Een geheugen in notenschrift

Toneelvoorstelling: Rot is Liefde, solo door Jan Rot. Regie-adviezen: Titus Tiel Groenestege. T/m 16/10 in de Kleine Komedie, Amsterdam, daarna elders.

Jan Rot loopt op sokken. Hij heeft een Perzisch kleedje op de vloer en nog zo eentje aan de muur, wat boeken op de grond (iets over de blues, iets over Indonesië en iets toeristisch over Amerika), een platenspeler en de singles in een harmonika-koffertje, een gitaar, een piano, een accordeon, een handvol liedjes en verhaaltjes - en een theaterprogramma dat dus huiselijkheid wil scheppen. Kom maar langs, luidt het motto, Jan zal zingen, vertellen en plaatjes draaien. Hoor maar, bij binnenkomst staat Roy Orbison al aan.

Twee seizoenen geleden zei Jan Rot het door hem feilloos bezongen popcircuit (Rocker in Holland) vaarwel. De popvocalist werd theaterartiest en speelde in zijn eerste solovoorstelling al zijn bedeesde charmes met succes uit. In zijn tweede programma getuigt hij van die bijval; hij koketteert nu niet alleen met zijn blauwe ogen, maar ook met de geneugten van zijn bekendheid. Zijn liedjes gaan nog steeds over muziek en liefdesverdriet, draaglijk gehouden door een heel precair soort pathos en een poëtische eenvoud die aansluit bij het door hem op muziek gezette Vers van Jan Hanlo: “Op mijn gitaar kan ik zacht een snaar aanslaan / en dan mijn vingers vormen tot een ongewoon akkoord / of laat des avonds langs de door de storm beruiste bomen gaan ...”

Rot bezingt zijn liefdes en de muziek die op elk gedenkwaardig moment bij hem was (“mijn geheugen valt in notenschrift te lezen”), haalt op intieme toon jeugdherinneringen op, vertelt over de lusten en lasten van bisexualiteit. En als het niet allemaal even onderhoudend is, redt zijn vriendelijke, terloopse - en vooruit dan maar: ontwapenende - schuifdeurenpresentatie hem. Als hij praat, straalt hij de rust uit die ieder grapje op de goede plaats zet. In zijn welluidende zangstem heeft hij een snik en desgewenst een klein galmpje. Ik hoor hem graag, de jongen die ooit ontdekte dat er geen God was en dat hij dus beter zelf liefde kon zijn.

    • Henk van Gelder