Onzekerheid kwelt exporteurs

AMSTERDAM, 15 OKT. Grote onzekerheid kwelt exporteurs. De economische groei in het Westen stangeert, afzet in Oost-Europa komt niet van de grond, en wat het belangrijkste is: er wordt onvoldoende geïnvesteerd in Nederlandse produkten die interessant genoeg zijn voor de exportmarkt.

Om die reden koos de federatie van Nederlandse exporteurs (Fenedex) "Exporteren in financieel onrustige tijden' als thema van haar gisteren gehouden jaarvergadering. En het was er niet alleen de federatie zelf het kommervolle bestaan van de exporteur over het voetlicht bracht. Volgens H.H.M. Groen, voorzitter van de kredietverzekeringsmaatschappij NCM, dient het kabinet de miljarden die het met de gasopbrengsten uit de Dollard en de beursgang van de Koninklijke PTT binnenhaalt te gebruiken voor een exportfonds. Dat zou onder meer de uitvoer naar Oost-Europa moeten bevorderen.

“We hoeven niet de Duitsers te volgen, die 48 miljard mark in Rusland hebben geïnvesteerd, maar we moeten wel éts doen. Anders verliezen we onze positie op een Europese markt van 350 miljoen mensen.”

ABN Amro-bestuurder drs. Th. Meys waarschuwde dat het Nederlandse exportpakket gevoeliger wordt voor conjuncturele schommelingen, omdat driekwart van de export binnen de EG-grenzen blijft. Hij bepleitte, met Groen, meer export naar niet-EG-landen. Knelpunt is daarbij echter dat Nederland te weinig uitgeeft aan onderzoek en ontwikkeling, aldus Meys. “Straks kunnen we over onze mooie wegen en sporen alleen nog geïmporteerde goederen vervoeren.”

Volgens Meys belijdt Economische Zaken - met de nota "Concurreren met kennis' - wel met de mond dat Nederland alleen zijn welvaart kan behouden als het technologisch innoveert, maar valt van die opvatting in de Miljoenennota niets terug te vinden. “Volgend jaar is 250 miljoen gulden voor kennisinfrastructuur gereserveerd, terwijl voor de komende jaren 7 miljard gulden wordt uitgetrokken voor "fysieke' infrastructuur.”

Volgens de ABN Amro-bestuurder is het perspectief op korte termijn voor export nog wel gunstig. Hij gaat ervan uit dat volgend jaar bij een broos herstel van de buitenlandse conjunctuur de uitvoer met drie procent groeit. Een koersstijging van de Amerikaanse dollar met zo'n tien procent zal, zo verwacht Meys, een extra stimulans zijn.

Hij ziet wel problemen door de duudere gulden, maar meent dat exporteurs daar op de langere termijn toch voordeel van hebben. “Tussen medio 1992 en eind augustus 1993 is de koers van de gulden ten opzichte van de gemiddelde Europese concurrenten met 7,5 procent gestegen. Dat doet pijn. Maar dat mag geen reden zijn om te pleiten ook voor de gulden ruimere marges te hanteren. (..) Op wat langere termijn zullen de gunstige inflatie en renteniveaus in het voordeel van Nederland werken”, aldus Meys.

Het bedrijfsleven zou zich ter wille van de export veel drukker moeten maken om wisselkoersstabiliteit, aldus de bankier. “Het is muisstil. Ik hoor VNO-voorzitter Rinnooy Kan over van alles, maar niet over wisselkoersen. Laat hem bij de les blijven.”

De gisteren benoemde voorzitter van Fenedex, jhr.mr. A.W.G. van Riemsdijk, meent dat de overheid slechts "voorwaardenscheppend' bezig moet zijn. Hij meent dat de Nederlandse exporteurs het zonder steun van de overheid moeten doen en is trots dat zijn federatie geen cent subsidie krijgt.

Hij zoekt de prikkel voor aantrekkende export eerder bij initiatieven van leden. Aan hun marketing valt bij voorbeeld best nog wat te verbeteren: “Harry Mulisch wordt nu ook in Duitsland verkocht en ik geloof niet dat hij de laatste zeven jaar beter is gaan schrijven.”