Stoppen met roken makkelijk voor wie nicotine snel afbreekt

Zoals iedereen weet is, is stoppen met roken een moeizaam gebeuren. Zelfs bij gedegen anti-rook-programma's komt het percentage mensen dat het volhoudt nauwelijks boven de 25%.

Het is nog steeds niet duidelijk wat maakt dat iemand tot de volhouders gaat behoren. Er zijn natuurlijk wel factoren bekend die van invloed zijn: de leeftijd, het geslacht, de familiegeschiedenis (roken de partner of de ouders?), het aantal sigaretten per dag en de hoeveelheid afbraakproducten van nicotine in het bloed (cotininegehalte), om de belangrijkste te noemen. Men is er echter tot nog toe niet in geslaagd daarmee echte "risicogroepen' te onderscheiden. Toch zou dat belangrijke informatie zijn: het maakt een gerichte aanpak mogelijk.

Amerikaanse epidemiologen zijn er onlangs wél in geslaagd subgroepen van rokers te identificeren met een duidelijk verschillende kans op succes (Journal of Clinical Epidemiology, september). Ze gebruikten een op dit gebied nieuwe analyse-methode - een zogenaamde "tree-structured analysis'. Een groep van 265 rokers, die deelnamen aan een anti-rook-programma, werd een jaar lang zorgvuldig gevolgd. De meeste deelnemers rookten voordien meer dan een pakje sigaretten per dag en dat al jaren lang (5 tot 50 jaar lang, 10 tot 80 (!) sigaretten per dag). De kans om weer terug te vallen bleek voornamelijk bepaald te worden door het cotininegehalte in het bloed. De kleine groep mensen met heel weinig cotinine in het bloed (15 ex-rokers, waarvan maar liefst 13 vrouwen) lukte het stoppen prima: 67% rookte na een jaar nog steeds niet. Het gekke was dat deze mensen ongeveer net zoveel rookten als degenen met een hoog cotininegehalte. Een verklaring hebben de onderzoekers niet. Wellicht breken deze mensen nicotine sneller af dan anderen en zijn ze dus in feite minder verslaafd.

Bij de groep met een hóóg cotininegehalte rookten verreweg de meesten alweer binnen enkele weken; gemiddeld hield slechts 15% het een jaar vol. Deze groep kon wel verder onderverdeeld worden naar sekse en leeftijd. Jonge vrouwen brachten het er het slechtst af, die lukte het bijna nooit: onder deze vrouwen (jonger dan 32 jaar) was het succespercentage slechts 4%. Oudere vrouwen deden het iets beter: 17% hield vol. Merkwaardig genoeg lag het bij de mannen precies andersom: 45% van de mannen onder 36 jaar rookte na een jaar nog steeds niet, terwijl bij de oudere mannen (de zwaarste rokers!) 24% volhield. De hoeveelheid sigaretten die er voordien gerookt werd en ook de familiegeschiedenis bleken geen duidelijke invloed te hebben op het eventuele succes.

Het is duidelijk - iets wat we allemaal eigenlijk al weten - dat vrouwen over het algemeen veel meer moeite hebben om te stoppen dan mannen. Dat geldt echter niet als ze een heel laag cotininegehalte in hun bloed hebben. Vrouwen hoeven dus niet bij voorbaat te wanhopen!

    • Bart Meijer van Putten