Vrede en nog wat

KUNNEN ALLEEN VREDESENGELEN de Nobelprijs voor de vrede verwerven? Het Comité dat de prijs uitreikt, trekt de grens niet zo nauw. Het gaat het Comité erom de aandacht te vestigen op het verschijnsel vrede. En vrede en verzoening worden nu eenmaal somstijds tot stand gebracht door lieden die tevoren oorlog hebben gevoerd of anderszins een reputatie hebben opgebouwd die niet onmiddellijk aan vrede doet denken. Zo is de Zuidafrikaanse president De Klerk in de Apartheidspolitiek van zijn land groot geworden, en zo vertegenwoordigt Nelson Mandela een organisatie die terrorisme niet heeft geschuwd. Overigens is Mandela zelf langdurig slachtoffer geweest van het geweld van de Zuidafrikaanse staat.

De geschiedenis van de vredesprijs kent voldoende omstreden beslissingen om de keuze voor De Klerk en Mandela geen verrassing te doen zijn. In de herinnering komt het jaar 1973 met de prijs voor Henry Kissinger en Le Duc Tho, respectievelijk de Amerikaanse en de Vietnamese onderhandelaar tijdens de Indochinese oorlog. Een jaar later stuitte het eerbetoon aan de Japanse politicus Eisaku Sato op verontwaardiging. En ook bij de prijstoekenning aan Andrei Sacharov (1975) kon diens vaderschap van de Sovjet-waterstofbom niet ongenoemd blijven.

MAAR GOED, er is niet altijd een Moeder Teresa (1979) of een Aung San Kou Kyi (1991) beschikbaar. De prijstoekenning aan Arafat en Rabin kan in navolging van die aan Sadat en Begin (1978) alvast tegemoet worden gezien.

Het Comité verdient erkenning voor zijn moed vrede als een dynamische grootheid te interpreteren. Vrede zonder verzoening en zonder verbetering van het menselijk lot staat in Oslo niet hoog genoteerd. De prijswinnaars zijn geen engelen, maar feilbare mensen die (soms persoonlijke) risico's durfden nemen om gerechtigheid te bevorderen. Mogelijk moet dat nog eens in de naam van de prijs tot uitdrukking worden gebracht.