Druk op Belgische frank fors toegenomen

AMSTERDAM, 15 OKT. In de verslagperiode is de Belgische frank aanzienlijk verzwakt. Tot begin augustus (vóór de oprekking van de EMS-bandbreedtes) kon de frank zich meten met de sterkste munten uit het wisselkoersmechanisme van het EMS. Dit was voornamelijk gestoeld op de goede reputatie van de centrale bank en de verwachting dat aan de nauwe koppeling met de D-mark niet zou worden getornd. De aanleiding voor de initiële verzwakking ontstond mede door ongelukkige uitspraken van de gouverneur Verplaetse en een vlugschrift van een aantal Leuvense economen. Inmiddels heeft de frank de onderste plaats in het wisselkoersmechanisme van het EMS ingenomen, ondanks interventies van diverse centrale banken. De reden is feitelijk de aanzienlijke "hypotheekschuld' van de Belgische economie (op het gebied van overheidsfinanciën, werkloosheid en politieke inertie). De koersval werd verhevigd omdat geen voortgang werd geboekt in de onderhandelingen tussen sociale partners en regering over een sociaal pact. In dit pact zouden afspraken moeten worden gemaakt over de aanpak van de structurele zwaktes (loonkostenniveau, concurrentiekracht, lastendruk enz.). Nu de frank zo sterk onder druk is gekomen, is de discussie weer opgelaaid over de houdbaarheid van de Belgisch-Luxemburgse muntunie en hier en daar zelfs over herinvoering van het dubbele wisselkoerssysteem in België. Met betrekking tot de structurele zwaktes is overigens geen sprake van een exclusief Belgisch probleem. Eerder vond een dergelijke discussie in Italië en Duitsland plaats en thans proberen ook de sociaal-economische geledingen in Spanje tot een vergelijk te komen. Met een akkoord over de komende begroting is daar een eerste stap gezet, waardoor de geleidelijke depreciatie van de peseta tot stilstand is gekomen en de rente kon worden verlaagd.

De gulden kon de toppositie in het EMS handhaven. Slechts de D-mark en het Ierse punt werden in de verslagperiode marginaal sterker ten opzichte van de gulden. Eerstgenoemde valuta wist steun te putten uit de terugbetaling van interventiegelden. Vooral de Franse centrale bank bood om deze reden francs aan voor D-marken, hetgeen voor een deel de depreciatie van de Franse munt verklaart. Toen de Franse minister van financiën Alphandéry bovendien verklaarde dat de concurrentiekracht van Frankrijk door de recente depreciatie van de franc was toegenomen (zijn "zoveelste' uitglijder), ontstond twijfel over het vasthouden aan het "franc-fort-beleid'. Verklaringen, dat een stabiele franc de spil blijft van het Franse monetaire beleid, kon de druk op de franc niet wegnemen.

Ofschoon de uitspraak van het Duitse Hof in Karlsruhe over het verdrag van Maastricht geenszins van betekenis is ontbloot, bleef de uitwerking op de valutamarkt beperkt. Op termijn lijkt de D-mark baat te hebben bij de rechtlijnigheid van de Duitse opperrechters. Impliciet betekent de uitspraak van het Hof dat de D-mark slechts zal worden opgegeven voor een Europese munt met dezelfde "goudgerande' kwaliteit. Om deze kwaliteit te garanderen, is volgens het Hof een strikte toepassing van de toetredingscriteria tot de EMU een noodzakelijke voorwaarde. Omdat dit vanzelfsprekend ook voor Duitsland zelf geldt, wordt de Duitse regering door het Hof uitgenodigd ook in eigen huis (de begroting) orde op zaken stellen. Bovendien betekent het een steun in de rug voor het anti-inflatiebeleid van de Bundesbank. Als logisch uitvloeisel van een dergelijk budgettair en monetair beleid zal de D-mark sterk blijven. Overigens zou ook bij een onverhoopt stranden van het EMU-proces de D-mark (samen met de gulden) haar dominante positie in Europa behouden. Met name de geloofwaardigheid van de Bundesbank (en die van DNB) staat hier borg voor.

Ten opzichte van de belangrijkste valuta's buiten Europa boekte de gulden lichte koerswinst. De opleving van de dollar - als gevolg van de gebeurtenissen in Rusland - bleek kortstondig. Sindsdien beweegt de Amerikaanse munt zich in een nauwe "trading range'; tegenvallende economische cijfers leidden tot een licht verlies, bij meevallende cijfers krabbelde de munt weer op. Ook de yen lijkt voorlopig over het hoogtepunt heen, wat conform is met het rentedifferentieel met Europa en met de stagnerende economie aldaar.

Bron: Economisch Bureau ING Bank