Vier ton boete tegen bedrijf geëist wegens belastingfraude; WIR-worst en een rein geweten

DEN BOSCH, 14 OKT. Meer dan de lagere school heeft hij niet gehad. Toch leidt mijnheer Balk* in Brabant een bedrijf van zuivelprodukten met zestig man personeel. Hij noemt zichzelf een harde werker. “Mijn kinderen zag ik zo weinig dat ik hun stemmen op een band moest beluisteren. Centen interesseren me niet, alleen om zaken mee te doen. Voor mezelf en mijn gezin heb ik per week maar 500 gulden nodig.”

Als één van 'n groep van zestig mensen stond mijnheer Balk gisteren voor de politierechter mr. E. Gelderman in Den Bosch terecht. De groep wordt verdacht van het innen van de op 29 februari 1988 beëindigde Wet Investerings Regeling (WIR) met behulp van geantedateerde rekeningen en/of het oplichten van de belastingen. Vorige week veroordeelde dezelfde politierechter al een aantal van hen tot geldboetes variërend van 30.000 tot 150.000 gulden.

Op die zaterdag van wat gisteren steevast "het WIR-weekend' werd genoemd, had mijnheer Balk tijdens een zakenreis in Griekenland een telefoontje van de zaak gekregen. In Nederland was uitgelekt dat de WIR op maandag 29 februari zou worden afgeschaft. Dat kwam héél slecht uit, want hij had plannen voor nieuwbouw van zijn bedrijf ter waarde van zo'n zeven miljoen gulden. Daarop kon hij 800.000 gulden WIR-premie krijgen. De grond was al gekocht en een architect had reeds tekeningen gemaakt. Dus moest er snel worden gehandeld.

De boekhouder van het bedrijf en een adviseur - een vriend bovendien - namen na zijn telefonisch goedvinden het heft in handen. Van een aannemer met wie Balk al eerder zaken deed, kregen ze die zondag een blanco velletje postpapier met slechts diens briefhoofd erop. Dat werd mee naar de zaak genomen. Op het velletje schreef de boekhouder dat de firma met de aannemer was overeengekomen dat hij de bouw voor zijn rekening zou nemen.

Vervolgens zette de vriend annex adviseur er een handtekening op die leek op die van mijnheer Balk. En zo ging het hele spul ter vastlegging naar de notaris. Zo moet het in het WIR-weekeinde op meer plaatsen in Nederland zijn gegaan; in totaal zou het om een bedrag gaan van twee miljard gulden dat met behulp van geantedateerde investeringen werd geïnd.

Tot zover leek er niet veel aan de hand. Totdat belastingambtenaren in 1991 het aangiftebiljet voor de vennootschapsbelasting 1988/1989 eens goed onder de loep namen, de Fiscale Inlichtingen- en Opsporingsdienst (FIOD) een inval deed en de zuivelman voor verhoor werd meegenomen naar het politiebureau. “Van de ene op de andere dag was ik een crimineel. Ik loop al anderhalf jaar met mijn lijf vol zenuwen en ik slaap geen nacht. De ware boosdoeners zitten bij het kabinet die eerlijke mensen als ik onverhoeds een loer draaiden. Maar doe met me wat jullie willen ...” Dan breekt de zin af, want zijn gemoed schiet vol.

Politierechter Gelderman stelt zich meer als een zorgzame psychiater dan als een barse jurist op. “Zullen we dan maar een kopje koffie gaan drinken?” Dat is goed. Bij de koffieautomaat veegt mijnheer Balk de tranen uit zijn ogen.

“Gaat het weer een beetje mijnheer Balk?”, vraagt de president bij de hervatting. Het gaat weer. In het proces-verbaal van het verhoor hebben Balk c.s. de feiten bevestigd, maar “als iemand door de FIOD wordt overvallen, is niemand zichzelf meer. Dan worden er zo snel mogelijk verklaringen afgelegd om de FIOD weer het huis uit te krijgen. Bovendien gaat het om zaken van bijna vijf jaar geleden, dus weet je het allemaal niet meer zo precies”, zegt Balk.

Tijdens de hele zitting spuit hij zijn frustraties, ook als hem dat niet wordt gevraagd. “Ik heb aan ontslag van heel het personeel gedacht om mijn bedrijf naar België of Portugal over te brengen. Ik dacht na alles wat me is aangedaan: "Laten ze het in Nederland maar uitzoeken'. Maar dat is toch niet mijn ideaal.”

Wegens belastingfraude eist officier van justitie mr. J. Wasser tegen het bedrijf 400.000 gulden boete en tegen Balk persoonlijk 30.000. Dat is zo ongeveer 75 procent van de schade die Balk de fiscus zou hebben berokkend door de WIR-premie af te trekken van de gemaakte winst. Van een gevangenisstraf ziet Wasser, kennelijk aangestoken door de mildheid van de politierechter, af. De “onverwachte beschikking van het kabinet” om de WIR af te schaffen voert hij aan als verzachtende omstandigheid.

Advocaat mr. J. Römkens acht de dagvaarding nietig omdat in de tenlastelegging iets staat wat zijn cliënt onmogelijk kan begrijpen. Hij acht verder de officier niet ontvankelijk omdat hij vorige week in soortgelijke gevallen schikkingen bedong en omdat “hij als vertegenwoordiger van een overheid, die onbehoorlijk en onrechtmatig bestuurde, onmogelijk mijn cliënt strafbaar kan stellen”.

Volgens de advocaat ging het om zaken die bij zijn cliënt al in de "pijplijn' zaten. “Net zoals bij de KLM of andere grote bedrijven gebeurde, maar die staan hier niet terecht.” En als er dan toch een straf moet volgen, aldus Römkens, dan is 30.000 voor de firma en 10.000 gulden voor mijnheer Balk wel genoeg.

In zijn laatste woord blijft Balk de man die van alles niets begrijpt. “Ik, die al mijn zaken zoveel mogelijk naar eer en geweten doe, mocht in de worst van de WIR bijten. Zou ik die dan daarna hebben moeten uitspuwen? Ik zet nooit meer ergens zo maar een handtekening onder. Was ik in Nederland geweest, dan had ik het zelf allemaal netjes kunnen regelen en dan had ik hier nu niet gezeten als een misdadiger.”

Politierechter Gelderman: “Nou, als een misdadiger beschouwen wij u niet.” Balk: “Jullie wereld, mijnheer de rechter en mijnheer de officier, is een andere wereld. Ik beleef alles anders.”

De uitspraak is over 14 dagen.

* De naam van de verdachte is uit oogpunt van privacy gefingeerd.

    • Max Paumen