"Het leven is uit die oude CDA-koepels en zuilen'; Kamerlid Nuis over belang van het middenveld voor D66

DEN HAAG, 15 OKT. “Wij maken ons zorgen over de verzwakking van het middenveld, zowel uit het oogpunt van democratie als dat van doelmatigheid.” Het had een zin uit het CDA-verkiezingsprogramma kunnen zijn. Ze staat echter in dat van de ideologische tegenpool van de christen-democraten: D66.

De partij die niet het gezin maar de burger tot hoeksteen van de samenleving verhief, heeft, meer dan in vorige verkiezingsprogramma's, het sociaal weefsel tussen staat en burger ontdekt. De Democraten zorgden daarmee voor het opvallendste nieuws van het ideologisch front in de afgelopen weken.

Van een omslag is geen sprake, wel van een nadere definiëring van de relatie tussen D66 en het middenveld, meent A. Nuis, onderwijs- en cultuurspecialist uit de Tweede Kamer en een van de samenstellers van het D66-program. “De tegenstelling tussen het CDA en D66 over het middenveld was altijd voor de ene helft reëel, en voor de andere helft een misverstand.” Reëel is en blijft dat D66 zich verzet tegen de invloed van de oude koepels en zuilen die een belangrijk deel van de achterban van het CDA vormen. “Daar is het leven uit, maar ze blijven zich wel verzetten tegen bijvoorbeeld de komst van samenwerkingsscholen, terwijl veel ouders die scholen willen”, aldus Nuis. Samenwerkingsscholen zijn een combinatie van openbaar en bijzonder onderwijs.

Misverstand is dat D66 nooit oog zou hebben gehad voor de noodzaak van binding tussen burgers. Nuis verwijst naar de inleiding van het verkiezingsprogramma waar een citaat staat vermeld uit het vorige programma. Dat repte van de “noodzaak van solidariteit in verdraagzaamheid” en “nieuwe samenwerkingsverbanden (-) die weinig gemeen hebben met de vaak zo verstarde zuilen en koepels van het hedendaags middenveld.” Met de nieuwe verbanden doelt D66 op organisaties als Green Peace, Amnesty, consumenten- en patiëntenorganisaties.

Zoals het CDA de kerk, de school en de vakbond beschouwt als instrumenten om die solidariteit (vroeger bij christen-democraten "naastenliefde' geheten) te bewerkstelligen, ziet D66 de nieuwe organisaties als steunpilaren voor de publieke moraal. “D66-ers gebruiken geen termen als naastenliefde: niet trots gaan kakelen als je voor een ander een ei hebt gelegd. We doelen meer op "verlicht eigenbelang'. Abram de Swaan heeft dat in zijn laatste boek Zorg en de Staat mooi beschreven: dat het in het eigen belang van de rijken was om voor de armen te zorgen. Zo voorkwamen ze dat die armen gingen zwerven en de rijken hekken om hun huizen moesten bouwen, zoals nu in de Verenigde Staten gebeurt.”

D66 zoekt niet alleen aansluiting op het publieke debat over burgerzin. De partij heeft zich, meer dan in andere jaren, in haar programma willen richten op de maatschappelijke vernieuwing, zegt Nuis. “We kregen nogal eens het verwijt ons teveel op de politiek te concentreren met bestuurlijke vernieuwing. Daarom leek het ons goed de vernieuwing van de samenleving meer te beklemtonen.”

D66 wil de koepels dan ook niet alleen van de bovenkant te lijf: via overheidsbepalingen (onafhankelijk toezicht, minder vanzelfsprekendheid bij het algemeen verbindend verklaren van CAO's), maar, meer dan vroeger, ook van de zijkant. Door de banden met bestaande organisaties, groeperingen of bewegingen aan te halen moeten die meer met de traditionele organisaties concurreren. Een nieuwe schoolstrijd ligt daarbij op de loer, want net als het CDA beschouwt Nuis het onderwijs als een van de belangrijkste terreinen waar de publieke moraal gestalte krijgt.

Maar ook daarbuiten moet D66 actief zijn. Nuis: “Wanneer je groeit als partij, merk je steeds meer dat er al veel D66ers in het middenveld zitten. Rinnooy Kan bij het VNO is natuurlijk een bekende naam. Maar er zijn ook mensen in de cultuur of de opinievorming zoals Fuchs (directeur Stedelijk Museum, red.). Die wordt nota bene nog geciteerd in het PvdA-programma.” Naast FNV en CNV komt er echter geen DNV, maakt Nuis duidelijk. “Dan gaan we de kenmerken van het oude bestel overnemen, en verandert er nooit iets.”

De vraag blijft hoe de maatschappelijke coalitie van D66 eruit ziet. De rechterlijke macht staat bekend om haar sympathieën voor de Democraten, maar verder? “Vergeet de uitgevers niet”, vult Nuis lachend aan, om meteen daarna duidelijk te maken dat D66 niet op zo'n manier wil denken. “In een bewegelijke samenleving is het riskant om je aan één bepaalde constituency te binden. Als ouders een samenwerkingsschool willen en daarvoor moeten vechten tegen de koepels, moeten wij nadrukkelijker duidelijk maken dat wij achter hen staan. Dan heb je een deel van onze doelgroep te pakken.” Maar ook de patiënten- en milieuorganisaties horen daarbij. “Als politieke partij moet je elke keer weer om de gunst van zulke groepen strijden. Dat is instabieler maar ook aantrekkelijker”, aldus Nuis.

In die concurrentiestrijd heeft D66 bewezen even snel aanhang te kunnen winnen als kwijt te raken. De partij heeft een achterstand vergeleken bij de andere stromingen. CDA en PvdA hebben hun koepels en vakbonden. En de "andere liberalen', die van de VVD, hebben een voorsprong in de wereld van milieu- of liever gezegd natuurorganisaties. Oud-gedienden van die partij zoals Nijpels (voorzitter Wereldnatuurfonds Nederland), Winsemius (voorzitter Natuurmonumenten), Ginjaar (oud-voorzitter Raad voor de Milieuhygiëne), en Vonhoff (voorzitter Natuurbeschermingsraad) hebben invloed waarop D66 alleen maar jaloers kan zijn. Nuis is echter optimistisch: “Dat heeft te maken met de fase waarin je zit als politieke partij. Oud-ministers als Nijpels en Winsemius hebben grote naamsbekendheid. Wij hebben ook mensen in de milieu-sector, maar die zijn niet zo bekend. Nog niet.”

    • Kees Versteegh