Herhalingsoefening van Herman Brusselmans; Het echte leven blijft treurig

Herman Brusselmans: Ex-Minnaar. Uitg. Prometheus, 280 blz. Prijs ƒ 34,90.

Er is een tijd geweest dat Herman Brusselmans voor een fris geluid zorgde in de Nederlandstalige literatuur. Dat was ongeveer een dozijn romans en "essay'-bundels geleden. Brusselmans was toen een baldadige punk die vanuit z'n "beroepsschrijverskamertje' zijn pijltjes richtte op alles wat te veel pretenties had.

Het gif waarin die pijltjes waren gedoopt heette: meligheid. Dat meligheid fris kon zijn, daar had niemand voor Brusselmans op gerekend. Maar wanneer Brusselmans op dreef was, bleek het mogelijk. Vooral de contemporaine literatuur van de lage landen, het schrijverschap en het literaire wereldje waren dankbare slachtoffers.

Brusselmans heeft zijn literaire vandalisme door de jaren heen consequent volgehouden. Daardoor is zijn oeuvre, want daar mag je inmiddels wel van spreken, een soort merkwaardig anti-oeuvre geworden. Een roman van Herman Brusselmans is altijd een anti-roman met een anti-hoofdpersoon. Aangezien de hoofdpersoon de schrijver Herman Brusselmans is, is de hoofdpersoon tevens een anti-schrijver.

Al met al zijn de boeken van Brusselmans eigenlijk één langgerekte infiltratiepoging, met als doel de Nederlandstalige literatuur een spiegel voor te houden en op de kop te zetten. Die baldadige houding heeft ook in Nederland school gemaakt. Jonge schrijvers als Ronald Giphart ("We gaan de Nederlandse literatuur kapot maken') zijn in zekere zin leerlingen van het langharige enfant terrible uit Gent.

Brusselmans is dus een goeroetje geworden met een trouwe schare al dan niet schrijvende fans. Toch is de frisheid van vroeger er al lang af: mensen met een missie hebben de neiging in herhalingen te vervallen en dat geldt ook voor Herman Brusselmans. Zijn nieuwste roman, Ex-Minnaar, is weer uit overbekende elementen opgebouwd. De hoofdpersoon en de stad waarin de roman speelt zijn deze keer naamloos, maar we hebben opnieuw te maken met de doelloze, dronken tochten van de (ex-)schrijver Herman Brusselmans door de stad Gent.

Slechts een paar dingen zijn er veranderd sinds de vorige roman, Ex-Schrijver. De ex-schrijver in Ex-Minnaar gelooft niet meer in God omdat zijn moeder dood is gegaan en hij heeft een motor en een nieuwe vriendin. Maar dat zijn details. Belangrijker is, dat de roman zich weer voor een groot gedeelte afspeelt in de kroeg. Daar laaft de ex-schrijver zich aan whisky-cola en vreselijke gesprekken, en is hij getuige van troosteloze, aangeschoten orgieën.

De ex-schrijver is door zijn televisie-roem het middelpunt van de kroeg, of hij dat nou wil of niet. Getuige zijn buitengewoon agressieve reacties op alle domheid wil de ex-schrijver het niet. En ook weer wel. Want, noteert hij ergens: "Ik heb tederheid nodig in mijn leven. En smerigheid. In die volgorde.' In de kosmos van Herman Brusselmans is dat geen nieuws.

Ook de catering van de tederheid is weer in vertrouwde handen: die van de (overdreven) Grote Geliefde. Bij haar in bed is de boze wereld ver weg. Soms, heel soms, krijgt het leven dank zij haar zelfs betekenis. Na een motorongeluk van de ex-schrijver en zijn geliefde klinkt het: "Eindelijk had ik iets om trots op te zijn! Ik had de val van m'n vrouw gebroken!'

Daarna gaat hij over tot de orde van de dag. Dat wil zeggen: slempen, ouwehoeren, jennen, plezierloze seks en dwarsliggen. Gelukkig wordt hij er niet van. De roman eindigt in een hallucinerende koortsaanval, waarin iets van een breuk met het benauwde leventje van de ex-schrijver doorschemert: "Geritsel in het lieve bed, adem, adem, nooit meer stikken.' Maar ook dat is niks nieuws: Brusselmans hoofdpersoon heeft altijd gedroomd van ontsnapping. En toch vervalt hij in elk boek weer in het oude patroon: enfant terrible, het is een smerig karweitje, maar iemand moet het opknappen.

Na ruim een dozijn van dit soort min of meer gelijkvormige romans begint zich de vraag op te dringen, waarom je Herman Brusselmans zou blijven lezen. We weten nu wel dat literatuur van Brusselmans over het echte leven moet gaan en dat dat echte leven niks dan treurigheid is.

Het antwoord op die vraag luidt: voor de enkele zin, de enkele passage die geen muffe herhalingsoefening is, maar fonkelend en fris. In Ex-Minnaar zijn die op de vingers van een hand te tellen. Een zinnetje als "Ze was alleszins enthousiaster dan iemand ooit zou willen zijn' is er een om op gepaste momenten te citeren.

Ook de passage waarin de ex-schrijver in de kroeg een dronken circusjongen met een tic ontmoet, is van grote absurdistische klasse. Gezamenlijk proberen ze uit te rekenen hoe oud de dieren van het circus in mensenleeftijd zouden zijn. “"Nee, nee,' zei hij, "met vijf moet je vermenigvuldigen. Een hond met zeven, een olifant met anderhalf, een tijger met negen, maar een leeuw met vijf.' ”

Dit zijn pareltjes in een roman die verder uit een herhaling van zetten bestaat. Ze maken vooral duidelijk wat voor prachtige boeken Brusselmans zou kunnen schrijven als hij eens afzag van zijn melige missie.

    • Gertjan van Schoonhoven