Kinderen over de Bijlmerramp; Zoveel doden is toch niet nodig?

Een gat in mijn hart. Een boek gebaseerd op tekeningen en teksten van kinderen na de vliegramp in de Bijlmermeer van 4 oktober 1992. Uitg. Waanders, 86 blz. Prijs ƒ 19,50

Lisandra Yeanella Dijkhof was de beste vriendin van Ritu Kesharie. Samen speelden ze altijd Anne-Maria-koekoek. Nu kan dat niet meer, want Lisandra is dood. Zij is een van de achttien kinderen die op 4 oktober 1993 omkwamen bij de vliegramp in de Bijlmermeer in Amsterdam. Een vliegtuig stortte toen neer op de flats Kruitberg en Groeneveen. Wat moet je doen als je zoiets gezien hebt? Als je een familielid of een vriendje verloren hebt? Als je huis opeens niet meer bestaat? Het is heel moeilijk om je dat voor te stellen. Maar nu wordt het iets gemakkelijker. Want de kinderen uit de Bijlmermeer hebben een boek gemaakt over de ramp. Op school mochten ze tekenen en schrijven over wat ze gezien en gevoeld hebben. Een deel van hun tekeningen en opstellen zijn door de onderwijzers verzameld en staan nu in het boek Een gat in mijn hart.

De kinderen hebben heel verschillend op de ramp gereageerd. Sommigen zijn boos, zoals Ronny. “Lieve heer, hoe kan zoiets nou gebeuren? In Amsterdam nog wel - en zoveel doden is toch niet nodig!” schrijft hij. Anderen zijn vooral verdrietig. Sanne de Jong maakte daar een gedichtje over: “Soms kan ik niet goed slapen/ Dan moet ik heel erg diep gapen/ Soms heb ik veel verdriet./ Hoe het komt dat weet ik niet./ Tot op de dag van vandaag was alles erg gaaf!/ Maar nu is er een vliegtuig neergestort/ en nu zie ik dat alles anders wordt.” Weer andere kinderen proberen het te vergeten of tot rust te komen. “Ik weet dat het niet gezellig is voor ons en voor jullie”, schrijft Onnie Mercelina. “Maar ja, het leven is hard."

Het boek is opgedragen aan de achttien gestorven kinderen. Hun namen staan voor in het boek. Het zijn uitbundige namen, namen als Graciellea Estella en Gilmar Erequiel. In de Bijlmer wonen kinderen uit veel verschillende culturen, vooral uit Suriname en de Antillen. Volgens de onderwijzers die het boek samenstelden heeft de ramp de verschillende bevolkingsgroepen dichter bij elkaar gebracht. Daar schrijven de kinderen niets over. Maar ze vinden wel dat alle slachtoffers samen herdacht moeten worden in een monument. Ook over de vorm van dat monument hebben de kinderen ideeën. Julio Lionahr wil dat er een gouden vliegtuig komt, Darina Maduro een grote vijver, Jeandrelica Barkmeijer een zwembad. De meeste kinderen willen in ieder geval dat de namen van alle slachtoffers op een monument komen te staan. Zodat ze nooit vergeten worden. En zodat er een plaats is om ze te herinneren.

Ook op school wordt er nog vaak aan de gestorven kinderen gedacht. Er worden kaarsen voor hen gebrand en gedichten gemaakt. Alle kinderen uit de klas van Mereline hebben een broodje hagelslag gegeten omdat Mereline zo van hagelslag hield. Dat heeft de juf of de meester slim bedacht. Want nu zullen de kinderen misschien elke keer als ze hagelslag eten aan Mereline denken. En ook daarom zullen ze haar niet vergeten.

    • Bianca Stigter