Stikstof

Oude-bomendag met Frits van Beusekom. Een waanzinnig gespierde taxus in De Steeg. Twee zomereiken en een wintereik op Beekhuizen. Twee tamme kastanjes op Zijpendaal. Een "duizendjarige' den en de wodanseiken in Wolfheze. En een reusachtige laan met beuken in Doorwerth.

Dit stamt van eeuwen her, dit is het meest doorwrochte leven dat je denken kunt, dit is persoonlijkheid in hout. Je voelt eerbiedig aan de bast en kijkt omhoog. Bizar en machtig vloeit een boom de hemel in. Als deze valt, dan duurt het vijf maal honderd jaar voordat er weer zoéén zal staan. Zo ooit.

Het wodanseikenbos: de sprengen droog, de kruinlaag veel te licht, geen hengel meer en bijna ook geen kamperfoelie meer; in plaats daarvan een woekering van braam en lijsterbes. Wat hier ontstaat noemt Frits een stikstofbos.

In elke windvlaag, alle regenval zit mest. De diepste regulatie van het bos is aangetast. Wat oud en duurzaam is, wat langzaam groeit en matigheid betracht, dat wordt opzijgezet door profiteurs, kortstondig hout dat met de ellebogen werkt. De oude adel gaat ten onder in het plebs en uit dit plebs komt nooit een nieuwe adel voort.

"En dan praten we', zeg ik, "nog niet eens over het lawaai van de A50.'

"Want nee', zegt Frits, "we klagen niet, we constateren alleen.'

Dan lachen we. Is dat niet vreemd?

    • Koos van Zomeren