We hebben Jezus gezien; Bad Lieutenant, de geschiedenis van een verlossing

Datgene wat ons werkelijk iets te vertellen heeft leidt dikwijls een morsig en suspect bestaan. Neem de film Bad Lieutenant. Hij draait sinds zeven weken in twee kleine bioscopen, in Amsterdam en Rotterdam. De recensies, hoe lovend ook, waren onmiskenbaar afwerend. "Goor en deprimerend', met zulke woorden wordt hij aangeprezen. Van de vier films met Harvey Keitel erin die momenteel draaien, zou dit degene zijn met de vunzigste hoofdpersoon. Er hangt iets om deze film dat vroeger om een pornobioscoop hing: als je er in gaat moet je maar zien hoe je eruit komt.

Maar er was nog iets aan de hand. Steeds maar bleek uit recensies en ooggetuigeverslagen dat Bad Lieutenant ook een andere, moeilijker te benoemen verwarring had gezaaid. Men had het over een "bidprent-achtig einde', dat aan het verhaal gefabriceerd zou zijn. Volgens de tips van deze krant gaat de maker (Abel Ferrara) zich zelfs "te buiten' aan religieuze extase. Ik begreep dat het draaide om een verkrachte non die (men rilde bij het navertellen van verbazing) haar verkrachters niet aan wilde geven omdat zij hen vergeving schonk. Iemand anders vertelde me het hele verhaal van de film na maar liet de klaarblijkelijke religieuze wending integraal weg uit zijn verslag. Toen ik hem ernaar vroeg zei hij kribbig "dat die onzin verder helemaal niets met de film te maken had'.

Het was allemaal intrigerend genoeg om de film te willen zien. Toch moest ik een paar weken moed verzamelen, want ik kan slecht tegen gefilmd geweld. Wat me steeds maar weerhield was het idee dat ik me met voorbedachte rade zou laten schokken. Ik bedoel, ik wilde na afloop niet hoeven zeggen dat het deze film gelukt was om me te schokken. Zo'n reactie hadden veel toeschouwers bijvoorbeeld na Henry gehad, een film over het reilen en zeilen van een seriemoordenaar. Ze kwamen naar buiten en zeiden dat ze blij waren dat ze tenminste nog ergens door geschokt konden worden. Althans, ze zeiden dat het schokkende van deze film was dat het geweld er zinloos in was, en dat het goed was om daar een schok van te krijgen. Toch nog.

Daar had ik dus geen zin in, in dit rare, vrijgestelde "toch nog' dat alleen veroorzaakt wordt wanneer een filmmaker iets laat zien "zoals het nu eenmaal is', omdat we, zoals hij dan zal zeggen, nu eenmaal leven in een wereld zonder geldige ethische imperatieven.

Je had er bepaald geen zoveelste zintuig voor nodig om aan je water te voelen dat het met Bad Lieutenant anders lag; dat het niet alleen de schokkende beelden waren geweest die de toeschouwers een prettig geschokt geweten hadden bezorgd, als wel die non. En haar vergevingsgezindheid. En dan ook nog haar effect op de hoofdpersoon (een door en door corrupte rechercheur), die van de scène met haar een ander zou worden.

Nu, na het zien van de film, begrijp ik dat er een veelbetekenende analogie bestaat tussen mijn steeds klapwiekender onwil om Bad Lieutenant te gaan zien, en de strekking van het verhaal zelf. Zoals de hoofdpersoon steeds maar niet naar de non gaat (wier geval hij op moet lossen), zo kon ik mij met succes verre houden van deze film "wegens teveel geweld', terwijl ik natuurlijk allang begrepen had dat er iets zeldzaam unzeitgemäss met dit verhaal aan de hand is. Als het deel "verloedering van de hoofdpersoon' me zou overtuigen, dan zou het deel "confrontatie met non' me op z'n minst aan het denken moeten zetten. Je kunt niet willens en wetens naar het verhaal van een verlossing gaan kijken en al van te voren besluiten het niet eens te zullen zijn met de laatste stappen van de hoofdpersoon.

Afgrijzen

Bij deze geschiedenis zou de weergave van de werkelijkheid (zoals die inwerkt op het bewustzijn van de hoofdpersoon) onlosmakelijk verbonden zijn met het slot - zoals trouwens altijd het geval is met een serieus te nemen tragedie. Ook de Oidipoes is alleen gelukt wanneer het afgrijzen over wat de hoofdpersoon aan taboe's heeft geschonden de zelfverblinding op het eind navolgbaar maakt. Zodra je denkt: nou, nou, zo vreselijk aan beide ogen helemaal zo blind hoeft het van mij nu ook weer niet, dan is de werkelijkheid, zoals die Oidipoes daagt, niet dwingend genoeg weergegeven.

Bad Lieutenant is de geschiedenis van een verlossing. Niks meer en niks minder. Het is een tragedie met een "slechte held', en familie van bijvoorbeeld Koning Lear. Net als de oude koning is deze rechercheur van Abel Ferrara aangeschoten wild. Door zijn speelschulden is hij, dat beseffen we al vrij snel, ten dode opgeschreven - als hij dat niet al was door de onwaarschijnlijke hoeveelheden dope die hij tot zich neemt.

Dit zijn de twee laatste etmalen van een bijna vijftigjarige junkie. En het is aan zijn bedenker om hem op een dwingende wijze met iets of iemand in aanraking te laten komen die hem op de valreep doet beseffen wie hij is. Om ongeveer zo veel en zo weinig gaat het: om een pendant van Lear's heidescène, waar de ten dode opgeschreven hoofpersoon tot zich zelf komt, wat zeggen wil dat hij de schuld van zijn letterlijke en morele failliet niet langer buiten zich zelf legt, of bij de samenleving - maar dat hij die op zich neemt.

Daar komt het in de "verlossingstragedie' op neer. In een centrumloze, woestijn-achtige wereld verandert één man die de schuld van zijn mislukking en zijn nederlaag onophoudelijk afwentelde op krachten buiten hem zelf (drugs, schulden, geilheid, corruptie) in iemand die op zijn daden aangesproken wil worden. En deze verandering in iemand die vergeven wil worden (wel wetende dat er geen mens is die vergeven kan) voltrekt zich in het gangpad van een kerk terwijl de rechercheur, huilend als een wolf, een heuse Jezus ziet staan, druipend uit al zijn wonden. Aan deze Jezus is niets speciaal schokkend (zoals dat er wel was aan bijvoorbeeld de verkrachting) - toch moet je over een sterke maag beschikken om deze scène te verhapstukken. En dat het een paar seconden later allemaal maar een hallucinatie blijkt te zijn geweest maakt weinig meer uit - deze regisseur, die Scorcese's meesterwerk Taxi Driver naar de kroon had gestoken waar het ging om werkelijkheidszin, om de wereld laten zien zoals hij "nu eenmaal is', - die heeft de euvele moed opgebracht om een druipende, gedoornkroonde Jezus te tonele te voeren en tegelijkertijd te willen dat wij deze wending in zijn verhaal zouden accepteren.

Mondhoeken

Hoe goed hij wist wat hij deed was even voor deze scène te zien, toen de non, tijdens het "verhoor' dat eindelijk plaats vond, aan de rechercheur vroeg of hij in Jezus geloofde. Er tekende zich toen een gedenkwaardig afgrijzen af op Harvey Keitels gezicht; er trok een massieve frons over zijn voorhoofd; en hij trok zijn mondhoeken, die toch al opzienbarend laag hangen, nog verder naar beneden. Over de walging waarmee hij op de vraag van de non reageerde zou een mooi klein boekje geschreven kunnen worden, "Over het fronsen van Harvey Keitel'. Zoals hij walgde, daarmee vertolkte hij de scepsis van de zaal - en toch zou hij, vijf minuten later, naar een gehallucineerde Jezus kruipen om vergeving af te smeken.

Dit is een metamorfose zoals die alleen in een tragedie mogelijk is, waar het om het volgen van het bewustzijn gaat. De hoofdpersoon was door het verhaal in een parket gemanoeuvreerd waarin hij de volmaakt willoze speelbal was geworden van de krachten die hij zelf ontketend had. Nu gaat hij er aan. Alles is sterker geworden dan hij en er blijft voor de toeschouwer maar een vraag over: waarom moet ik mij verplaatsen in het levenseinde van een man wiens leven alleen nog maar waardeloos genoemd kan worden.

Geheimzinnig genoeg was het precies Keitels walging die je deed verlangen naar de scène in het gangpad. Het was één van de grote, zeer gedurfde, bijna aanstootgevende ogenblikken die in een bioscoop mogelijk zijn. Zo theatraal is film sinds Pasolini en Fassbinder niet vaak geweest, en zo ontladend.

En daar zitten we nu mee. De beste film van dit moment laat een herinnering na die niet gemakkelijk te erkennen is. Denk de non uit dit drama weg en je houdt iets over dat je radeloos maakt, of op zijn best: murw. We hebben onmiskenbaar Jezus gezien en hij druipt voorlopig op ons netvlies na.