Rust en aandacht voor het bejaarde paard

Zaterdag 16 oktober vanaf ca 13u Open Dag in "De Paardenkamp'. Birkstraat 96, Soest. Secretariaat: Prins Bernhardlaan 46, 3761 AC Soest. Tel 02155-25462. De boerderij is dagelijks geopend van 10-16u. Toegang en rondleidingen gratis.

Er wordt nooit meer op ze gereden, ze hoeven geen orgel-, melk-, of schillenkar meer te trekken, geen pirouettes meer in het circus te draaien. Voor het tweespan Lena (25) en Tonnie (24), Bontje (37), Pedro (30) en het dressuurpaardje Iwanda (26) zit het werk erop. Bontje ziet er misschien wat rafelig uit en is na twintig jaar melkbussenvervoer in Aalsmeer stram in de benen geworden, Iwanda heeft nauwelijks meer een goede kies in haar mond en staat de hele dag te zuigen op hooi en gras: naar de slager gaan de 56 paarden en pony's die op het rusthuis voor paarden "De Paardenkamp' in Soest wonen niet. Nooit.

Het abattoir is uit den boze. “Als ze pijn gaan lijden, laten we ze inslapen”, zegt Reinier van Valkenhoef, al veertien jaar werkzaam bij De Paardenkamp. Van Valkenhoef schenkt koffie uit paardenmokken en leidt me rond door de ruime stallen, langs de ziekenboeg en over het land bij de boerderij. Spierwitte schimmels en grijze vossen met ingevallen oogkassen verwelkomen hem hinnikend. Snuiten worden geaaid, tranende ogen en passant schoongeveegd. De Shetlander Nellie (22), twee jaar geleden vanwege ernstige verwaarlozing door de dierenbescherming in beslag genomen in Heerenveen, krijgt in haar kraal met kippen een pluk hooi. Nellie staat niet alleen op dieet omdat ze te vet wordt: toen ze bij De Paardenkamp kwam, had ze hoeven die als klompen omhooggroeiden. Zwaar "bevangen' was ze. Nu bekapt de smid iedere zes weken haar voeten, maar met jong gras in de lente of brood voerende bezoekers, zegt Van Valkenhoef, staat Nellie meteen weer kreupel.

Zwenkend om de plassen op het terrein, peilt hij zorgelijk de loodgrijze hemel waaruit de regen ongenadig blijft neervallen. “Als het vrijdag maar goed weer is, dan komen de mensen zaterdag wel”, weet hij. Morgen is het open dag op De Paardenkamp, het halfjaarlijkse evenement waarbij nieuwe "oudjes' in het bijzijn van donateurs en andere belangstellenden worden "ingehaald'. Deze zaterdag zijn dat er vier. Het rusthuis zit dan met zestig paarden tjokvol.

De Paardenkamp in Soest is het oudste van de drie rusthuizen voor paarden die Nederland telt. De stichting werd in 1962 opgericht door C.J. 't Hart en bedruipt zichzelf met donaties, legaten en spontane inzamelacties van het publiek. In totaal telt men nu ongeveer tienduizend donateurs. “Maar het mogen er wel 15.000 worden”, zegt Van Valkenhoef. Voor geen enkel paard op De Paardenkamp wordt pensiongeld betaald. “Voordat we een dier opnemen, tekenen de eigenaren een document van overdracht. Dat betekent dat vanaf dat moment de stichting verantwoording draagt.” Voorwaarden voor opname is dat de paardenbezitter, à raison van vijftien gulden per jaar, donateur van de stichting is. Men mag zelf bepalen hoeveel geld extra aan De Paardenkamp wordt overgemaakt. “Wat wij zien is dat degenen die het het beste kunnen missen, vaak het minste geven”, zegt Van Valkenhoef.

Alleen door donateur te zijn, kan een eigenaar zijn paard op de wachtlijst van het rusthuis plaatsen. En die wachtlijst is lang. Tweehonderddertig gezonde kandidaten van twintig jaar en ouder staan er nu op. Omdat op De Paardenkamp bijna uitsluitend via natuurlijke doorstroming plaatsen vrijkomen op stal, betekent dat een wachttijd van ongeveer vijf jaar.

Mede daarom zijn de afgelopen jaren in Zeeland en Brabant twee andere tehuizen voor bejaarde paarden opgericht. Ook worden eigenaren weleens naar particuliere adressen doorverwezen. “We drukken ze wel altijd op het hart eerst zelf het adres te controleren”, zegt Van Valkenhoef. “De Paardenkamp draagt namelijk geen verantwoording.” Maar zo catastrofaal als het onlangs afliep met het paard Favoriet, hoopt niemand bij de stichting nog eens mee te maken. Een week nadat de eigenaar het oude, maar nog steeds mooie rijpaard naar een particulier in Rossum had gebracht, was het dier verdwenen. “Favoriet leed aan een hoefziekte, en is waarschijnlijk met een peessnede weer aan de praat gebracht en doorverhandeld”, zegt Van Valkenhoef. “Met zo'n snede loopt een paard weer als een kieviet, al loopt hij zich wel helemaal kapot.” De oude eigenaresse liet het er niet bij zitten, ondernam zoekacties naar haar paard - tot nu toe vergeefs - en spande een proces tegen de Brabander aan.

Toen Van Valkenhoef begon bij het rusthuis was er een kleine wachtlijst van twintig à dertig paarden. “De oprichter, Cornelis 't Hart die vijf jaar geleden overleden is, heeft het tij meegehad. Het was de tijd dat het met de werkpaardjes in de grote steden gedaan was. Stuk voor stuk doekten de groenteboer, schillenman, melkboer en voddenman hun wijk op. De dieren werden ingeruild voor gemotoriseerd materieel.” 't Hart wist als geen ander de kunst de gevoelens van het publiek te bespelen. Met uitgekiende publiciteitscampagnes in stadsbladen, de steun van de dierenbescherming in Soest en sentimentele artikelen die soms door de geredde paarden "geschreven' waren, werd hij met zijn rusthuis bekend bij een groot, vooral randstedelijk publiek. Zo deed de mismaakte shetlander Bobbes verslag van zijn miraculeuze redding uit het Hilversumse abattoir en ook Corrie uit Markelo, de allereerste "paarde-AOW'er' beschreef hoe ze op De Paardenkamp werd binnengehaald ("Het vrouwtje stond maar met haar zakdoek te wrijven en de baas keek of hij werd gedecoreerd').

De afgelopen drie decennia heeft de stichting stallen bijgebouwd, hooi- en weilanden opgekocht, vlak achter de boerderij maar ook verderop aan de weg naar Amersfoort. Daar staan de gezonde paarden. De "slechte' blijven op de boerderij. Zoals het oude springpaard Senator (29). Toen hij zeven jaar geleden naar de Paardenkamp kwam, was hij een "wilde' en had veel beweging nodig. Maar met dit weer mag hij nu het land niet meer op. De kou kruipt hem dan zo in de botten dat hij geen stap meer kan zetten. “Hij was dominant in het begin en dreef alle andere paarden in de hoek”, zegt Van Valkenhoef. “Dat is er inmiddels af. Hij is milder geworden. Dat heb je als ze ouder worden.”

    • Lucette ter Borg