Goeden en kwaden

MEN ZAL MAAR als eerzaam burger op een woensdagmiddag aankomen op Rotterdam Centraal Station of op het Stadhuisplein en worden verrast door een veegactie van de politie. Het is de voetbalinterland Nederland-Engeland die zijn schaduwen vooruit werpt en de politie is in actie op grond van een speciale noodverordening van de burgemeester. Slechts een tersluikse doch snelle aftocht kan voorkomen dat de toevallige toeschouwer wordt ingesloten en afgevoerd naar de Van Ghent-kazerne.

Het was woensdag natuurlijk goed mis in Rotterdam met al die losgeslagen supportersgroepen. Loco-burgemeester Vermeulen hanteerde dan ook terecht het instrument van de noodverordening. Die bewees haar effectiviteit, maar zij roept tegelijkertijd vragen op. Er zijn ongetwijfeld onschuldige supporters opgepakt en zelfs voorbijgangers die niets met voetbal te maken hadden. Het is veelzeggend dat politiemensen die aan de acties deelnamen daar zelf ook mee zitten. Natuurlijk begeven mensen zich slechts op eigen risico in de buurt van een rel. Maar als de hele stad tot uitzonderingsgebied wordt verklaard, verliest het toch al niet sterke argument “u was er bij, dus u bent er bij” iedere kracht.

DE WISSELENDE lokaties van het supportersgeweld vormden op zichzelf een moeilijk te betwisten argument voor het afkondigen van de noodverordening. De twijfels van sommige ME'ers onderstrepen dat het element selectiviteit in de training voor grootschalig politie-optreden nog wel wat aandacht kan velen. Maar vooral past zuinigheid met het afkondigen van noodmaatregelen. In het geval van voetbalvandalisme is weliswaar niet de noodverordening maar wel het nauw-verwante noodbevel door de burgemeester zo langzamerhand gemeengoed geworden. Dat valt niet los te zien van de onwil van de voetballerij om bij de tijdstippen van wedstrijden of de begeleiding van supportersstromen een beetje rekening te houden met de buitenwereld, die wel mag opdraaien voor de rekening.

Maar alle ergernis over de arrogantie van het voetbalwereldje neemt niet weg dat het niet goed is wanneer een noodmaatregel zijn exceptioneel karakter verliest. Iedere keer dat hij zijn noodbevoegdheid inzet, neemt een burgemeester het risico op de koop toe dat de goeden met de kwaden lijden. Dat moet uitzondering blijven.