WALDEMAR PAWLAK; "Koud als ijs'

Waldemar Pawlak, 34 jaar oud, was van 5 juni tot 7 juli vorig jaar al premier van Polen - de jongste in de Poolse geschiedenis. Een succes werd het niet, want de leider van de boerenpartij PSL slaagde er wel in het vertrouwen van het Poolse parlement te krijgen, maar tot de vorming van een regering waarvan hetzelfde kon worden gezegd, kwam het niet.

Nu mag Pawlak, politicus, ingenieur en boer - in die volgorde -, het opnieuw proberen, en hoewel president Walesa zijn scepsis over de nieuwe premier en diens linkse coalitieregering bepaald niet onder stoelen of banken heeft gestoken heeft hij nu meer kans van slagen: vorig jaar struikelde hij vooral op de vrees dat zijn persoon (en eerder nog zijn partij) symbool zou staan voor een zekere "recommunisering', een sluipend herstel van de krachten van het vroegere communisme: zijn PSL immers was de opvolgster van de boerenpartij ZSL, die veertig jaar als satelliet- en alibi-partij met de communisten heeft samengewerkt.

Nu wordt die vrees bevestigd, zij het op uitdrukkelijk verzoek van de Poolse kiezers, die op 19 september de ex-communisten en Pawlaks PSL tot de grootste partijen van het Poolse parlement hebben gemaakt en die het zwaartepunt van de Poolse parlementaire politiek aanzienlijk naar links hebben verlegd. Zo is Pawlak ditmasal minder dan vorig jaar "het gezicht van de recommunisering': toen trachtte hij een centrum-coalitie op poten te zetten waarbinnen hij "links' vertegenwoordigde; nu gaat hij een "linkse' coalitie met de ex-communisten aanvoeren waarbinnen hij het centrum vertegenwoordigt. Dat het zegevierende ex-communistische Verbond van Democratisch Links (SLD) niet zelf de premier van de nieuwe regering levert, is juist bedoeld om de vrees voor die recommunisering zoveel mogelijk te sussen.

Pawlak, in 1959 in de provincie Plock geboren en sinds 1984 eigenaar van een boederij van zeventien hectaren in de buurt van Plock, is de architect van de PSL. In 1985 werd hij lid van de ZSL, waarvoor hij in juni 1989, bij de eerste vrije verkiezingen in Polen, in de Sejm, kwam - niet dankzij een werkelijke zege in de stembusslag, maar dankzij de afspraken die tussen het regime en Solidariteit aan de Ronde Tafel waren gemaakt. De ZSL was toen al een gistende partij: veertig jaar van samenwerking met de communisten hadden de leiding èn de partij zelf in diskrediet gebracht. Het was vooral Pawlak, vertegenwoordiger van de ontevreden jongeren in de partij, die de ZSL er in de herfst van 1989 toe brachten eindelijk met de communisten te breken en met Solidariteit in zee te gaan.

Pawlak leidt de Poolse Boerenpartij PSL sinds juni 1991, toen de eigengereide en autoritaire boerenleider Roman Bartoszcze aan de kant werd gezet. Sindsdien heeft hij de oude, uit ZSL-tijden daterende nomenklatoera aan de kant gezet en de kaders binnen de partij drastisch verjongd. Bovendien heeft Pawlak zich - aanvankelijk vaak op agressieve wijze - opgeworpen als de belangrijkste belangenbehartiger van de Poolse boeren, door te pleiten voor gegarandeerde bodemprijzen voor landbouwprodukten, een versoepeling van de kredietmogelijkheden en een beperking van concurrerende invoer uit het Westen. Hij kon daarbij meedogenloos en, zoals het blad Polityka eens concludeerde, “koud als ijs” zijn en is herhaaldelijk bereid geweest de kostbare politieke stabiliteit in Polen op te offeren aan zijn verlangens.

Die door dik en dun volgehouden vastbeslotenheid heeft Pawlak in elk geval politiek geen windeieren gelegd. Bij de verkiezingen van oktober 1991 veroverde de PSL 48 zetels - een fraai resultaat, gezien het bevlekte geweten en de traditionele verdeeldheid van de Poolse boeren. Dat succes was echter niets vergeleken met de beloning die de Poolse boeren Pawlak in september gaven: 132 zetels in de Sejm veroverde de PSL - minder dan de ex-communisten, maar méér dan de hervormers die de afgelopen jaren aan de macht zijn geweest bij elkaar.