Sweeney Todd: lachen om bloed op het kapperslaken

Voorstelling: Sweeney Todd, musical van Hugh Weeler en Stephen Sondheim. Spelers: Ernst Daniël Smid, Simone Kleinsma, James Hutchinson, Wil van der Meer, Doris Baaten, Bas Groenenberg, e.a. Vertaling: Koen van Dijk. Decor: Tim Northam. Muziek o.l.v. Martin Waddington. Regie: Ken Caswell. Gezien: 13/10 in Luxor, Rotterdam. Aldaar t/m 24/10, daarna elders.

Sweeney Todd was, zoals het in de oorspronkelijke tekst heet, the demon barber of Fleet Street. Voor het eerst spookte hij rond in een negentiende-eeuws feuilleton, gesitueerd in het pre-Victoriaanse Londen, als de barbier die vijftien jaar lang onschuldig gevangen zat en nu terug is om wraak te nemen op de rechter die hem zijn vrijheid, zijn vrouw en zijn dochtertje ontnam. Sindsdien brengt zijn naam in Engeland een siddering teweeg, want Sweeney's wapen was het kappersmes dat hij op de keel van zijn klanten zette - als een serial killer uit de drabbige mist van het oude Londen.

De musical, die in 1979 over hem werd geschreven, is ongetwijfeld de meest "unheimische' musical die ooit werd gemaakt. Stephen Sondheim, de oorspronkelijkste musical-maker van de laatste decennia, bewerkte het melodrama tot een "horror-opera' met een fascinerende rijkdom aan muzikale motieven en tekstuele vindingrijkheid. Als in een Hitchcock-film anticipeert de muziek op het onheil dat in de lucht hangt, en de songs vormen fabelachtige contra-punten in de handeling. Zo ontstaat het idee voor de ultieme misdaad tijdens een puntige wals vol binnenrijmen en cabareteske woordgrappen, en één van de meest lyrische nummers is nota bene een duet tussen de moordenaar en zijn aanstaande slachtoffer. Eén song, Nothing's gonna hurt you, werd ook buiten de show bekend, omdat Barbra Streisand een aangepaste versie op haar repertoire nam, maar het is lang niet de enige waarin Sondheim zijn meesterschap bewijst.

In de Nederlandse versie, die nu in een Joop van den Ende-produktie op tournee is, heet Sweeney de bloedbarbier van Fleet Street - met één weggesmokkelde lettergreep dus, maar op veel andere oneffenheden is de virtuoze, lenige vertaling van Koen van Dijk niet te betrappen. De razend lastige titelrol, die niet alleen huiveringwekkend moet zijn maar ook mededogen dient op te wekken, wordt hier gespeeld door Ernst Daniël Smid. Hoewel zijn bariton straalt en zijn aanwezigheid ontzag afdwingt, is hij een rudimentair acteur die niet veel meer expressie in huis heeft dan de pathetiek van het smartlaptoneel. Ook in enkele kleinere rollen, zoals in die van ex-Forum-zanger James Hutchinson, prevaleert helaas het belcanto boven het personage. In de vrouwelijke hoofdrol slaat Simone Kleinsma, als compagnon in de misdaad, een heel andere toon aan: ze doet vaak koddig en schalks, met heur haar in staartjes als demonische horentjes, en in weerwil van het succes dat ze ermee boekt, mis ik in haar rol de hunkering naar Sweeney's liefde die haar voortdrijft. Samen vormen ze dan ook een minder hartveroverend stel dan ik gehoopt had te zien.

Sweeney Todd wordt hier gespeeld in een overnaturalistisch volkstoneeldecor van nissen, brandtrappen, balustrades en plankieren, en begeleid door een zesmansorkest dat het zonder de oorspronkelijke Sondheim-instrumentatie - met de spannend schurende samenklank van strijkers en houtblazers - moet stellen.

Is alles aan deze Sweeney Todd dan mis? Nee, integendeel: het is een waagstuk om het Nederlandse musicalpubliek, gewend aan geruststellend amusement, een produktie voor te zetten waarin alles continu op scherp staat. En deze enscenering geeft daarvan, ondanks de feilen, een behoorlijk getrouw beeld. Het kost mij alleen grote moeite me los te maken van de ideale, bijna letterlijk adembenemende versie die ik dit voorjaar in Londen zag. Terwijl daar de spanning te snijden was toen Sweeney het dodelijke mes hief, leverde het "grand guignol'-effect van het eerste bloed op het spierwitte kapperslaken hier gisteravond een lach op - weliswaar een ietwat zenuwachtige, maar toch een lach.

    • Henk van Gelder