PLO-akkoord als inspiratiebron voor Cyprische kwestie

Na de val van de Berlijnse muur was het vooral de Grieks-Cyprische president Vasiliou die verkondigde dat het hoog tijd werd, nu ook een einde te maken aan de "groene lijn' die een andere Europese hoofdstad, Nicosia, en de rest van Cyprus verdeelde. “Als de Berlijnse muur kan worden afgebroken, dan moet dan ook kunnen met de Groene Lijn”, was de boodschap waarmee hij diverse hoofdsteden langsreisde. De Turken, enigszins in het defensief gedrongen, betoogden dat er een hemelsbreed verschil bestond tussen de Berlijnse muur en de Groene Lijn op Cyprus: de eerste veroorzaakte scheiding binnen een volk, de tweede hield twee volken ut elkaar. De "Berlijnse conjunctuur' verstreek en een oplossing voor Cyprus kwam er niet.

Het akkoord tussen Israel en de PLO geeft lucht aan nieuwe stemmen die roepen: als er een oplossing kan worden gevonden voor het diepgewortelde conflict tussen joden en Palestijnen, moet dat ook kunnen voor dat tussen Grieken en Turken op Cyprus, vooral nu ook het strategisch belang van het eiland afneemt. En ditmaal zijn het vooral de Turken die van harte bijvallen.

“Een oplossing voor Cyprus is dringend geboden”, verklaarde de Turkse premier mevrouw Tansu Ciller. En de gerenommeerde commentator van het grootste dagblad Sabah, Ali Birand, schreef spitsvondig dat het akkoord van Washington een inspiratie oplevert voor een oplossing op Cyprus, omdat het Israeliërs en Palestijnen scheidt, “zoals ook wij de scheiding van de twee bevolkingsgroepen op Cyprus nastreven.”

Voor Athene gaat het Cyprus-probleem niet tussen Grieks- en Turks-Cyprioten, maar tussen een soevereine staat, Cyprus, die door een andere, Turkije, is aangevallen en gedeeltelijk bezet. Het akkoord van Washington vermag de Grieken niet sterk te "inspireren' zolang het geen garanties inhoudt op een opgeven door Israel van veroverd grondgebied en vooral op een terugkeer van de vluchtelingen.

Wanneer men dit in aanmerking neemt, biedt het akkoord van Washington weinig perspectief op een spoedige oplossing van de Cyprus-kwestie, ook al zal hier de Amerikaanse president zijn bemiddelende rol willen continueren. Er is echter een ander conflict in het Midden-Oosten, dat grotere overeenkomsten vertoont met dat tussen Israel en de PLO, en dat tot een oplossing zou kunnen komen wanneer beide zijden het Washingtonse akkoord tot uitgangspunt zouden nemen.

Het gaat om de strijd tussen Turkije en de PKK, de Arbeiderspartij Koerdistan, die nu ruim negen jaar duurt en elk jaar aan beide zijden meer slachtoffers eist. Er zijn allerlei parallellen: Ankara betoogt, zoals Tel Aviv tot voor kort, dat het niet met deze organisatie kan onderhandelen omdat zij terroristisch is en onschuldige burgers vermoordt. En de PKK ziet Ankara als centrum van een "imperalistische' staat die grote delen van Koerdistan bezet houdt en exploiteert, en tienduizenden burgers van huis en haard verdrijft.

Nog een parallel: zoals de Koerdische identiteit tot voor kort door Ankara niet werd erkend, zo bestonden de Palestijnen als zodanig niet voor Israel. “Palestijnen? Er bestaan geen Palestijnen”, zei premier Golda Meir na de Zesdaagse Oorlog in 1967. In de Turkse erkenning van de Koerden zijn de laatste jaren, mede onder invloed van wijlen president Özal, grote vorderingen gemaakt. PKK-leider Abdullah Öcalan is echter voor de Turken nog altijd de terrorist bij uitstek, ook al nemen Turkse kranten en zelfs de televisie met graagte vraaggesprekken met hem op en wil de Turkse pers langzamerhand wel toegeven - zoals ook de indruk is van ieder die het zuidoosten van Turkije bezoekt - dat de bevolking zich door de PKK voelt uitgedrukt, terrorisme of geen terrorisme.

Een derde parallel: zoals de PLO in Israel, moet ook de PKK in Turkije rekening houden met fundamentalistisch islamitische stromingen. De strijd voor een Koerdische natie zou zich, net als in de grote Koerdenopstand van 1926, kunnen vermengen met die voor een herstel van de islamitische theocratie.

Dezer dagen heeft Öcalan in de Beka-vallei, waar hij door Syrië nog steeds wordt geduld, een persconferentie gehouden, waarin hij escalatie van de strijd in Turkije aankondigde. Hij waarschuwde investeerders dat het Koerdische verzet zich op zou richten tegen oliepijpleidingen, en toeristen (Griekse uitgezonderd) dat zij het slachtoffer zouden kunnen worden van aanslagen, in het bijzonder langs de Middellandse Zee. Komend voorjaar zouden hele districten zijn bevrijd en de Koerdische troepenmacht zijn uitgebreid van 15.000 tot 30.000. Bases in Syrië waren dan niet meer nodig, zo zei hij, de strijd kon uit Turks Koerdistan worden gevoerd.

Ankara op zijn beurt zal wel weer extra scherp regeren met de verkondiging dat de bandieten op korte termijn onschadelijk moeten worden gemaakt om te verhinderen dat ze volgende lente weer met moorden beginnen. Het zal weer niet lukken. En de vraag komt op: kan men in dit geschil niet eens 10, 20 jaar overslaan om meteen in de vredelievende eindfase te komen waarin Israel en de PLO onverwacht zijn geraakt?

De gedachte “terrorisme mag niet lonen” kan men beter laten varen. De geschiedenis leert dat terrorisme loont als het wordt bedreven door bewegingen met massale aanhang. De ontstaansgeschiedenis van Israel zelf spreekt boekdelen. Ierland en de IRA leveren een ander voorbeeld: geruchten over "indirecte' onderhandelingen met laatstgenoemde beweging lopen sinds kort.

Wanneer men zich in Ankara zou bezinnen op het hele verloop van het conflict tussen Israel en de PLO - maar ook op dat tussen Engeland en de terroristische Mau Mau, waarvan de leider Kenyatta na onderhandelingen algemeen gerespecteerd president van Kenia werd - dan zou men op het stoutmoedige idee kunnen komen: waarom verhaasten we deze keer dat proces niet eens, al was het alleen om duizenden mensenlevens uit te sparen?

Prestigeverlies? Maar Ankara boekt in de huidige situatie maximaal prestigeverlies door steeds weer "de laatste slag' tegen de PKK aan te kondigen, waarna de strijd zich verhevigt. Het ziet steeds meer eigen strijdkrachten gebonden in het zuidoosten. En het moet zich gaan verdedigen tegen de beschuldiging, het begin van genocide te volvoeren. Door onderhandelingen te beginnen met Öcalan, die zich hiertoe meermalen bereid heeft verklaard, zou men één van de zeldzame voorbeelden leveren van het trekken van lering uit de geschiedenis. Maar wie weet, zijn zulke onderhandelingen - geheime dan natuurlijk - al ergens aan de gang.

De auteur is medewerker van NRC Handelsblad.

    • Frans van Hasselt