Topman EZ: verdere besparing energie

AMSTERDAM, 15 OKT. Nederland moet nog zuiniger met energie leren omgaan, anders wordt de doelstelling van de regering om de emissies van het broeikasgas COte verminderen niet gehaald. Versterking van het besparingsbeleid is daarom noodzakelijk, ook al hebben veel ondernemingen door de slechte conjunctuur nu wel andere dingen aan hun hoofd.

Dit zei directeur-generaal drs. C. Dessens voor energie van het ministerie van economische zaken gisteren op een bijeenkomst in de Amsterdamse RAI, georganiseerd door de Gasunie. Dessens herinnerde aan de doelstelling die de regering in het NMP-Plus (nationaal milieubeleidsplan) heeft vastgelegd: een reductie van de Nederlandse CO-emissies in het jaar 2000 met drie tot vijf procent ten opzichte van 1989. Een van de belangrijkste middelen om dat te bereiken is het beleid dat in de nota Energiebeleid van 1990 werd uiteengezet om de doelmatigheid in het energieverbruik tegen de eeuwwisseling met twintig procent te verhogen.

Berekeningen van het ministerie van economische zaken wijzen uit dat, op basis van de bestaande plannen, 85 procent van die doelstelling kan worden bereikt. Meer inspanningen zijn dus nodig, aldus Dessens, en daarover wordt nu overleg gevoerd met alle betrokken partijen. Op het ogenblik zijn met veertien industriële branches meerjarenafspraken gemaakt en zijn met elf andere branches "intentieverklaringen' ondertekend. Met subsidie van het ministerie worden de mogelijkheden voor meer besparingen in kaart gebracht.

Dessens pleitte ervoor energiebesparing te integreren in het management van ondernemingen, zodat het een onderdeel uitmaakt van de kwaliteitszorg net als het milieubeleid. Een goed hulpmiddel is verder het "monitoren' (nauwgezet registreren) van het energieverbruik. Economische Zaken voert ook intensief overleg met andere overheden om de afspraken over energiebesparing tot uitgangspunt te maken voor het verlenen van vergunningen.

Volgens Dessens kan de doelstelling in het jaar 2000 gehaald worden zonder over te gaan op onrendabele investeringen. Als nieuwe technieken die het bedrijfsleven daarbij behulpzaam moeten zijn, noemde hij het installeren van warmtepompen en andere apparatuur voor terugwinning van warmte en het nuttig gebruik van restwarmte. In dat kader wordt ook gewerkt aan de ontwikkeling van nieuwe, kleine gasturbines.

De Gasunie, die bij deze technische vernieuwing een adviserende rol speelt, presenteerde gisteren in Amsterdam de eerste resultaten van haar Milieu Plan Industrie. Drie jaar geleden begon Gasunie met dit plan en nu zijn er 215 industriële projecten afgerond dan wel in behandeling. Daarin zijn 32 projecten in de papier- en kartonbranche en 96 projecten in de zuivelindustrie inbegrepen. Samen vertegenwoordigen de 215 projecten ruim 40 procent van het totale aardgasverbruik door de Nederlandse industrie.

Ir. J.W.M. van Rijnsoever van Gasunie zei dat bij het onderzoek veel eenvoudige en goedkope mogelijkheden worden ontdekt voor energiebesparing. Een ander belangrijk hulpmiddel waarmee de regeringsdoelstellingen kunnen worden bereikt, is volgens Van Rijnsoever meer toepassing van warmte-krachtkoppeling (centrales voor gecombineerde elektriciteits- en warmte-opwekking). Veelal werken grote ondernemingen hierbij samen met energie-distributiebedrijven. Rijnsoever zei dat de kosten echter zo hoog zijn dat het onzeker is of de industrie de benodigde investeringen zal doen.