Nooit gingen de gordijnen open; Uit armoe geschreven roman van Henry Miller

Henry Miller: Moloch, or This Gentile World. Uitg. Harper Collins. Prijs ƒ 49,60.

Leest iemand ooit nog Henry Miller? Als het zo is houdt men het voor mij zorgvuldig verborgen, maar eigenlijk kan ik het me niet best voorstellen als ik zie hoe gedateerd zelfs zijn beste werk nu aandoet. Er zit een tragisch tintje aan die waardering voor de profeet van Big Sur, want je kunt met recht zeggen dat Miller "dubbel gepakt' is door de geschiedenis: zowel door het Puritanisme van zijn eigen tijd en eigen land, waarin zijn werk vele jaren verboden was, als door de libertijnse jaren van daarna, waarin zijn vrijmoedigheid al snel werd ingehaald door andere auteurs die niet zelden interessanter bleken te zijn.

Na Millers dood in 1980 ontdekte zijn biografe Mary V. Dearborn een aantal min of meer voltooide manuscripten in zijn nalatenschap, waarvan in 1991 Crazy Cock als eerste postume uitgave verscheen, een boek dat in de jaren '20 ontstond vanuit de pijnlijke ervaring dat zijn nieuwe vrouw June Smith er een liefdeservaring met ene Jean Kronski op na hield. En nu is daar dan Moloch, dat nog eerder werd geschreven dan Crazy Cock, een boek waarvan de ontstaansgeschiedenis, zoals die verteld wordt door Dearborn, misschien nog wel het interessantst is.

Miller woonde in 1927 in Brooklyn Heights, New York met June en haar minnares. Tijden van bittere armoede waren het, maar o zo pittoresk in retrospectief. Op de vloeren hoopte zich het vuilnis op, de stoelen werden in de kachel opgestookt, de gordijnen gingen nimmer open. Toen de bloedtransfusiedienst zelfs haar bloed niet meer wenste te kopen ging de tweede mevrouw Miller over tot prostitutie: ze entertainde haar mannelijke gasten in het rommelige kamertje, terwijl de toekomstige schrijver in een schuurtje achter het huis kleumend wachtte tot de seksuele en financiële transacties waren afgerond.

Het was in deze functie dat de tweede mevrouw Miller een klant ontmoette die zich slechts als "Pop' zou blijven bekendmaken, en die grif het verhaal wilde geloven dat June een aanstormend literair talent was. Hij gaf haar bovenop haar gebruikelijk honorarium een wekelijkse toelage die het haar mogelijk moest maken zich onbekommerd aan de letteren te wijden. Voorwaarde was dat ze elke week een paar pagina's moest laten zien, en dat deed ze ook: pagina's die door Henry werden geschreven.

En zo ontstond Moloch. Het is het verhaal van Dion Moloch, die in dienst is van de Great American Telegraph Company - een lokatie bij de beschrijving waarvan Miller gebruik kon maken van zijn eigen expertise bij Western Union. Het is niet het enige element waarvoor hij uit eigen ervaring putte - ook in de beschrijving van zijn huwelijk met de onberekenbare Blanche vindt de lezer veel terug van hoe het samenzijn met June moet zijn geweest.

In de beschrijving van Molochs rokkenjagerij en zijn door puberaal superioriteitsgevoel gevoede weerzin tegen het burgerdom en al het andere dat hem niet bevalt herkennen we al veel van de latere Miller, met het verschil dat het hier nog in de derde persoon is opgeschreven, en dat zijn latere saving graces (een zekere picareske humor bijvoorbeeld) hier nog ontbreken. Van een verhaallijn is geen sprake. Integendeel: de verhouding tot Blanche transformeert als door een deus ex machina-ingreep ineens totaal van aard, zo te zien om geen andere reden dan een pathetisch slot mogelijk te maken.

Moeilijk is het voorbij te gaan aan misschien wel het meest in het oog springende element van Moloch en dat is Millers hier wel heel virulente anti-semitisme, dat alle andere anti's nog ruim overtreft. "Als de Duitsers de Chinezen van Europa zijn, dan zijn deze schooiers de luizen en teken van de mensheid', zo mijmert Moloch als hij zijn naar de synagoge drommende stadgenoten bekijkt, een moment waarop "de hele East Side opengaat als een zwerende wond waarin de maden van de corruptie rondkruipen'.

Miller heeft zelf nooit de intentie gehad dit boek te laten verschijnen: hij heeft het manuscript dan ook op meerdere plekken voor zijn latere oeuvre gebruikt, en de verschijning van Moloch heeft dan ook geen andere dan marginale literair-historische waarde. Ik had graag op deze plek "Pop' namens de literaire gemeenschap eeuwige dankbaarheid betuigd voor zijn wat ongewone maar goedbedoelde literaire mecenaat maar vind dat, bij nader inzien, enigszins overdreven.