Schilder Anthonie van Dijck verdient betere documentaire

Lessen in schoonheid, Antoon van Dyck, Ned. 3, 23.11-00.08u.

Antoon (ook wel Anthonie van Dijck 1599-1641) geldt als een van de meest begaafde portretschilders die de kunstgeschiedenis heeft voortgebracht. In Antwerpen tot ontwikkeling gekomen onder hoede van Hendrick van Balen en - later - Peter Paul Rubens, wordt Van Dijck wel gezien als de opvolger van laatstgenoemde. Hij werd door Karel I aangesteld als hofschilder en bracht een groot deel van zijn carrière in Engeland door waar hij de vorst en diens adelijke entourage vereeuwigde. Een co-produktie van BRTN en NOS heeft geresulteerd in een documentaire over Van Dijck. De titel Lessen in schoonheid doet reeds vermoeden dat regisseur Stefaan Decostere niet heeft willen volstaan met een rechtlijnig informatief overzicht van leven en werk van de meester. En inderdaad; vanaf de openingsbeelden - de kijker vraagt zich even af of dit het beloofde programma wel is - wordt duidelijk dat de regisseur een originele vorm voor de documentaire heeft willen vinden. Hij laat schilderijen van Van Dijck een: “confrontatie aangaan” met installaties van Lili Dujolie en heeft een sober commentaar in laten spreken waarin nietige stukjes informatie worden afgewisseld met bloemrijke bespiegelingen. Het naast elkaar plaatsen van oude en moderne kunst kan, hoewel succesvolle toepassingen schaars zijn, tot boeiende resultaten leiden. Zo niet bij Decostere. De bijdrage van de door Dujolie vervaardigde installaties - veel televisietoestellen vooral - is weinig meer dan een videoclip-achtige beeldgrap. Naast Italiaanse sfeerplaatjes (Van Dijck bezocht Genua en Rome) is de regisseur op een van de lokaties met vuur en een rookmachine in de weer geweest. Dergelijke visuele oprispingen zijn vooral storend omdat ze uit de pas lopen met de rest van de documentaire. De experimentele lijn is niet doorgetrokken. Als achtergrondmuziek is gekozen voor mooie, maar voorspelbare barokmuziek. Waar blijft, om maar eens wat te noemen de documentaire die boerenscènes van Brueghel door de Achterhoekse rockgroep Normaal laat begeleiden? Decostere heeft niet kunnen kiezen tussen een persoonlijke, subjectieve kijk op zijn onderwerp en een afstandelijke, meer informatieve aanpak. Ook de teksten hebben onder die tweespalt te lijden. De stem van Johan Lijsen rept over “het absorberend donker van stille hoeken” en mompelt pseudowijsheden als: “tussen het lage standpunt en het oog in oog staan, bepaalt Van Dijck zijn verhouding tot de geportretteerde”. Bij verschillende passages is niet duidelijk of de mening van de regisseur danwel die van Van Dijck geventileerd wordt. En dan zijn er nog onjuistheden, zoals de bewering dat Londen zich in de tijd van Van Dijck ontwikkelde tot “één van de belangrijkste kunstcentra van Europa”.

Antoon van Dijck verdient een betere documentaire.

    • Erik Spaans