Een fluit van liefde

Nederland is zijn laatste geloofsartikel kwijt. Tot vorige woensdag was moffenhaat een decreet van de moederbuik. Wie aan de ingezworen opdracht verzaakte deed niet echt meer mee, zeker niet in de artistieke wandelgangen. Meer gepolijste geesten die haatgevoelens als een te gênant primitivisme afwezen, lieten zich toch nog betrappen op een cultus van ongemak jegens Duitsland. Vaak dobberend op een goulash van vette grappen en boosaardige karikaturen over de autoritaire Pruisen. Of nog treuriger: met de destructieve triomfantelijkheid van het Büchmesse-gekakel.

Het recht op moffenhaat is woensdagavond in de Kuip weggefloten door de heer Assenmacher. De Duitse scheidsrechter heeft in z'n eentje het Nederlands elftal als paradijsmythe overeind gehouden. Geen strafschop en geen rode kaart voor Koeman? De blonde libero met de appelwangen zal in zijn leven nog weinig matresses tegenkomen die zo dienend in de liefde zijn. Want dat moet het geweest zijn: liefde! De heer Assenmacher stond niet te fluiten als een debiele rattenvanger. Hij was niet dronken en gaf ook geen slaperige indruk. Zijn beslissing om Koeman vrolijk te laten scoren in plaats van hem naar de kleedkamer te sturen was geen vergissing, het was een daad van insubordinatie jegens het hogere FIFA-gezag. Uit liefde voor Oranje.

Niet Bergkamp, niet Koeman, niet Roy, de weledele heer Assenmacher heeft Nederland in het WK gehesen. Er zijn dus ook goede Duitsers. Zou het kunnen dat Jan Wouters de noblesse van de scheidsrechter tijdens de wedstrijd een beetje had aangescherpt? Tot twee keer toe zag ik de middenvelder als een gedopeerde vleermuis rond Assenmacher scheren. Vloekend uit één mondhoek. Weinig voetballers kunnen zo intelligent schelden als Jan Wouters. Zijn razernij heeft bovendien iets vertederends. Dat komt natuurlijk door die mooie democratenkop. Aan Wouters kun je nog zien dat hij speelt voor vrouw en kinderen, voor een boterham met beleg. Hij oogt als Nobby Stiles die ik in mijn verbeelding ook altijd op de fiets door Manchester zag rijden. Broodtrommeltje onder de snelbinders. Jan Wouters is op weg om een mooi wrak te worden, dat is weinig voetballers gegeven.

Omdat Oranje na Anne Frank de laatste nationale mythe is krijgt het geschenk van Assenmacher aan het Nederlands elftal het karakter van een Wiedergütmachung voor het hele volk. Voetbal, zo is ook deze woensdag gebleken, is nog de enige nationale bedrijvigheid die de romantische getiktheid voor een collectief elan kan provoceren. Oranje als dak van goedmoedig nationalisme. En, gezien de opeenvolgende WK-kwalificaties, in schuilwaarde betrouwbaarder dan God en de politiek. Om met Achterberg te spreken: Nederland heeft weer een vers voor morgen.

Een kleine knieval van Advocaat voor de Duitse scheidsrechter zou niet misplaatst zijn geweest. Maar de getergde bondscoach ontsnapte voor een keer aan zichzelf als een fonteintje van geluk en glorie. Hij wilde niet herinnerd worden aan een strafschop of een rode kaart, hij wilde ook niet terugkijken op het pijnlijke geschutter van Bergkamp. De wraak op Cruijff, Gullit en enkele journalistieke huurdoders smaakte te zoet. Advocaat speelde even voor grote generaal en dat kan hij beter niet doen. Alleen met het optisch bedrog van de onbegrepen schlemiel kan Dickie de boel blijven afbluffen.

Engelsen hebben het monopolie van de vergeestelijking van het noodlot. Nog steeds. De reactie van het team van Graham Taylor op de Koeman-affaire getuigde van een superieure beschaving. De spelers incasseerden de onrechtvaardige beslissing van de scheidsrechter zonder protest en gezeik. Italianen, Fransen en Belgen zouden de Duitser minutenlang in theatrale gramschap hebben belaagd - Engelsen niet. Platt en de zijnen gingen niet eens ostentatief met de handen in de heupen staan. Het was alsof ze het geheim van dit groteske misverstand bij zichzelf zochten. Wonderschoon.

Ook Graham Taylor bleef ridderlijk in het verlies. Hem wacht nu de gehaktmolen van de tabloids. Geen nood, Graham: Ploegsma is alweer op zoek naar een seigneur voor PSV. Toch maar liever met een gentleman dan met een proleet ten onder, riep hij laatst door de telefoon tegen een Brusselse vriend. En het was nog redelijk vroeg in de ochtend toen hij dat zei.

    • Hugo Camps