God schilt een appel; Vrolijke roman voor melancholi van Gerrit Krol

Gerrit Krol, Omhelzingen. Uitg. Querido, 251 blz. Prijs ƒ 37,50.

Als zijn voorschrift in het gedicht "Under Ben Bulben' opgevolgd is, staat op het graf van Yeats: “Cast a cold eye/ On life, on death./ Horseman, pass by!” Hoe koud, kun je je afvragen, mag het oog van een schrijver zijn?

De meeste literaire teksten, zo vertelt Krol ons in zijn essay De schrijver, zijn schaamte en zijn spiegels, zijn erg vluchtig. “De diepe indruk die een tekst kan maken op de lezer gaat meestal toch snel voorbij. Het is daarom raadzaam ervoor te zorgen dat de tekst gewicht krijgt, of duur.” Complexiteit, samenhang en emotie, dat zijn de ingrediënten die een roman noodzakelijkerwijs moet bevatten. Om aan te geven wat hij daarmee bedoelt: ergens in zijn eerste boek, De rokken van Joy Scheepmaker, schrijft hij dat die vierkanten van Joys geblokte rokje juist laten zien hoe rond ze daar was.

In zijn nieuwe roman brengt hij zijn program meedogenloos tot uitvoering. Omhelzingen bestaat uit vijftig korte verhalen, vijftig kussen, strelingen, verkrachtingen, aanrakingen en vele andere vormen van omhelzen, uit liefde of met de dood tot gevolg. En het laatste verhaal eindigt met waar het eerste begint. Een parelsnoer van emoties, dat is de nieuwe roman van Krol.

Het is een oud procédé, toegepast door uiteenlopende schrijvers. In Le denier de rêve van Yourcenar is het een muntje van tien lire, betaalmiddel, gift of vondst die de vele personages als door het toeval verbindt. Een beter voorbeeld is wellicht het toneelstuk Reigen van Schnitzler, waarin de hoer met de soldaat, de soldaat met het dienstmeisje, deze met de jonge heer enzovoort de liefde bedrijft tot de graaf met de hoer de kring sluit. Het zijn parabels, deze werken, van eenzaamheid, van machteloosheid, van de ziekte met de slechte prognose die het leven is.

De auteur van Omhelzingen is een welhaast almachtig man. Soms mijmert hij over de grenzen van zijn métier. Zo is hij niet in staat stemmen door elkaar heen te laten horen, zoals een cineast wel vermag. Maar echt te klagen heeft hij niet. Hij laat uiterst onwaarschijnlijke of volkomen onmogelijke gebeurtenissen plaatsvinden. Een prachtig voorbeeld is het verhaal van twee mensen die elkaar vinden omdat ze zich aangesproken voelen door dezelfde astrologische speculatie in de krant.

De auteur grijpt ook herhaalde malen in. “Frank moet nou niet gaan verongelukken”, heet het ergens. “Het heelal is groot, er is ruimte genoeg voor ieder van ons. Zelfs als we op twee plaatsen tegelijk zouden willen zijn, kan dat. Want behalve de ruimte heeft het heelal ook een flinke uitloper in de tijd, die de vorm van een spiraal heeft.” Even later verongelukt er natuurlijk iemand geheel nodeloos.

Want toeval bestaat niet in deze roman die er vol van zit. Elk hoofdstukje is de voorwaarde van het volgende en tegelijk de tegenhanger ervan, een oproep tot vrolijke fantasie gaat over in de evocatie van dorre saaiheid, de verkrachter wordt even later verkracht, de doden komen tot leven. Er zijn veel tegenstellingen in deze roman maar nergens is er een hoger midden waar ze even opgeheven worden. De schrijver wil dat nu eenmaal zo. Lees voor de schrijver: God.

God is een appelschillende meneer. Na het schillen van een appel heeft men een schil die eerst linksom draait en dan rechtsom. Het mes is dezelfde richting gegaan. Zo bestiert God de aarde en zo schrijft Krol zijn boek. Linksom, rechtsom, een kleine quadrille, wat dichterbij, wat verder weg, steeds op dezelfde plaats al wordt er bewogen, gracieus, maar zonder enige hoop.

Melancholici zijn grote lijstenmakers, rubriceerders, indelers. Een rusteloze energie drijft hen, een autonome energie, want de lijst is willekeurig, de indeling wordt verlaten voor een andere, de collectie opgedoekt om een volgende te beginnen. Deze roman van Krol is een roman voor sombermannen. Vrolijk, zeer vrolijk, zoals het dat soort mensen betaamt. Vol fantasie en valkuilen, vol telefoontjes die omstandig informeren naar uw seksleven, vol ontmoetingen met dokters die gek blijken te zijn.

Ach, je zou het een feest kunnen noemen, deze roman. Maar je kent er niemand en de tijd voor kennismaking is veel te kort. En je gaat weg met het zinkende gevoel dat het leven wellicht vanuit onkenbare instantie voorbeschikt is maar voor de toevallige incarnatie ervan zonder zin. Het is de oude truc van Krol. Hij schrijft een boek dat alleen maar oppervlak wil zijn. En het raakt je diep. Ik kan dit boek van harte aanbevelen, maar wel onder het voorbehoud van een gelukkig huwelijksleven en een vaste aanstelling.

Uit: Gerrit Krol, Omhelzingen:

Er is in het dagelijks leven geen weg terug dan de weg vooruit. Wie verlangt naar vroeger, of gelooft in de eeuwige terugkeer der dingen, zal minstens moeten wachten tot het einde der dagen. Ook in een verhaal geldt dat. Maar niet alle dagen worden geteld - in een verhaal. Gemeten naar de gebeurtenissen die in dit boek beschreven staan, duurt de wereld niet langer dan dertig dagen. Maar een laatste dag is er niet, noch een eerste. De beschreven gebeurtenissen zullen oneindig vaak plaatsvinden - voor wie dat wil.

U hebt kunnen lezen hoe Fridi in het koren door boer Groenendijk wordt bemind. Daar heeft ze erg naar uitgezien. Hij ook. Maar er is geen tweede keer. Voortaan zijn ze, zo staat er, “verbonden door een herinnering die bij geen van hen het onbeheerste verlangen opwekte naar een vervolg.” Dat klinkt goed, zo hoort het. Maar toch... Herinnering. Verlangen. Wat moet men met deze gevorkte gevoelens? De vraag is waar de tijd zijn wissels heeft.