Maij wil winstbelasting van 7,5 pct op mobiele telefonie

DEN HAAG, 15 OKT. De twee aanbieders die straks op het gebied van mobiele telecommunicatie in Nederland zullen opereren, moeten 7,5 procent van hun brutowinst afdragen aan de Staat. Behalve de Koninklijke PTT Nederland gaat het om een tweede, nog aan te wijzen bedrijf.

Dit staat in het wetsvoorstel mobiele communicatie dat minister Maij-Weggen (verkeer en waterstaat) gisteren naar de Tweede Kamer heeft gestuurd. De bedoeling is dat een tweede bedrijf het monopolie van de PTT op digitale mobiele telefonie doorbreekt. De regels van de EG schrijven dat voor. Dit tweede bedrijf zal door middel van aanbesteding worden gekozen. Diverse consortia hebben hiervoor belangstelling.

Het gaat om het Global System for Mobile communications (GSM), een netwerk dat wereldwijd al 1 miljoen abonnees heeft en het mogelijk maakt met mobiele telefoons internationaal te bellen. Het netwerk van de PTT wordt medio 1994 in gebruik genomen; de tweede vergunninghouder biedt zijn diensten naar verwachting in 1995 aan.

Minister Maij-Weggen erkent in haar voorstel dat Nederland in vergelijking met omringende landen op het gebied van de mobiele communicatie achterloopt en acht daarom spoed geboden met de invoering van de wet. Overigens maakt het wetsvoorstel het ook mogelijk dat de PTT concurrentie krijgt bij de andere vormen van openbare mobiele telecommunicatie, zoals semafonie.

De minister rechtvaardigt de winstbelasting van 7,5 procent met het feit dat de markt voor mobiele telecommunicatie slechts beperkt toegankelijk is en de concurrentiestrijd dus betrekkelijk klein. Het komt Maij-Weggen “redelijk voor dat een bescheiden deel van deze voordelen ten goede komt aan de Staat”.