Op pad met de gevreesde èn verlegen W.F. Hermans

Postema op pad: W.F. Hermans in Brussel, RTL4, 21.30-22.25u.

Voor het eerst is echt zichtbaar wat we al zo lang konden vermoeden: dat W.F. Hermans eigenlijk een beetje een verlegen man is, die zichzelf een houding geeft met veel praatjes en verhalen en getier. Hij lacht te veel en te hard. Hij heeft een hele lijst met onderwerpen en anekdotes bij zich zodat hij steeds iets te vertellen zal hebben - zijn verontwaardiging ligt blijkbaar niet voor het grijpen. Er gaat iets roerends uit van deze voorbereiding, van dit gelach, van de manier waarop hij zijn best doet onderhoudend en snijdend en dodelijk te zijn. De manier waarop hij probeert W.F. Hermans te zijn, de gevreesde.

Koos Postema, die met de schrijver "op stap' is, heeft zich al evenzeer voorbereid, en al haalt hij zijn lijstje met vragen niet in beeld te voorschijn, je hoort hem als het ware voorlezen. “Welk boek vindt u nou uw beste boek? Dat moet toch Nooit meer slapen wezen zou ik denken.” Maar Hermans wil wel eens een recentere titel naar voren brengen: Een heilige van de horlogerie. Een miskend boek, zegt hij. De hoofdpersoon, die al zijn zorg en aandacht besteed aan het opwinden van 1473 klokken, is "mijn meest gelijkende zelfportret'.

Verschillende Nederlanders en Nederlandse toestanden en gewoonten krijgen een veeg uit de pan tijdens de wandeling die Hermans en Postema door Brussel maken. Over Door gevaarlijke gekken omringd zegt hij: “Hier staat veel in over Piet Grijs, dat is een afschuwelijke idioot die in Nederland rondloopt.” Het is niet bepaald een verpletterend commentaar. Ook over andere schrijvers weet hij niet echt dodelijk te worden, al nodigt Postema hem daar nog zo toe uit. Mulisch heeft het idee voor De ontdekking van de hemel natuurlijk afgekeken van Hermans, want die had al een engelbewaarder. Mulisch zou eens moeten zeggen: “Ik heb van Hermans veel geleerd, dat is mijn goeroe geweest”. En Reve? Leest hij niet, want hij houdt niet van autobiografie. Wie vindt hij dan wel wat? Cees Nooteboom, een goede schrijver en "een aardige jongen'.

De Nederlandse ministers passeren de revue - Maij Weggen moet geen gele rouge op haar wangen smeren, Dales moet iets aan haar gebit laten doen, Lubbers kleedt zich sjofel voor een miljonair - ja ja, hij houdt ze in de gaten. De schrijver spreekt zich uit over de meest uiteenlopende onderwerpen (frietjes, het Nederlands, de superioriteit van Frankrijk, de oorlog in Joegoslavië, de steensoort van een balustrade), waarbij hij om een of andere reden beslist niet rustig op één plek mag blijven zitten, wat het praten er niet makkelijker op maakt.

Over ernstige onderwerpen spreken doet Hermans liever niet. Gierend van het lachen vertelt hij over vooroorlogse koninklijke rijtoeren maar over de oorlog zelf is hij zwijgzaam. Dan wordt hij stil en in zichzelf gekeerd en mompelt: “Dat is allemaal erg triest.” En tegen het einde van het programma, als het gaat over postume roem, flapt hij er ineens uit: “Ik wil ook niet zo graag nog erg lang leven.” Oh nee? vraagt Postema. Hermans mompelt wat terug “Nee.. het wordt een beetje vervelend...nee...” - en gaat dan weer over op iets waarover hij zich met enige inspanning kan opwinden.

Aan het eind van het programma krijgt Koos Postema complimenten: “diep en krachtig en serieus” was het allemaal geweest. Hm. Interessant was het in ieder geval wel.