Rechters verwerpen Vreemdelingenwet

DEN HAAG, 14 OKT. De Haagse rechtbank weigert mee te werken aan de uitvoering van de nieuwe Vreemdelingenwet, die per 1 januari 1994 in werking moet treden. Door deze opstelling komt de invoering van de wet, die de toestroom van asielzoekers beoogt in te dammen, op losse schroeven te staan.

De rechtbank schrijft de Eerste en Tweede Kamer dat zij kwantitatief en kwalitatief niet in staat is het werk te doen dat de nieuwe wet haar oplegt. De Senaat behandelt de wet volgende maand.

De voorzitter van de sector bestuursrecht van de Haagse rechtbank, mr. D. Allewijn, noemt de opstelling van de rechters “een noodgreep”. Normaal overleg met het ministerie van justitie, zegt hij, helpt niet.

Volgens de nieuwe wet moeten alle vreemdelingenzaken worden behandeld door de Vreemdelingenkamer van de Haagse rechtbank, die voor de minder belangrijke zaken onderafdelingen inricht bij vier andere rechtbanken. Per 1 januari zullen de Haagse rechters en de onderafdelingen “zeker niet” in staat zijn de zittingen van principieel belang te behandelen.

“Nu de wetgever het hoger beroep in Vreemdelingenzaken afschaft, zullen wij zaken zeer grondig en vooral, gelet op de rechtseenheid, consistent moeten behandelen. Dat is bij 30.000 zaken een nu niet te klaren klus”, zegt Allewijn. Zijn sector, die uit 25 rechters bestaat, moet zeker met tien magistraten worden uitgebreid.

Het ministerie van justitie zegt vast te houden aan invoering per 1 januari. Rechter Allewijn verklaart dat rechters dan mogelijk overgaan tot het sluiten van een strafkamer of het voorlopig niet behandelen van alimentatiezaken.

Pag.3: Rechters waarschuwen voor chaos

Het Eerste-Kamerlid Van Veldhuizen (PvdA) denkt dat invoering van de nieuwe wet per 1 januari bijna onmogelijk wordt. “Als de praktijk bericht dat een wet niet uitvoerbaar is, moeten wij dat zeer zwaar laten meewegen bij ons oordeel”. Glasz (CDA) wil nader overleg met de rechterlijke macht. VVD-senator Korthals Altes zegt dat de Haagse brief een grote rol zal spelen bij de behandeling van de wet volgende maand. Hij noemt het “een ernstig signaal als individuele rechtbanken zeggen een wet niet te kunnen uitvoeren”.

De Haagse rechters beklemtonen dat hun actie om niet mee te werken aan de nieuwe wet per 1 januari niet komt doordat ze deze “geen sublieme regeling” vinden. “Uit de parlementaire enquête naar de sociale zekerheid blijkt de narigheid voor uitvoeringsorganen bij slechte wetgeving. Het is een kwestie van fatsoen om nu te waarschuwen. Wij houden te veel van onze rechtbank om de zaak uit de klauw te laten lopen.”

De problemen bij de rechtbank worden mede veroorzaakt door de nog lopende reorganisatie van de rechterlijke macht. De rechtbanken zijn dit jaar uitgebreid met een afdeling bestuursrechtspraak die zich bezighoudt met zaken op het gebied van sociale zekerheid, ambtenarenrecht en kort gedingen in vreemdelingenzaken. Per 1 januari komen daar ook de Arob-zaken bij, zaken over vergunningen en subsidies.

De rechtbanken willen behalve extra menskracht op zijn minst een extra voorbereidingstijd van een half jaar. De rechters schrijven dat ook invoering van de nieuwe wet per 1 juni 1994 “wel eens te ambitieus” zou kunnen blijken. Als een soort noodoplossing stellen de rechters voor dat belangrijke zaken eventueel door de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State worden behandeld.

    • Marcel Haenen