Rechtbank geeft houders van obligaties Fokker gelijk

AMSTERDAM, 15 OKT. Fokker is gisteren voor de Amsterdamse rechtbank in het nauw gedreven om een obligatielening van 150 miljoen gulden vervroegd af te lossen.

Uit een vonnis van de president van de rechtbank mr. R. C. Gisolf blijkt dat De Centrale Trustcompagnie, een dochter van Fokkers huisbankier ABN Amro, ten onrechte de eis heeft genegeerd van obligatiehouders Fokker, die vervoegd hun geld willen terughebben.

De Centrale Trustcompagnie heeft zich afgelopen zomer drie keer verzet tegen het vervroegd opeisen van de 150 miljoen gulden door de obligatiehouders. Zowel Fokker als ABN Amro had er geen enkele baat bij de financiële positie van de vliegtuigbouwer in tijden van laagconjunctuur in de luchtvaart verder te ondermijnen door de obligatiehouders vervroegd 150 miljoen terug te betalen. Namens de Vereniging van Effectenbezitters (VEB) meenden de obligatiehouders echter volledig in hun recht te staan met hun eis, aangezien door de overname van Fokker door het Duitse Dasa de voorwaarden waaronder Fokker de lening indertijd had afgesloten niet meer rechtsgeldig waren. Gezien de lage rente op de obligaties en de ongunstige conversiekoers van 51 gulden om de obligaties om te wisselen in aandelen wilden zij van hun stukken af. Zeker tegen de achtergrond dat de koers van het aandeel Fokker momenteel rond de 21 gulden schommelt.

Herhaaldelijk hebben de obligatiehouders de afgelopen zomer daarom aangedrongen op gunstiger voorwaarden dan de huidige 4,75 procent rente die nu op de waardepapieren wordt uitbetaald. Ook werd gevraagd om een lagere conversiekoers om de obligaties aantrekkelijker te maken. Maar in beide gevallen gaf Fokker geen krimp. Daarop besloot de VEB namens de obligatiehouders naar de rechter te stappen. Vervolgens sprak mr. R. C. Gisolf vonnis. De Centrale Trustcompagnie werd gisteren opgedragen een nieuwe obligatiehoudersvergadering uit te schrijven over de achtergestelde lening aan de vliegtuigbouwer.

In de nieuwe vergadering moet volgens Gisolf met een gewone meerderheid van stemmen een besluit worden genomen over het vervroegd opeisen van de lening. van 150 miljoen. Op de laatste, door de VEB uitgeschreven, vergadering lieten houders van 42.300 obligaties weten vóór vervroegde opeising te zijn. Eerder hadden de stichting Aandelenbezit Fokker-personeel en het pensioenfonds Delta Lloyd zich samen met 39.190 obligaties tegenstander verklaard. Mr. R.A.E. de Haze Winkelman, directeur van de VEB, verwacht dat op de straks te houden vergadering tot vervroegde opeising zal worden overgegaan. “De stemverhouding op de laatste twee vergaderingen was duidelijk. We hebben geen enkele indicatie dat hierin verandering is gekomen.”