Regisseur Lucas Vandervorst over de onspeelbaarheid van Musils De Fantasten; Rechtlijnigheid is iets voor dictators

"De fantasten' van Robert Musil is een extreem lang en volgens velen onspeelbaar toneelstuk. Is de integrale opvoering door het Antwerpse gezelschap De Tijd, die vanaf maandag in Nederland is te zien, literatuur of theater? Een gesprek met regisseur Lucas Vandervost over zijn afkeer van Grote Gevoelens, over intellectualisme en over Musil.

De fantasten gaat op 18 en 19 oktober in de Rotterdamse Schouwburg, aanvang 19 uur. Daarna tournee t/m 27 november. Informatie over de speelkalender: 020-6264545.

Met in zijn hand een zak broodjes, zijn maaltijd voor vanavond, wandelt regisseur Lucas Vandervost het Antwerpse cultuurpaleis DeSingel binnen. Nog even en dan begint de voorstelling, die ruim vijf uur zal duren, tot iets na middernacht. Vandervost, artistiek leider van het Vlaamse toneelgezelschap De Tijd, is een groot bewonderaar van De fantasten. Twee jaar geleden bracht De Tijd dit complexe stuk van Robert Musil al op de planken in de vorm van een scenische lezing. Nu probeert Vandervost er een volwaardige theatervoorstelling van te maken.

“Vergeleken met het werk zelf is een interview altijd minderwaardig”, zegt hij, en in zijn stem klinkt spijt en weerzin. “Ik voel me een verrader. Er zijn dingen die aandacht moeten krijgen door erover te zwijgen. Dat geldt dubbel en dwars voor een mystiek werk als De fantasten. Hoe kan ik nu over het onzegbare praten?”

“Niemand doet wat hij wil. Dat is het grote gevaar van deze tijd”, meent Vandervost. Kijk maar naar hem. Daar zit hij dan te praten, tegen zijn zin en toch op grond van een zelfgemaakte keuze. Hij had het gesprek immers ook kunnen weigeren. Het is alsof hij met zijn dilemma het probleem illustreert waarmee alle personages bij Musil worstelen. Een citaat uit De fantasten: “Ieder mens komt op de wereld met krachten die hem in staat stellen om de meest uitzonderlijke ervaringen op te doen. Je bent aan geen wetten gebonden. Maar dan laat het leven je voortdurend kiezen tussen twee mogelijkheden, en voortdurend voel je: één is er niet bij; voortdurend die ene, ongedachte derde mogelijkheid. En je doet wat je wilt en je hebt nooit gedaan wat je wilde.”

In De fantasten zitten zeven mensen in een landhuis bij elkaar. Ze komen uit een academisch milieu en vier van hen zijn jeugdvrienden. Oppervlakkig gezien gaat het drama, dat heel conventioneel rond twee driehoeksverhoudingen is opgebouwd, over liefde en vriendschap, trouw en ontrouw, leugens en verraden idealen. Maar Musil spreekt geen moreel oordeel over deze kwesties uit. Hij laat de oude ethische waarden achter zich, hij zoekt niets minder dan de nieuwe mens. De vier jeugdvrienden, de eigenlijke fantasten van het stuk, willen in een wereld leven waarin de grenzen tussen het Ik en zijn omgeving zijn vervaagd. Liever blijven zij schimmig en ongrijpbaar dan dat ze zich op één visie laten vastpinnen. Ze verafschuwen de eendimensionale mens.

Is Lucas Vandervost zelf net zo'n fantast? In elk geval laat hij zich zelden tot inhoudelijke uitspraken verleiden. In zijn enscenering houdt hij zich eveneens op de vlakte. “Het zou wel heel dom van me zijn om het publiek één interpretatie op te dringen”, zegt hij. Met zijn terughoudende aanpak maakt hij het de toeschouwers niet gemakkelijk. Wie gewend is aan spektakel zal zich snel vervelen. 'De Tijd speelt toneel', luidt de slogan waarmee zijn gezelschap zich afficheert. Die slagzin heeft iets provocerends, want we zien geen mensen van vlees en bloed, maar constructies, die de prachtigste volzinnen produceren. Het is maar de vraag of je een dermate literaire gebeurtenis toneel kunt noemen.

Is De fantasten dan toch een onspeelbaar stuk, zoals zo velen beweren? Een feit is dat het zelden wordt vertoond. In Berlijn, vierenzestig jaar geleden, flopte de première van Die Schwärmer die de schrijver zelf heeft meegemaakt. Het duurde tot 1980 voordat het stuk opnieuw te zien was, dit keer bij het Weense Burgtheater. Aangemoedigd door het Weense succes waagde Peter de Baan zich hier te lande drie jaar later, in het kader van het Holland Festival, aan een opvoering van De fantasten. In 1990 volgde er nog een halfslachtige poging bij De Balie. Ook Lucas Vandervost beschouwde De fantasten aanvankelijk alleen als een leesstuk. Pas toen bleek dat het publiek minder afwijzend op de lezingen reageerde dan hij gevreesd had, besloot hij dat een echte enscenering ook mogelijk moest zijn.

Bij de rampzalige première in Berlijn had de regisseur de tekst tot éénvijftiende van het origineel ingekort. Nog steeds roepen sommigen dat er in het stuk gesnoeid moet worden. Maar Lucas Vandervost zou niet weten welke zinnen hij moest schrappen. “Musil past de strategie toe dat iedereen elkaars woorden overneemt, waardoor men zichzelf gaat tegenspreken. Alleen heb je dat niet meteen in de gaten. Door de herhalingen kom je in een trance. Het is als in een klooster: wie vijf uur naar het gezang van de monniken luistert gaat in God geloven.”

Panopticum

Een veelgehoord bezwaar is dat het stuk ontoegankelijk zou zijn. Maar Vandervost beschouwt die geslotenheid juist als een kwaliteit. “Hermetisch betekent over het algemeen: de tekst niet n kunnen. Bij Musil betekent het: je kunt er niet meer ut. Zo'n hermetisch stuk kan ook heel mooi zijn. Mij gaat het nooit om het antwoord maar om de vragen die je stelt.”

Hij ergert zich aan theatermakers die op elke vraag een antwoord hebben. Rechtlijnigheid is iets voor dictators, vindt hij, en het vertoon van grote gevoelens op het podium ziet hij als een ontoelaatbare vorm van manipulatie. Ook hier volgt hij de voetsporen van Robert Musil. Die vond in het theater van zijn tijd geen hartstochten, 'maar hartstochten spelende acteurs, geen mensen maar spiegelmensen en de magie van een panopticum van horenzeggen.' Musil pleitte voor een "theater zonder eigenschappen', waarin het nadenken over geestelijke waarden belangrijker is dan het uitbeelden van vastomlijnde karakters. Vandervost: “Een mengeling van oppervlakkige, zwaar overtrokken emoties en een flinke dosis moralisme moet tegenwoordig voor politiek engagement doorgaan. Onder engagement versta ik iets anders. Ik vind De fantasten politiek geëngageerd, omdat het een moeilijkheidsgraad bezit die niet door slogans en niet door eerstegraads emoties te begrijpen valt. Dat lokt bewustzijn uit en dat is hard nodig vandaag de dag.”

De regisseur herkent zichzelf niet alleen in de overbewuste fantasten, maar ook in detective Stader, de van filosofie bezeten burgerman, die slechts napraat wat hij bij anderen heeft gelezen. “Ik val telkens in dezelfde kuil als hij. Alleen zie ik mijn belachelijkheid eerder in, dankzij De fantasten.” En wat heeft hij aan dat inzicht? “Inzicht verwerven is voor mij de enige drijfveer om door te gaan met theatermaken.” Maar kom je via andermans denkbeelden wel tot zelfinzicht? Ach, zegt hij, uiteindelijk boeit de zoektocht naar authenticiteit hem maar matig. Zijn vragen zijn van fundamenteler aard. Waar houdt de waarheid op en begint de fantasie? Over zulke vragen loopt hij dagenlang te piekeren.

Vandervost hecht waarde aan een programmering waarbij de afzonderlijke produkties stilistisch en inhoudelijk op elkaar aansluiten. Zo beschouwt hij Botho Strauss, aan wie De Tijd vorig seizoen een complete trilogie opdroeg, als een geestverwant van Musil. En Musils fascinatie voor het onzegbare is volgens hem terug te vinden in het symbolisme van Maurice Maeterlinck, wiens Pelléas en Mélisande voor de tweede helft van dit seizoen op het programma staat.

De leider van De Tijd heeft slechts één produktie gemaakt waarin de tekst een ondergeschikte rol speelde: Het offer, een voorstelling voor kinderen. Gewoonlijk gaat zijn voorkeur uit naar werken met een minimum aan handeling en een maximum aan woorden. “Een toneelstuk ontroert mij blijkbaar altijd via de tekst”, constateert hij. Ontroering en literaire analyse - het lijkt een tegenstelling, maar dat is niet zo. Robert Musil streefde zijn leven lang naar een synthese tussen gevoel en intellect, naar een "klaarlichte mystiek', die in zijn ogen alleen via de grootste artistieke nauwkeurigheid bereikt kon worden. Lucas Vandervost zoekt als regisseur precies hetzelfde. “Intellectualisme”, zegt hij, “is niet het ontkennen van gevoeligheid. Het is een vorm van gevoeligheid. Dáár gaat De fantasten over.”