"Schattige Japanse meisjes' in motorlaarzen veroveren Europa; Supersnazz: rock zonder rompslomp

Supersnazz speelt vanavond in Vera, Groningen. 15/10 in Sleepin/Arena, Amsterdam; 17/10 Paard, Den Haag.

AMSTERDAM, 14 OKT. Japan neemt op muzikaal gebied geen toonaangevende positie in. Evenmin staat het land bekend om het geëmancipeerde gedrag van vrouwen. Dat maakt het des te opvallender dat de Japanse bands die op het moment internationaal iets betekenen, meisjesgroepen zijn. Het afgelopen jaar bracht de opkomst van het vrouwelijke Shonen Knife en gisterochtend landde een nieuw Japans fenomeen op Nederlandse bodem: de vier vrouwen van Supersnazz.

Bezwijkend onder hun gitaren en tassen met kleren stonden Tomoko (bas), Kanako (gitaar), Skinny Minny en Spike (zang) op Schiphol. Hoewel ze grote motorlaarzen dragen, hun Engels voorzien van de nodige "fucks' en "shits' en bij hun eigen optredens vanaf het podium tussen het publiek schijnen te duiken, voldoen de vier verder in alle opzichten aan het beeld van "schattige Japanse meisjes'. Ze maken een dansje als Abba's Dancing Queen voorbijkomt, bestellen een Banana Split in plaats van koffie en lachen beleefd achter hun hand.

Net als Shonen Knife speelt Supersnazz simpele rock 'n roll die ze zelf graag als "punkrock' omschrijven. De vier groepsleden zijn begin twintig en noemen The Ramones, Sex Pistols en The Cramps als hun inspiratie. Alleen bassiste Tomoko heeft zoals ze zelf zegt een "normale' smaak, zij houdt het meest van Neil Young en The Rolling Stones. Nadat Tomoko, Kanako, Spike en Skinny Minny drie jaar geleden een avond in het café hadden doorgebracht, pratend over hun favoriete muziek, besloten ze een band op te richten. Begin 1992 werden ze opgemerkt door de Amerikaanse platenmaatschappij Sub Pop, die vlak daarvoor naam had gemaakt als de ontdekker van Nirvana. Dit jaar verscheen Supersnazz' debuut-cd, Superstupid!. Hij werd opgenomen in slechts vier dagen. “Niet uit geldgebrek, maar als bewuste keuze,” zegt Tomoko. “Zo hoort het met opnemen, vinden we. Snel en direct. We werkten ook maar met een acht-sporenrecorder. Dus dat is wel wat simpeler dan al die groepen die het met vierentwintig of zelfs achtenveertig sporen doen.”

In Japan is de groep niet zo populair. Dat komt omdat ze in het Engels zingen, denken ze. Tomoko: “In Japan is vooral Japanstalige muziek populair, en Amerikaanse groepen zoals Sonic Youth, Mudhoney en Sugar. Maar een Japanse groep die Engels zingt hoeven ze niet. Voor ons was het nooit een vraag: natuurlijk zouden we in het Engels zingen, dat is de taal van de rock 'n roll. Ik luister zelf ook niet naar Spaanse rock als het in het Spaans gezongen is, of naar Duits gezongen muziek.”

Maar ook al klinkt de wilde zang op hun cd inderdaad als Engels, tijdens het gesprek blijkt zangeres Spike de taal niet machtig. Als oplossing werd ooit bedacht dat Tomoko, die met de Amerikaanse manager van de groep is getrouwd, de door Spike in het Japans geschreven teksten in het Engels vertaalde. Op den duur werd deze werkwijze Tomoko te omslachtig en begon ze haar eigen teksten te schrijven. Spike weet dus zelf nauwelijks waar de nummers, met titels als Uncle Wiggly, Papa Oom Mow Wow of Playing my Guitar, over gaan.

Volgens Supersnazz bestaat er in Tokio nog een heel reservoir van bands zoals zij. Teen Generate, Jet Boys en Muddy Frankenstein maken ook "punkrock': simpele, snelle nummers met een ruige gitaar op de voorgrond, zonder al te veel rompslomp en in het Engels gezongen. Maar van het spelen in zo'n soort groep valt in Japan niet te leven. De vier leden van Supersnazz hebben dan ook allemaal parttime werk erbij. Spike is serveerster, Skinny Minny werkt in een foto-winkel en Kanako in een delicatessenzaak. Tomoko heeft haar baan moeten opzeggen toen de groep voor twee maanden in Europa zou gaan touren. Tomoko: “In Tokio is het niet moeilijk weer een nieuw baantje vinden. Maar het zijn wel vieze klussen. Schoonmaken of in de fabriek of iets dergelijks.” Dat ze in hun eigen levensonderhoud kunnen voorzien is voor de groep belangrijk. Gitariste Kanako: “Mijn ouders vinden het goed wat ik doe, ze luisteren ook naar onze plaat. Maar ik weet zeker dat als ik niet mijn eigen geld zou verdienen, ze het een stuk minder zouden vinden.”

Over de beroemde platenmaatschappij Sub Pop is Supersnazz niet erg tevreden. Tomoko: “Ze zijn nu zo beroemd dat ze lui geworden zijn. Aan de promotie van ons en onze plaat doen ze niet zoveel. Toch kiezen we voor een kleine maatschappij, we willen niet bij zo'n kolos zitten.” Dus als David Geffen een miljoen dollar bood voor een volgende cd dan zouden ze hem afwijzen? “Nou, ik zou het nog wel even in overweging willen nemen.”