Moskou verbiedt oppositiebladen

MOSKOU, 15 OKT. De Russische regering heeft gisteren vijftien bladen en een televisieprogamma van de communistische, extreem-nationalistische of fascistische oppositie definitief gesloten. Twee andere bladen, de Pravda en de Sovjetskaja Rossija, mogen pas weer verschijnen als zij van naam veranderen en een nieuwe redactie hebben samengesteld.

Volgens minister van informatie Vladimir Sjoemeiko, die het verbod gisteren uitvaardigde, hebben de betrokken bladen en het Petersburgse televisieprogramma "600 seconden' bijgedragen tot de “destabilisering van de situatie” en hebben ze steun verleend aan de parlementaire opstand van eind vorige en begin deze maand.

Enkele verboden bladen hebben laten weten het verbod juridisch aan te vechten. De hoofdredacteur van de Pravda, Gennadi Seleznev, noemde het verbod “onaanvaardbaar” en zei zich er niet aan te zullen houden.

Door het verbod ziet de Russische oppositie zich beroofd van de mogelijkheid zich voor te bereiden op de parlementsverkiezingen van december. Het blad Izvestija schreef gisteren dat Jeltsin nieuwe maatregelen in het kader van de noodtoestand voorbereidt. Onder de kop "Men dwingt de president de rechten van de mens te schenden' schreef het blad dat wordt gewerkt aan een presidentieel decreet dat voorziet in vergaande veiligheidsmaatregelen, zoals een nieuwe registratie van burgers in hun woonplaats, de controle van passagiers bij het openbaar vervoer, het "verjagen' van mensen die geen geldige verblijfsvergunning kunnen tonen, opheffing van de onschendbaarheid van parelementariërs, rechters en openbare aanklagers als zij worden verdacht van misdrijven, vergaande bevoegdheden voor de politie en andere veiligheidsorganen bij het doorzoeken van gebouwen en de mogelijkheid mensen dertig dagen lang zonder formele aanklacht vast te houden. (Reuter, AFP)