Nieuw hoofdstuk in belangrijkste politieke mysterie van Italië

ROME, 15 OKT. In de zaak Aldo Moro, het belangrijkste politieke mysterie van Italië, is gisteren een nieuw hoofdstuk geschreven met de arrestatie van een van zijn vermeende bewakers en de beschuldiging dat de mafia heeft meegeholpen bij de ontvoering.

In 1978 werd oud-premier Moro, op dat moment voorzitter van de christen-democratische partij en architect van een politiek compromis met de communistische oppositie, ontvoerd en 55 dagen later vermoord door de linkse terreurgroep Rode Brigades. Vier processen zijn hieraan besteed, duizenden mensen hebben getuigd, maar de vraagtekens zijn gebleven.

De christen-democraat Giulio Andreotti was ten tijde van de ontvoering premier. Hij is er eerder dit jaar van beschuldigd de mafia indirect te hebben verzocht een jaar later een journalist te vermoorden die voor hem belastend materiaal over de ontvoering van Moro naar buiten wilde brengen. Het onderzoek in deze zaak loopt nog steeds.

Gisteren kwamen daar twee nieuwe ontwikkelingen bij. In Rome is de veertigjarige Germano Maccari gearresteerd, een man met een strafblad en extreem-linkse sympathieën, maar nooit eerder in verband gebracht met de Rode Brigades. De politie verdenkt hem ervan de vierde bewaker te zijn geweest van Aldo Moro tijdens zijn gevangenhouding. Maccari zou degene zijn die schuilging achter het pseudoniem "ingenieur Altobelli', op wiens naam het appartement in de via Montalcini in Rome stond waarin Moro gevangen werd gehouden. De drie andere bewakers, de Rode Brigadisten Mario Moretti, Prospero Gallinari en Anna Laura Braghetti, zijn in 1983 tot levenslang veroordeeld. De mysterieuze Altobelli was voorgesteld als de echtgenoot van Braghetti. Maccari heeft gezegd niets met de ontvoering van Moro te maken te hebben, maar de politie maakte rond het middaguur bekend de bewijzen te hebben dat hij de vierde man was.

In een andere ontwikkeling heeft een spijtoptant van de 'ndrangheta, de Calabrese versie van de mafia, verteld dat een leider van de 'ndrangheta, Antonio Nirta, heeft meegedaan aan de overval op Moro en zijn escorte, op 16 maart 1978, waarbij Moro's vijf bewakers werden gedood. Mogelijk is Nirta erbij betrokken wegens zijn ervaring. De Calabrees, die wegens een andere veroordeling gevangen zit, is afkomstig uit het dorpje San Luca, waar een mafiabende zit die zich heeft gespecialiseerd in ontvoeringen.

Als deze informatie juist blijkt, zou het niet alleen een nieuwe bevestiging zijn van de contacten die hebben bestaan tussen het linkse terrorisme en de georganiseerde misdaad, maar zou het ook nieuwe vraagtekens zetten bij het optreden van de politie. Nirta was een informant van generaal Francesco Delfino, tot gisteren commandant van de carabinieri in de noordwestelijke regio's Piemonte en Valle d'Aosta en ook afkomstig uit Calabria. Er is vaak gesuggereerd dat de politie in 1978 niet al het mogelijke heeft gedaan om Moro te vinden en sommige tips bewust heeft laten liggen.

Delfino heeft gisteren zijn functie neergelegd na de kennisgeving dat er een justitieel onderzoek tegen hem loopt, waarin hij wordt verdacht van het vernietigen van bewijsmateriaal. Deze beschuldiging staat los van de affaire Moro. Delfino, die zich vaak met ontvoeringen heeft beziggehouden, is bekend geworden als de man die de mafioso Baldassare Di Maggio na een arrestatie in Piemonte aan het praten kreeg en zo de politie op het spoor heeft gezet van Totò Riina, de belangrijkste mafialeider, midden januari gearresteerd.

    • Marc Leijendekker