Zuid-Afrika draagt volgend jaar zijn laatste kolonie over aan Namibië; In Walvisbaai huilt men twee keer

Walvisbaai is officieel nog een Zuidafrikaanse enclave in Namibië, maar het stadje is al zo vergroeid met Namibië dat de overdracht, op 1 maart 1994, nauwelijks problemen zal opleveren.

WALVISBAAI, 14 OKT. In Walvisbaai huil je twee keer. Bij aankomst, wanneer de desolate aanblik van de Zuidafrikaanse enclave je overvalt. En bij vertrek, wanneer je de hallucinaties van ruimte, veroorzaakt door de zee en de Namibische woestijn, moet achterlaten.

Vooral de eerste tranen uit deze volkswijsheid zijn goed te begrijpen. Rechte straten van oost naar west en noord naar zuid, rijen van identieke pre-fabhuizenmet tuinen van woestijnzand. De dag begint met een deken van grijze mist. 's Middags jaagt de hete wind het zand tussen de kiezen. In het visseizoen dringt de stank van de fabrieken je kleren binnen. Het enige vertier buiten de natuur, zegt een jonge inwoner, is zuipen en daarna iemand in elkaar slaan. Hij wil er nooit meer weg.

Het is moeilijk te geloven dat dit havenstadje aan de Namibische kust, ingeklemd tussen de goudkleurige uitlopers van de woestijn en de ijskoude zee, decennia lang inzet is geweest van een internationale controverse. Binnenkort is dat afgelopen. Zuid-Afrika zal op 1 maart volgend jaar Walvisbaai overdragen aan Namibië. Daarmee komt een einde aan Zuid-Afrika's laatste internationale conflict. En de voormalige Duitse en Zuidafrikaanse kolonie Namibië wordt vier jaar na zijn officiële onafhankelijkheid pas echt onafhankelijk van zijn buurstaat. “Onze droom van jaren is nu uitgekomen: eindelijk worden we één staat”, zegt Nangolo Mbumba, onderhandelaar namens de Namibische regering.

Het tekent de nieuwe verhoudingen in zuidelijk Afrika dat dit mini-dekolonisatieproces vrij geruisloos verloopt. Op 16 augustus zwichtte de Zuidafrikaanse regering voor de eerste vruchten van democratie in eigen land. Het onderhandelingsforum met zwarte partijen besloot onverwacht dat in de regionale indeling van het nieuwe Zuid-Afrika Walvisbaai niet thuishoort. Daarop besloot de regering na jaren van stug vasthouden aan haar laatste koloniale bezit de strategisch belangrijke plaats af te staan aan Namibië. Opgewonden ingezonden brieven in de rechtse pers beweerden dat Zuid-Afrika zijn bezit onder druk van het ANC heeft “verkwanseld”. De 14.000 voornamelijke blanke Zuidafrikanen in Walvisbaai voelden zich overrompeld - ze hadden verwacht dat overhandiging pas na de eerste verkiezingen in hun moederland, volgend jaar april, aan de orde zou komen.

Een actiecomité probeert de gemoederen weliswaar op stoom te houden, maar een maand later lijken de meeste inwoners zich te hebben neergelegd bij het onvermijdelijke. “De enige die geloofden dat Walvisbaai Zuidafrikaans kon blijven waren wat politieke figuren en een paar aanhangers”, zegt Pierre le Roux (32), “maar wie politici gelooft moet zich laten nakijken”. I.J. van den Heever (62) denkt dat hij als Namibisch burger zelfs beter af is. “Eerlijk gezegd heeft de SWAPO-regering het sinds de onafhankelijkheid van Namibië niet slecht gedaan. Onder het ANC verwacht ik in Zuid-Afrika meer problemen. En hier is het niet elke dag moord en doodslag, zoals in Zuid-Afrika. Nee, ik maak me geen zorgen”.

Walvisbaai en Namibië, hoewel gelegen binnen hetzelfde grondgebied, hebben een verschillende koloniale geschiedenis. Na een kortstondige bezetting door de Verenigde Oostindische Compagnie, afgekomen op geruchten over grote hoeveelheden vee en koper, rees Groot-Britannië in 1796 haar vlag in Walvisbaai. Vanaf 1878 was het officieel Brits bezit, ingelijfd bij de Kaapkolonie. Tegelijk riep Duitsland Südwest-Afrika, het huidige Namibië, uit tot haar kolonie. Uiteindelijk zouden beide gebieden toevallen aan Zuid-Afrika: "Zuidwest' als mandaatgebied van de Volkenbond, Walvisbaai als Engelse nalatenschap bij de vorming van de Unie van Zuid-Afrika in 1910.

Het kostte de internationale gemeenschap tientallen jaren om deze knoop te ontwarren. Zuid-Afrika negeerde herhaaldelijk resoluties van de Veiligheidsraad van de VN, waarin de bezetting van Zuidwest-Afrika illegaal werd verklaard en de “reïntegratie van Walvisbaai” in Namibië gesteund. Vanaf 1977 verlegde Zuid-Afrika het bestuur over Walvisbaai van Windhoek, de hoofdstad van Namibië, naar Kaapstad, waarmee het havenstadje formeel onderdeel werd van de Kaapprovincie. Het was een feitelijke annexatie. Bij de onderhandelingen over onafhankelijkheid van Namibië lieten de partijen de kwestie voorlopig rusten, maar het was duidelijk dat alleen het bezit van Walvisbaai Namibië economisch, politiek en militair volledig onafhankelijk zou maken.

Sinds de onafhankelijkheid van Namibië in maart 1990 werd de positie van Walvisbaai steeds kunstmatiger. Het militaire belang nam af, nu Zuid-Afrika geen communistische dreiging vanuit het noorden (Angola) meer te vrezen had en de voormalige Namibische vijanden, Swapo, in Windhoek regeerden. De meeste militairen van de basis bij Walvisbaai keerden terug naar Zuid-Afrika. Douane-posten zijn afgeschaft. De twee regeringen vestigden een gezamenlijke administratie in Walvisbaai.

Het stadje is inmiddels vergroeid met Namibië. De borden boven winkels en kantoren bewijzen het: Namib Times, Namib Liquor en Namib Sanlam. De enclave met ruim 30.000 inwoners, ongeveer gelijk verdeeld over zwart, blank en kleurling, heeft geen typisch Zuidafrikaans karakter, of het moet de in woestijnzand verscholen apartheidserfenis zijn van de twee townships voor zwarten en kleurlingen. Voor telefoonnummers in Walvisbaai zoeke men in het dunne telefoonboek van Namibië (1.4 miljoen inwoners).

Het comité Toekomstactie verzet zich dan ook niet tegen incorporatie, maar wil zo veel mogelijk eruit slepen voor de verontruste Zuidafrikanen. Sommigen koesteren grootste plannen over een "Hongkong-imago' voor Walvisbaai, of een semi-autonoom stadsbestuur, waar Namibië niets voor voelt. Voorzitter Freddie Troost wil de bestaande rechten van de Zuidafrikaanse bewoners behouden zien in de onderhandelingen over de overgave. Salarissen en pensioenen van ambtenaren die overgaan in Namibische staatsdienst moeten gelijk blijven. Zuidafrikanen die willen vertrekken, moeten volledige compensatie krijgen voor hun investeringen.

Hun taal, het Afrikaans, wil het comité behouden zien in Namibië, waar Engels de officiële taal is. De belangrijkste eis is een dubbele nationaliteit. “Er zal hier geen afscheiding komen door revolutie”, zegt Troost realistisch. “Maar we willen op een beschaafde, geordende manier overgaan. De hele gemeenschap hier dreigt te verarmen om tegemoet te komen aan de politieke aspiraties van Namibië. Economisch gezien stelt dat land weinig voor. Namibië is een sneeuwbal op weg naar de hel”.

Namibië wil de belangen van de Zuidafrikaanse burgers respecteren, maar van een dubbele nationaliteit wil zij niets weten. Zuidafrikaanse inwoners kunnen kiezen tussen de Namibische nationaliteit of Zuidafrikaans blijven met een permanente werk- of verblijfsvergunning. “Onze grondwet staat geen dubbele nationaliteit toe. En we zijn niet bereid de grondwet hiervoor te wijzigen”, zegt Mbumba, Namibisch afgevaardigde in het gemeenschappelijk bestuurslichaam. Het zou een precedent scheppen: de Duitse nazaten van kolonisten dertig kilometer verderop in Swakopmund - waar de hoofdstraat Kaiser Wilhelmstrasse heet en de zwarte bediende in de Wurststube de bezoeker keurig een “guten Abend” toewenst - zouden hetzelfde kunnen eisen. “Namibië is een eenheidsstaat, regionaal verdeeld om administratieve redenen. We zijn niet een verzameling steden, die toevallig in één land liggen”.

Met de enige diepzeehaven aan de Afrikaanse westkust tussen de Kaap en Angola als motor, heeft Walvisbaai volgens zakenlieden en politici een grote economische toekomst. Binnenkort beginnen vier consortia met olieboringen voor de kust, die bij gunstig resultaat het stadje een nieuwe industrie kunnen bieden. Als binnen twee jaar de Transcaprivi- en Transkalahari-wegen klaar zijn, wordt Walvisbaai verbonden met een enorm achterland: Botswana, Zambia en Zimbabwe.

Voorlopig blijft de visserij de belangrijkste economische activiteit. Na de plundering van de visgronden in de jaren zeventig en tachtig door buitenlandse vissers kent de Namibische regering nu weer aanzienlijke quota's toe. Visfabrieken in Walvisbaai bouwen nieuwe kades en investeren miljoenen in moderne verwerkingshallen. De industrie heeft zich pragmatisch ingesteld op de toekomst, en is bijna geheel Namibisch geworden.

Havendirecteur kapitein Jens-Dieter von der Fecht tempert het optimisme. De haven draait nu voornamelijk op import van voedselhulp en de export van koper, steeds minder gewild op de wereldmarkt, en vis. Met de oorlog in Angola en de recessie in Namibië en buurlanden, verwacht hij niet snel een boom. “Je wilt de mensen hier niet uit de droom helpen, maar ik zie het niet gebeuren. Het beste voor de haven zou zijn: vrede in Afrika. Dan kan de economie op gang komen, en daarvan kan de haven profiteren”.

De overdracht van Walvisbaai betekent voor de burgers een andere vlag boven het stadhuis en zekerheid over hun status. Niemand verwacht een blanke uittocht. De Afrikaner past zich aan, zoals de Afrikaners in Namibië zich na de onafhankelijkheid hebben aangepast. De eerste boosheid is voorbij, meent burgemeester en transportondernemer J. Blauw, tevens voorzitter van de Nationale Partij ter plaatse. “Ons moederland heeft ons in de steek gelaten onder druk van de wereld. Maar het Zuidafrikaanse volk is de laatste jaren zo vertrapt en vernederd, we zijn wel wat gewend”. De actiegroep praat 'n klomp kak, meent hij, de Walvisbaaier schikt zich. “Zo zijn we hier: overdag maken we ruzie, 's avonds drinken we samen bier bij de vleisbraai. We zullen doorgaan met Namibië. We hebben elkaar nodig”.

    • Peter ter Horst