Treurige toestanden op verdronken landbouwgrond

ZEERIJP, 15 OKT. Het scheelt niet veel of Bukman schept zijn groene kuitlaarzen vol op de zompige klei bij Zeerijp. De minister van landbouw is op werkbezoek in Noord-Groningen en neemt de bijna verdronken velden van akkerbouwer Jur Huizinga in ogenschouw. Onder zijn voeten verrotten de aardappels die niet meer te rooien zijn en links en rechts hoort hij boeren klagen over kolossale verliezen, negatieve inkomens en acute geldnood. “Zo gaat bij ons het licht uit”, voorspelt boerenleider J. Koning van de noordelijke landbouworganisaties. “Nu al schatten we de schade op bijna honderd miljoen.”

“Tjongejonge, wat een treurige toestand”, mompelt de minister in een microfoon.

Maar als puntje bij paaltje komt, heeft hij de agrariërs weinig te bieden. Ze vragen een financiële regeling om de getroffen bedrijven tegemoet te komen. Liefst een bedrag per hectare ter compensatie van niet afgeleverde produkten nu ruim 20 procent van de aardappeloogst door zware regenval als verloren moet worden beschouwd. Ook dient er "in de fiscale sfeer' iets te gebeuren en bovendien dringt men aan op verhoging van de MacSharry-compensatie, genoemd naar de vorige en hier verguisde landbouwcommissaris van de EG.

Bukman hoort het allemaal aan en vraagt om even te wachten tot de algehele schadebalans is opgemaakt. Vervolgens verwijst hij naar het bestaande beleid, waaronder toepassing van de rijksgroepsregeling zelfstandigen, een ander woord voor bijstand. En dan? “Dan zullen we kijken of we met onze buitengewoon beperkte middelen aan een oplossing kunnen bijdragen.”

Het had volgens de boeren niet schraler gekund. "Koel' en "afstandelijk' zijn de etiketten die hij na zijn vertrek opgeplakt krijgt. “Ziet de man dan niet hoe erg het is?” Voorzitter P. Boonman van de r.k. boerenbond: “Den Haag heeft geld genoeg, als het maar om natuurbouw en landschapsonderhoud gaat.” Er zijn er ook die Groningen en Drenthe tot rampgebied willen uitroepen, maar dat gaat anderen te ver.

Het regent weer de hele dag, waardoor de hoeveelheid hemelwater in oktober een nieuw record bereikt. Nu al, op de veertiende van de maand. Uitgelezen weer, naar het lijkt, om de minister te doordringen van een regionale crisis, die trouwens in de eerste plaats aan de lage prijzen voor aardappels, bieten en graan wordt toegeschreven. “Die prijzen zijn zo abominabel”, zegt Huizinga, “dat er voor ons geen uitweg meer is. En daar komt de overvloedige regen nog bovenop. Alleen al dit seizoen geniet ik een negatief inkomen van twee ton.” Boer Westra: “De prijzen zakken ons, net als de klei, onder de voeten weg.”

Bij zijn collega Otto Nijboer in het veenkoloniale Nieuwediep zit nog voor 400.000 gulden aan fabrieksaardappelen in de grond. Hij vreest ze niet meer te kunnen oogsten. “Elke ochtend kijk je door het raam: wat wordt het voor weer? We voelen ons in de steek gelaten, vooral door het ministerie”, is zijn wrange commentaar. Sina Ottens schetst de minister een dramatisch beeld namens de agrarische vrouwen in het noorden: “Ook vandezomer hadden we u al kunnen vertellen hoe slecht het gaat. De voortdurende spanning, de slapeloze nachten, de ellenlange gesprekken aan de keukentafel. U weet niet hoe hoog de nood aan de keukentafel gestegen is.”

Een afgezant van de tuinbouw doet er nog een schep bovenop: “Ook in onze sector is het een en al treurigheid. Je hoort wel verkondingen dat we zelf onze broek moeten ophouden. Maar de broek is al zover gezakt, dat we hem niet eens meer kunnen pakken.”

Het gezelschap wordt per bus vervoerd, van de veenkoloniën naar Zeerijp in Noord-Groningen. De minister krijgt uitleg bij overstroomde akkers, waar de zware trekkers en rooimachines niet langer uit de voeten kunnen. Handmatige oogst is volgens de boeren onbegonnen werk. Zelfs een bataljon militairen zou geen uitkomst kunnen bieden. Strovelden die er fleurig moeten bijliggen, vertonen een asgrauwe aanblik. “Allemaal verloren”, weet Huizinga.

Op enkele plekken wordt halt gehouden om Bukman en zijn gevolg door het land te laten soppen. Aardige plaatjes voor de visuele media. “Meneer Braks”, roept een fotograaf, “wilt u iets naar voren komen?” Bukman schudt zijn hoofd: “Er zijn er die het nooit leren.”