Ninja-sterren en Uzi's

De minstreel zonder kop. Sprookjes van kinderen. Uitg. Fontein. Prijs ƒ 17,90. Vanaf ca. 10 jaar.

Een paar jaar geleden riep de Universiteit van Utrecht de zogeheten Wetenschapsweek Junior in het leven, een project om leerlingen uit de hoogste regionen van de basisschool kennis te laten maken met de wetenschap. In het kader van het thema "De Omgekeerde Wereld' werd vorig jaar een onderzoek naar sprookjes gedaan: begeleid door een aantal studenten en docenten literatuurwetenschap ging groep 8 van de Pastoor Delteykschool in Werkhoven aan de slag. De leerlingen deden onderzoek naar typische sprookjeskenmerken en schreven allemaal op basis daarvan een sprookje. De resultaten werden onlangs gebundeld in het boek De minstreel zonder kop.

Het zal allemaal wel weer de schuld zijn van de televisie en andere verderfelijke zaken, want ik ken maar weinig sprookjes die zo wreed zijn als deze. Een jongetje dat Verschrikkelijke Hans heet besluit zijn oppas op te hangen, een poppemoeder genaamd Anne Liefje wordt zonder pardon gewurgd door een betoverde pop en van ene Henkvent ("Er was eens een vent en die heette Henkvent') is na zo'n twintig regels niets meer over: eerst wordt er een barkruk op de zijkant van zijn hoofd stukgeslagen, vervolgens krijgt hij een trap van zijn tegenstandster (een heks die op karate heeft gezeten) en bloedt hij helemaal leeg, en alsof dat nog niet genoeg is, schrompelt het lijk van de gekwelde held ook nog eens weg. En dat alles is met de grootst mogelijke koelbloedigheid opgeschreven.

Sprookjes beginnen bijna altijd met "Er was eens' en eindigen bijna even vaak met "En ze leefden nog lang en gelukkig'. Dat wisten de leerlingen van groep 8 van de Pastoor Delteykschool natuurlijk al lang toen ze aan het project begonnen. Maar ze leerden ook wat minder opvallende kenmerken van het sprookje: dat er vaak sprake is van extreme tegenstellingen (arm-rijk, mooi-lelijk en vooral goed-kwaad) bij voorbeeld, en dat namen van sprookjesfiguren vaak iets zeggen over hun uiterlijk of over hun karakter. Zo komen we in de bundel de weerzinwekkende griezel Vrattenslijm tegen, een prinsesje dat naar de naam Zonneschijn luistert en elders ene Zoetje, en, in het bijna perfect opgebouwde sprookje "Zangeke en Petros' van Jolanda van Dijk, een ontvoerder die als Slijmbal door het leven gaat.

Maar er zijn ook een Michèle, een Vera, een Karel en een Rob, zoals er ook allerlei elementen zijn die in het klassieke sprookje ontbreken. Auto's bij voorbeeld (Ferrari's, een Porsche, een Formule 1 race-auto), en zakken chips, en een kruimeldief. En in sommige verhalen stuiten we zelfs op Terminator-achtige toestanden, compleet met ninja-sterren en uzi's. In de klassieke sprookjes kon al veel, maar in deze sprookjes kan alles: als een zwangerschap zó voorbij is ("Je krijgt over twee weken een dochtertje'), kun je ook een grasmaaier uit je broekzak halen. Er wordt hier en daar zelfs getornd aan de onzichtbare wetten van het sprookje: niet elke held zegeviert, soms zijn ze zelfs "hartstikke lelijk' (en dat blijft ook zo), terwijl een "hele knappe prins' zich juist als een schurk ontpopt, want hij mishandelt zijn vrouw.

Technisch gesproken kleven er nogal wat mankementen aan de verhalen. Sommige zijn zelfs ronduit warrig, terwijl in andere weer slordig met de tijden wordt omgesprongen. Er is natuurlijk wel wat voor te zeggen (veel, volgens sommigen) om de hele boel uit respect voor de auteurs zoveel mogelijk intact te laten, maar wat mij betreft had een wat strengere eindredactie geen kwaad gekund: ten slotte wordt van volwassen auteurs ook niet alles gepikt.

Wat desondanks De minstreel zonder kop zo aardig maakt is de bijna onverschillige en daardoor absurde manier waarop veel kinderen hun verhaal vertellen. Het is allemaal vreselijk en bloederig, maar zelfs voor wie heilig gelooft in de tere kinderziel wordt het moeilijk aanstoot te nemen aan al die wreedheden. Deze schrijvers zijn zich (nog) niet bewust van hun publiek: ze schrijven gewoon wat er in ze opkomt, dus van opgelegde leukdoenerij is nergens sprake. Dat levert soms de prachtigste zinnen op, vooral in de dialogen: van het verbaasde "Hé, nou heeft mijn kleine niets gezien' (na een razendsnelle onthoofding) tot "O shit, (-) die zwerver is dood. Nou ja. We stoppen hem in die aanhanger en we gaan eventjes wat drinken in dat restaurant daar op de hoek.'