Akkoord over openstelling Japanse rijstmarkt zou nabij zijn

TOKIO, 15 OKT. Hoewel de Japanse regering het glashard ontkent, nemen in Tokio de geruchten toe dat Japan en de Verenigde Staten een deal hebben bereikt over de openstelling van de Japanse rijstmarkt. “Het is absoluut onwaar, ons standpunt is niet veranderd”, zei premier Hosokawa vandaag, maar de Japanse media doen alsof de deal zo goed als beklonken is.

De geruchtenstroom komt uit Genève, waar het secretariaat van de Gatt is gevestigd, uit Washington en uit Tokio zelf. Japan zou ermee hebben ingestemd dat het volgend jaar 4,5 procent van zijn totale rijstbehoefte (10 miljoen ton) invoert, oplopend tot 7,5 procent in het zevende jaar. In ruil daarvoor zou het zes jaar de tijd krijgen alvorens het zijn invoerverbod op rijst geheel zal omzetten in invoertarieven, zo melden de Japanse media. De invoerquota zouden komen bovenop het handvol rijst dat Japan al jaarlijks invoert voor de aanmaak van sake.

De directeur-generaal van de Gatt heeft alle lidstaten gevraagd voor 15 december te beslissen over zijn voorstel om alle invoerverboden in de wereld op te heffen en “zonder uitzondering” over te gaan op tarieven. Tarieven die vervolgens geleidelijk moeten worden afgebroken. Bovendien moet elk land instemmen met een minimum-invoer van drie procent in het eerste jaar (in het Japanse geval 300.000 ton rijst), oplopend tot vijf procent in het zevende jaar.

Japanse onderhandelaars gingen eerder deze week al akkoord met het schrappen van invoerquota voor 20 produkten, zoals zuivelprodukten, en in plaats daarvan invoertarieven te heffen, die vervolgens geleidelijk zullen worden afgebroken. Rijst zat daar niet bij, zo werd gezegd, en premier Hosokawa herhaalde dat vandaag, maar de Japanse media willen het anders doen geloven.

Kortgeleden besloot de Japanse regering uit nood nog dit jaar 250.000 ton rijst in te voeren, omdat de rijstoogst door de koele, natte zomer maar 80 procent van de normale opbrengst oplevert. Dat was een tijdelijke maatregel, aldus de Japanse regering.

    • Paul Friese