van Reshevsky. Minstens veertig toeschouwers zagen het. Toen kwam de toernooileider aan het bord, L. Walter Stephens, een naam om te onthouden. Hij pakte de klok van achteren op, draaide hem om en zag dat er een vlag gevallen was. Doordat hij de klok had omgedraaid, was de gevallen vlag nu aan de kant van Denker. Zonder een moment te aarzelen verklaarde Stephens de partij verloren voor Denker. Die protesteerde natuurlijk. Hij deed een beroep op Reshevsky, maar die wilde noch bevestigen noch ontkennen dat hijzelf de tijd had overschreden. Reshevsky zei kalm: ""Ik ben de toernooileider niet.'' Gesteund door toeschouwers die gezien hadden wat er gebeurd was, protesteerde Denker opnieuw. Tevergeefs. Stephens zei schalks: ""Komt Kenesaw Mountain Landis soms ooit van zijn beslissingen terug?'' Landis was een rechter die in 1919 beroemd was geworden door de ijzeren vuist waarmee hij regeerde in de door schandalen geteisterde baseballwereld.

Denker schrijft niet hoe het toernooi afliep, maar dat heb ik voor u nagekeken. De eindstand aan de top was 1/2 Reshevsky en Kashdan met 12,5 uit 15, 3/4 Denker en Pinkus met 10,5 uit 15. Je zou kunnen zeggen dat Denker toch geen kampioen was geworden, ook als hij die partij tegen Reshevsky gewonnen had, omdat hij tenslotte een punt op Kashdan achter zou zijn gebleven. Maar dat zou wel heel ongevoelig zijn. Ik houd er over het algemeen niet van om psychologische verklaringen voor nederlagen te bedenken, maar dit is een bijzonder geval. Je hebt 4,5 uit 5, je wint tegen de sterkste speler van het toernooi en dan verklaart een halfgare wedstrijdleider die de klok heeft omgedraaid de partij verloren. Het moet een zware klap voor Denker geweest zijn, die niet zonder invloed op de rest van zijn partijen kan zijn gebleven. ""Een van de grappigste en verschrikkelijkste partijen die we ooit gespeeld hebben'' noemde Denker het in 1992, maar vijftig jaar eerder zal hij het toch minder grappig gevonden hebben. Het getuigt al van een ijzeren moreel dat hij het toernooi uitgespeeld heeft.

Voor Kashdan moet het ook niet leuk geweest zijn. Ondanks dit buitenkansje van Reshevsky leek het er in de laatste ronde op dat hij kampioen zou worden, maar Reshevsky wist een geheel verloren staande partij nog remise te houden. Toen moest Kashdan met Reshevsky een beslissingsmatch om het kampioenschap spelen, die door Reshevsky met 7,5-3,5 werd gewonnen. Een zwaarbevochten kampioenschap! Kashdan heeft sindsdien nog maar heel weinig geschaakt.

Reshevsky heeft in zijn loopbaan veel van dit soort incidenten gehad die de vriendschap met zijn collega's op de proef konden stellen, maar alles is hem tenslotte vergeven door het onverwoestbare enthousiasme waarmee hij tot zijn tachtigste jaar bleef schaken. In hetzelfde nummer van Chess Life wordt geschreven over een correspondentiepartij die hij speelde tegen de Texas Instruments Chess Club. Op 2 april 1992, twee dagen voor zijn dood, stuurde hij voor het laatst een zet, die hij vergezeld liet gaan van de opmerking: ""We verwachten sneeuw over twee dagen.''

In het nummer van juni 1993 van Chess Life (u ziet dat ik bezig ben een achterstallig stapeltje door te werken) staat een artikel van Andy Soltis over minor-promoties. Soltis betreurt het dat hij nooit in zijn leven het genoegen heeft gesmaakt om een minor-promotie uit te voeren. Hij is de enige niet. Serieuze minor-promoties, waar het echt noodzakelijk is om een ander stuk dan de dame te halen, zijn zeldzaam. Het is mij ook nooit gegeven geweest. Een keer is het me bijna opgedrongen, toen ik lang geleden in een Hoogovenstoernooi tegen Najdorf c2-c1D speelde en, omdat er geen dame beschikbaar was, de pion maar liet staan. Najdorf eiste toen dat het een paard moest worden in plaats van een dame, en kon daar pas na een week hard onderhandelen door de toernooileiding van afgebracht worden. In Linares kwam dit jaar precies hetzelfde geval voor tussen Karpov en Kasparov. Kasparov haalde dame, kon er geen vinden en liet zijn pion staan, die Karpov vervolgens als paard wenste te beschouwen. Karpov liet zich sneller dan Najdorf van zijn ongelijk overtuigen, maar dat kwam natuurlijk doordat er inmiddels jurisprudentie geschapen was.

Een van de stellingen die Soltis bij zijn artikel afdrukt kwam voor in een correspondentiepartij Palevich-Lebelt uit 1985.

Zie diagram 2

Het slot is zo fraai dat het bijna ongeloofwaardig is dat het niet om een studie gaat, maar om een werkelijk gespeelde partij. Laten we niet te wantrouwig worden. Wit kan promotie van de zwarte e-pion niet voorkomen, maar hij vond toch een redding.

1. Pa5xc4+! d5xc4 2. Td4-d1! e2xd1P Als zwart een dame of een toren haalt, staat wit pat. Met een loper zou zwart niet winnen. Wit kan dan zijn eigen loper offeren voor de zwarte c-pion, waarna zwart een randpion overhoudt en twee lopers van de verkeerde kleur, die even nutteloos zijn als één.

3. Lb1-e4 Pd1xc3 Als zwart de loper neemt staat wit weer pat.

4. Le4xa8 Pc3xa2 5. La8-d5 c4-c3 6. Ld5xa2 c3-c2 Nu kan wit de promotie van de c-pion niet meer verhinderen, maar weer is er een redding, een mooie echo van de tweede zet: 7. La2-b1! Weer zou wit pat staan als zwart op c1 een dame of een toren haalt, maar dat zijn de enige stukken waarmee zwart zou kunnen winnen. De partij werd remise.

    • Hans Ree