Kamer verdeeld over nieuwe opzet bijstand

DEN HAAG, 15 OKT. Binnen de Tweede Kamercommissie die zich sinds maart buigt over de bijstand bestaan grote meningsverschillen over een toekomstige opzet van de bijstand. De speciale commissie-Doelman-Pel (CDA), die na berichten over omvangrijke bijstandsfraude in Groningen en Rotterdam werd ingesteld, moet vóór 1 november rapporteren. De VVD wil voor nieuwe gevallen een verlaging van de uitkeringen voor alleenstaanden, GroenLinks vindt de huidige wet zo slecht nog niet. De andere partijen twijfelen.

Over de uitgangspunten is de commissie, waarin naast Doelman-Pel de Kamerleden Linschoten (VVD), Scheltema (D66), Van Middelkoop (GPV), Kalsbeek (PvdA) en Rosenmöller (GroenLinks) zitting hebben, het wel eens. Bijstandstrekkers moeten meer worden gestimuleerd tot activiteiten en de fraude moet strenger worden bestreden. Maar over de vraag hoe dat moet gebeuren lopen de meningen uiteen.

De commissie-Doelman-Pel heeft de afgelopen weken meermalen vergaderd, gisteren voor het laatst. Volgende week donderdag moeten de knopen worden doorgehakt, met eventueel nog een uitwijkmogelijkheid tot maandag 25 oktober. Vooral over de normuitkeringen lopen de meningen uiteen. Linschoten (VVD) wil het uitgangspunt van het VVD-concept-verkiezingsprogramma - reduceer voor nieuwe gevallen de bijstand voor alleenstaanden tot zestig procent van het minimumloon, zonder toeslagen - eventueel loslaten, “maar dan moet er wel wat tegenover staan”. Het "contractmodel' (“voor wat hoort wat”) staat volgens hem niet ter discussie, maar over de invulling lopen de meningen sterk uiteen.

Het kabinet heeft inmiddels de commissie de wind uit de zeilen genomen. Op 3 september maakte staatssecretaris Wallage (sociale zaken en werkgelegenheid) bekend dat het rijk met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten een “onderhandelaarsakkoord” heeft afgesloten. Dat voorziet in een forse verlaging van de normuitkeringen, om de woon- en leeffraude te beteugelen.

Pag.3: "Schaamlap van omgekeerde bewijslast verandert niets'

Op dit moment doen veel samenwonende bijstandstrekkers zich als alleenstaand voor, zodat ze niet vijftig maar zeventig procent van het minimumloon ontvangen. Volgens het akkoord met de VNG moeten ook alleenstaanden vijftig procent krijgen, met daarop een toeslag voor wie kan aantonen werkelijk alleen te wonen. Nu moeten gemeenten aantonen dat cliënten niet alleen wonen, straks wordt de bewijslast omgekeerd.

De gemeente moet volgens het VNG-akkoord over de hoogte van die toeslag, die maximaal twintig procent van het minimumloon mag bedragen, beslissen. Na een overgangsperiode van drie jaar zouden de kosten van die toeslagen geheel voor rekening van de gemeenten moeten komen. Het Rijk zou dan nog slechts negentig procent van de normuitkering betalen.

Over dit akkoord bestaan binnen de commissie ernstige twijfels. Die twijfel werd gevoed door twee ronde tafelconferenties die de commissie afgelopen zomer belegde, de eerste met wetenschappers en de tweede met mensen uit de praktijk. “Wij zijn er als gemeente als de dood voor dat er onder de schaamlap van 'de omkering van de bewijslast', in feite niets aan de bestaande situatie verandert,” zei de directeur P. Laman van de Sociale Dienst van Rotterdam, tijdens die laatste conferentie, op 24 augustus.

Uit de vertrouwelijke notulen blijkt dat Laman met een eigen oplossing kwam: laat de toeslag afhangen van de activiteiten die de client ontplooit. Daarbij kan het in zijn optie gaan om betaald werk, maar ook om scholing of vrijwilligerswerk. Een soort sociale dienstplicht dus, in ruil voor een uitkering. Wie actief is krijgt zeventig procent, wie thuis blijft zitten zestig of vijftig procent. Het grote voordeel van zo'n opzet is volgens Laman dat je mensen niet straft als ze niets doen, maar beloont als ze wel wat doen. Geen sancties, maar bonussen.

Bovendien zouden bijstandstrekkers, als ze aan hun verplichtingen voldoen, extra verdiensten tot een zeker maximum mogen houden. De armoedeval (“als ik werk hou ik niets over”) kan volgens Laman op die manier worden omzeild. Laman: “Je kunt zeggen: u krijgt geen toeslagen, maar wel de basisuitkering en u mag enkele honderden guldens bijverdienen boven de toeslag die u anders zou krijgen, tot een bepaald maximum. Op die manier kan met twintig uur per week gaan werken. Daarmee wordt het voor bijstandsmoeders wat gemakkelijker om de zorg voor de kinderen te combineren met werk.”

Een sociale dienstplicht die ook vrijwilligerswerk zou omvatten riep overigens bij andere sprekers wel grote vragen op. In de woorden van de Amsterdamse wethouder van Sociale Zaken A. Wildekamp: “Vrijwilligerswerk kies je, omdat je een bepaald soort werk leuk vindt. De overheid kan daarom nooit opleggen dat men verplicht vrijwilligerswerk moet gaan doen. De overheid kan wel stellen: als er geen betaald werk is, zal de overheid dat creëren. Dan kan de banenpool worden uitgebreid. Daar zou ik voor zijn.”

Diverse Kamerleden betwijfelden echter of de sociale diensten dit “maatwerk” zouden aankonden. Ook rezen grote twijfels of meer vrijheid voor de gemeenten - waar Laman en Wildekamp sterk op aandrongen - werkelijk zou leiden tot een betere fraudebestrijding en meer rechtvaardigheid. Linschoten (VVD) zei het aan het eind van de middag zo: “Hoe langer ik de discussie aanhoor, hoe minder ik er ook maar een millimeter vertrouwen in krijg, dat een grotere mate van decentralisatie zal leiden tot een grotere makte van vereenvoudiging.”

Dit temeer omdat inmiddels, op 14 september, de commissie-Van der Zwan, die in maart door Wallage's voorganger Ter Veld was gevraagd om een oplossing voor de fraudeproblemen te vinden, een vernietigend rapport over de bijstand publiceerde. Bij de uitvoering was “de norm zoek”, in minstens één op de vier gevallen werd gefraudeerd en de administratie was een puinhoop.

De commissie-Van der Zwan stelde voor de controle fors te intensiveren, alle uitkeringen met vijf procent te verlagen (prikkel tot activering) en bij een normuitkering van vijftig procent van het minimumloon alleen een toeslag te verstrekken als de feitelijke woonlasten dat rechtvaardigden.

Dit betekent dat de feitelijke bijstandsuitkering met honderden guldens omlaag kan gaan. Dat gaat verschillende Kamerleden die deel uitmaken van de commissie-Doelman-Pel echter te ver. Anders dan de commissie-Van der Zwan, die haar onderzoek beperkte tot dossiers, heeft de commissie-Doelman-Pel wel informatie ingewonnen over de feitelijke situatie van mensen met een uitkering.

Maar als je de normuitkeringen onaangetast laat en tezelfdertijd mensen meer wilt prikkelen tot (al dan niet betaald) werk, dan worden meer sancties onvermijdelijk, en dat is al evenmin een aantrekkelijke gedachte. De VVD wil een strenge aanpak, GroenLinks vindt de huidige bijstandswet zo slecht nog niet. De andere partijen twijfelen, en de verkiezingen komen snel naderbij.