Vrijdag 15; Mijnenveld

In een brief aan de Tweede Kamer pleitte de vereniging Kunsten '92 deze week voor één kwaliteitsnet op de televisie en twee op de radio.

Ook liet de vorig jaar naar aanleiding van het omstreden nieuwe Kunstenplan opgerichte spreekbuis van artistiek Nederland weten van mening te zijn dat het wijzigingsvoorstel van de Mediawet dat binnenkort in de Tweede Kamer behandeld wordt "te weinig mogelijkheden voor een goede programmering op het gebied van kunst en cultuur' biedt. De briefschrijvers zouden graag zien dat in de nieuwe Mediawet een bepaling wordt opgenomen die het mogelijk maakt dat omroepinstellingen die uitsluitend een kunstprogramma verzorgen, toegang krijgen tot de kabelnetten.

Een kind begrijpt dat die bepaling er niet zal komen. Tussen de droom van Kunsten '92 en eventuele daden van de politiek ligt in dit geval een mijnenveld van Hilversumse belangen. Iedere aanspraak op zendtijd van derden zal beschouwd worden als een ondermijning van de zo gekoesterde status quo. Het hele omroepbestel mag een anachronisme zijn, gebaseerd op levensbeschouwingen die inmiddels alleen nog tot uiting komen in een passief abonnement op een programmablaadje en het mag bovendien door en door commercieel geperverteerd zijn, de verdediging ervan is tot op heden onwaarschijnlijk succesvol.

Dat neemt niet weg dat Kunsten '92 natuurlijk groot gelijk heeft, evenals de pleitbezorgers van het derde net. Dat kwam er zowaar, in 1988, maar de bestaande omroepen gingen er onmiddellijk mee aan de haal. Nu herbergt het de enige plaatsen van hoop: de NOS en de VPRO. Maar uitgerekend zij bewijzen het gelijk van Kunsten '92. Hun nieuwe, deze maand voor het eerst uitgezonden kunstprogramma's tonen aan dat omroepen vooral in zichzelf geïnteresseerd zijn en niet in kunst.

Roerend goed van de VPRO is pretentieus en dodelijk saai en wordt gemaakt door een meer dan tienkoppige redactie, die kennelijk niets afweet van de hedendaagse kunsten. De parmantige thematische aanpak misstaat een wekelijks magazine over kunst, evenals de krampachtige ernst waarmee het gepresenteerd wordt door Hanneke Groenteman. In plaats van met een hit and run-camera aanwezig te zijn op de Buchmesse, was de Nederlandse Schwerpunkt-presentatie daar slechts verre aanleiding voor een quasi-diepzinnig gesprek met de literatuurcriticus Marcel Reich-Ranicki over zijn plaats als jood in Duitsland. “Joden hebben iets provocerends” wist Groenteman, maar over de plaats van Nederlandse literatuur in Duitsland repte ze met geen woord. En deze week was er een portret van Dirk Bogarde en een studiogesprek met Thérèse Cornips die al zestien jaar met de regelmaat van de klok over haar Proust-vertalingen vertelt.

Misplaatste ernst en ouwe koek bij de VPRO, lolbroekerij bij de NOS. Alleen al de naam van het nieuwe kunstprogramma daar doet je de haren te berge rijzen. Kunstmest heet het. Ten bewijze van het creatief vermogen van programmamakend Hilversum. En van hun dédain voor de kunst.

    • Pieter Kottman