First time I met the blues

The first time I met the blues / I was walking down through the woods / he stopped at my house first / and done me all the harm he could. De blinde paniek in de stem die deze regels zingt wordt onderstreept door een verzameling noten die als de midden in de nacht opgeschrikte gasten van een brandend hotel gillend uit de hoogste verdieping van de klankkast van de gitaar springen. Redde wie zich redden kan, is de boodschap van zang en gitaar van Buddy Guy - want zijn versie van Little Brother Montgomery's ”First Time I Met The Blues' staat hier ter sprake - maar er is geen ontkomen aan. The blues got after me / and ran me from tree to tree / you should have heard me begging / Mister Blues don't murder me.

Nergens is het beeld van de als een schaduw van boom tot boom met je meeglijdende vijand beter vormgegeven dan in de film The Predator uit 1987, waarin Arnold Schwarzenegger het als leider van een klein huurleger in de Zuid-Amerikaanse jungle op moet nemen tegen een moordzuchtig wezen waaraan zijn mannen een voor een ten prooi vallen en waarvan de gestalte nauwelijks - alleen als een trillerige verbuiging in de lichtval - van de hem omringende groene chaos van varens, lianen en bladeren is te onderscheiden. De suggestie is dat dit wezen, het verder ongedetermineerde roofier uit de titel van de film, het wezen van de jungle zelf is, dat telkens de vorm aanneemt van de diepste angsten van elk afzonderlijk individu dat erdoor wordt besprongen. In de Griekse mythologie werd de geest van het bos gepersonifieerd door de god Pan, de minst geciviliseerde en meest lichamelijke uit heel het Griekse Pantheon, die elk moment vanachter een boom vandaan kon springen om argeloze voorbijgangers een aan extase grenzende doodsschrik te bezorgen, met zijn uiterlijk dat - bokkepoten, hoeven, hoorns, wolvenoren, penis maat XXL, geitesik en al - model heeft gestaan voor dat van de Christelijke duivel, Gods eigen schaduw. Pan is de god van de paniek - zoals die je bijvoorbeeld kan overvallen wanneer je verdwaald bent in een mid-life crisis.

“Halverwege dit leven dat wij moeten leven / ontwaakte ik diep in een donker bos / waar van het rechte pad geen spoor meer was”, dichtte Dante aan het begin van de Divina Commedia. Andere eeuw, andere planeet eigenlijk, maar hetzelfde enge bos. “Ai! Ik kan er nauwelijks over praten / dat onbehouwen, ruige en onbuigzame bos! / De minste of geringste zucht der herinnering / blaast de angst in mijn bloed weer nieuw leven in.” Regels die begeleid dienen te worden door dezelfde aanzwellende en wegebbende blazers die in ”First Time I Met The Blues' nu eens als een bende motorduivels op Buddy Guy af komen stormen om pas op het allerlaatste moment het stuur om te gooien, en dan weer, zacht als de wind door de takken, meehuilen met de wolven in het bos. Mister Blues kan niet lang meer op zich laten wachten. Wat voor beest gromt er in Dante's jungle?

Een luipaard eerst en dan een leeuw doen hem de richting van een berg op vluchten, maar ver komt hij niet. Dante wordt de pas afgesneden door ”een Wolf / uitgemergeld door de grote honger / diepste oorzaak van veler slavernij / die haar afschuwelijk magere flank verteerde. / Die vreselijke aanblik was mij teveel / overweldigd door pure wanhoop en angst / bleef ik als aan de grond genageld staan / tot alle moed om de berg nog te halen mij in de schoenen was gezakt. / Net als iemand die verzot is op de bezittingen die hij heeft vergaard / en voor wie het moment gekomen is / dat hij alles onherroepelijk kwijt zal raken.' Bij elk verbijsterd woord zie je Dante met blote voeten op een gloeiende steen stappen, waaronder vandaan als hagedissen en schorpioenen de venijnige klanken uit Buddy Guy's gitaar wegschieten. Als Vergilius niet was komen opdagen om hem uit zijn benarde positie te bevrijden en hem via Hel, Vagevuur en Paradijs naar de uitgang te loodsen, was er van de Divina Commedia alleen een single-versie verschenen.

Buddy Guy wordt in de twee en een kwart minuut van ”First Time I Met The Blues' zelfs niet de tijd voor een solo gegund, zodat hij alleen tussen de coupletten door een paar maten heeft om zich, als een onder water in een kist vastgeketende Houdini, door middel van wat wanhopige gitaarinterpuncties uit de boeien van het lied te bevrijden - om telkens tot de ontdekking te komen dat er met de sloten is geknoeid. En dan wordt hij wakker, maar niet uit zijn boze droom. Good morning blues / I wonder what you're doing here so soon / You be's with me every morning, every night and every noon. De blues komt altijd ongelegen en heeft hij eenmaal beet, kom je nooit meer van hem af. Als een hond blijft hij je achternalopen: een hond met tanden als messen, een puntige staart en de schaduw van een mens.

(wordt vervolgd)

    • Roel Bentz van den Berg