Toch publieke financiering verbinding Westerschelde

MIDDELBURG, 15 OKT. Minister Maij-Weggen (verkeer en waterstaat) heeft Zeeland toestemming gegeven te onderzoeken of de Westerschelde-oeververbinding met overheidsfinanciering kan worden aangelegd. Tot nu toe wilde de minister dat Zeeland de oeververbinding via private financiering zou uitvoeren.

Volgens gedeputeerde J. Hennekeij is de financiële haalbaarheid van de oververbinding met de toezegging van Maij-Weggen vergroot. Zeeland probeert al ruim dertig jaar een oeververbinding te realiseren, maar steeds is er te weinig geld. De provincie heeft twee groepen aannemers uitgenodigd offertes in te dienen voor de bouw van de vaste oeververbinding. Beide groepen kozen voor een geboorde tunnel. Een keus die goed uitkomt, want België heeft bezwaren tegen de aanleg van een brug-tunnel waar eerder vanuit werd gegaan. De bouw van een geboorde tunnel over het traject tussen Ellewoutsdijk en Terneuzen is echter aanmerkelijk duurder. Het provinciebestuur verwacht dat daarvoor 1,3 miljard gulden moet worden geïnvesteerd, terwijl de brug-tunnel ongeveer 800 miljoen gulden zou kosten.

Gedeputeerde Hennekeij heeft tot januari volgend jaar de tijd om de mogelijkheden van overheidsfinanciering te onderzoeken. Dan moet hij de minister een definitieve keus voor de financiering voorleggen. De financiering is niet de enige zorg van Zeeland als het gaat om de uitvoering van de oeververbinding. De provincie wordt dwarsgezeten door de gemeente Borsele die weigert mee te werken aan de komst van de vaste verbinding. Borsele is tegen het gekozen tracé van de verbinding tussen Ellewoutsdijk en Terneuzen, dat over het grondgebied van de gemeente loopt. Toen Borsele weigerachtig bleef, dwong Zeeland de gemeente tot medewerking. De zaak ligt bij de Raad van State, die naar verwachting begin december uitspraak doet. Als Borsele wint, betekent dat het einde van de oeververbinding. Er zou een nieuw tracé moeten worden gekozen, en dat kost jaren wegens alle procedures. Die tijd is er niet meer. De veerboten over de Westeschelde mogen tot het jaar 2000 in de vaart blijven. De vaste oeververbinding moet dan klaar zijn. Is ze dat niet, dan moeten er miljoenen op tafel komen voor modernisering van de vloot.