V-raad geeft junta Haïti vijf dagen uitstel

NEW YORK/ PORT-AU-PRINCE, 14 OKT. De Veiligheidsraad van de Verenigde Naties heeft de Haïtiaanse militaire leiders vijf dagen de tijd gegeven om hun verzet tegen het democratiseringsprogramma onder leiding van de VN op te geven, voor economische en andere sancties opnieuw van kracht worden.

De Veiligheidsraad besloot gisteren eenstemmig het olie- en wapenembargo tegen Haiti, dat in juni werd afgekondigd maar in augustus werd opgeschort, maandag om middernacht te herstellen wegens de ongeregeldheden van afgelopen maandag, toen gewapende aanhangers van de junta een Amerikaans troepenschip verhinderden aan te leggen in Port-au-Prince. Tevens worden de financiële tegoeden in het buitenland van Haïti's regerende militaire elite dan opnieuw bevroren.

Westerse diplomaten zeiden dat Washington later deze week mogelijk zal aandringen op een marine-blokkade en op een verbod van en naar Haïti te vliegen. Andere leden van de Veiligheidsraad zouden meer tijd willen laten verlopen voor drastischer actie wordt genomen. De Amerikaanse VN-ambassadeur Madeleine Albright kondigde aan dat de VS in elk geval verdere financiële en reis-restricties nastreven tegen individuën die een politieke regeling saboteren.

Een speciale afgezant van de Amerikaanse president Clinton, Lawrence Pezzulo, zou vandaag in Haïti arriveren voor besprekingen met het militaire leiderschap. In een televisievraaggesprek voorspelde hij dat “we tussen nu en maandag beweging zullen zien”. Maar de Haïtiaanse militaire commandant, generaal Raoul Cedras, stelde gisteren juist nieuwe voorwaarden voor zijn medewerking aan het VN-programma, volgens hetwelk hij voor morgen moet aftreden, twee weken voor de gekozen en verdreven president Jean-Bertrand Aristide moet terugkeren.

Generaal Cedras verklaarde bereid te zijn om op te stappen mits het Haïtiaanse parlement eerst een algemene amnestie afkondigt en mits de leden van de VN-macht geen wapens dragen. De VN-eenheid telt 700 militaire technici en instructeurs en 560 politiemannen, die onder andere leger en politie moeten "professionaliseren' en de Haïtiaanse infrastructuur verbeteren. Ze zijn slechts van handwapens voorzien.

De Veiligheidsraad had de sancties tegen Haïti in augustus opgeschort, toen de junta een neutrale premier, Robert Malval, als premier accepteerden. Sindsdien is de toestand echter gestaag verslechterd, met achtereenvolgende moordaanslagen en schendingen van de mensenrechten door Haïtaanse veiligheidsdiensten. Voorlopig dieptepunt vormden de onlusten van maandag, toen gewapende aanhangers van de junta delen van Port-au-Prince bezetten, journalisten in elkaar sloegen en het troepenschip met een VN-eenheid aan boord tegenhielden. (Reuter, AP)