Positieve uitstraling

De Ingenieur, 105e jaargang nr 9. Maandblad van het Koninklijk Instituut van Ingenieurs (KIvI) te Den Haag. Jaarabonnement ƒ 175. Postbus 30424, 2500 GK Den Haag. IISN 0020-1146.

""Techniek wordt al snel geassocieerd met smerig en lawaaierig en met saai werk in een onaangename omgeving. Het carrièrebeeld lijkt weinig aanlokkelijk, bovendien heeft werken met de handen nu eenmaal een veel lagere status dan geestelijke arbeid.''

Dat schrijft hoofdredacteur Teye Buma in zijn "ten geleide' in de "jongerenspecial' van De Ingenieur die onder bijna 20.000 VWO-scholieren met een bètapakket wordt verspreid. Buma signaleert dat de belangstelling voor technisch onderwijs juist in perioden van recessie, zoals nu, snel inzakt. Aan de universiteiten scoren technische opleidingen over de hele linie procenten lager ligt dan vorig jaar, de animo voor technisch onderwijs op andere niveaus laat nog meer te wensen over. Een zorgelijke ontwikkeling, zegt de hoofdredacteur, om vervolgens nader in te gaan op een reeks inititatieven om "het ongunstige tij te keren' en het vak "weer een positieve uitstraling bij jongeren' te geven. Ook deze jongerenspecial valt daaronder.

Als je de jeugdige lezertjes zo tobberig toespreekt en de bedoeling er zo dik bovenop legt, lopen ze natuurlijk meteen gillend weg. Trouwens, ook de rest van het blad wekt niet de indruk dat het Koninklijk Instituut van Ingenieurs er echt in slaagt om de kloof met de videoclip-generatie te overbruggen. Nietszeggende koppen ("Je bewust worden van het belang van technologie') en nog nietszeggender zwart-witfoto's versterken het beeld van een stoffige oude-mannenwereld. Zelfs als er eindelijk eens een vrouw aan het woord komt, een Wageningse meteorologe, die een enthousiast en informatief verhaal afsteekt over haar werk als hoofd Operationele Dienst bij Meteoconsult, wordt het artikel weer geïllustreerd met een foto van een man (een weerman, dat wel) en begeleid door een redactioneel introotje dat mensen van hun stoel vallen van verbazing als ze horen dat deze vrouw een heuse ingenieur is. Wat een tactiek!

De jongerenspecial opent met een interview met onze eigen Wubbo Ockels die nog eens terugblikt op de ramp met het ruimteveer Challenger, waarmee hij zelf een jaar eerder de lucht in was gegaan. Deze ruimtevaartrit, zijn enige tot nog toe, leverde hem als eerste Nederlander een bewegend en pratend beeld bij Madame Tussaud op. Hoogwaardige elektronica zorgt voor levensechte bewegingen, aldus het fotobijschrift. Best leuk natuurlijk, alhoewel na de dino's van Jurassic Park wel wat achterhaald.

Ockels, van huis uit kernfysicus, pleit voor meer initiatief, creativiteit en verantwoordelijkheidszin bij de ingenieur. Diens taak verandert nu hij de ingewikkelde berekeningen waarmee hij zich vroeger kon onderscheiden steeds meer overlaat aan de computer. Diezelfde computer, zegt Ockels, kan nog niet eens gewoon leren praten zoals ieder klein kind dat leert en ook op andere terreinen zullen machines zich nooit echt kunnen meten met de mens.

Verder in het blad een streng betoog van een studentendecaan uit Twente, waar men kennelijk niet zit te wachten op ""opportunistische flierefluiters en andere zwakke broeders en zusters uit het VWO.'' Ondanks hele contingenten passieve, louter consumptief ingestelde leerlingen moet het niveau van het propaedeutisch examen in elk geval niet omlaag, vindt Twente. Twintig procent van de studenten hoort eigenlijk niet thuis aan de universiteit en moet daar dus weg.

Anderzijds maakt de maatschappij het de jongeren ook allesbehalve makkelijk. Aangenomen dat de huidige 487 studierichtingen gemiddeld in drie steden worden aangeboden, heb je in theorie 1500 keuzemogelijkheden. Kom daar nog maar eens uit. Hoewel Twente zich erop beroept wat meer dan de andere TU's aandacht te besteden aan raakvlakken van technologie met samenleving en management, zeggen ze er meteen bij, dat aan alle drie de Technische Universiteiten de kwaliteit hoog is. Secundaire studeervoorwaarden, zegt de decaan, gaan dan een woordje meespelen. Zijn woorden worden prompt bevestigd door een studente bouwkunde die verklaart vooral voor Delft te hebben gekozen omdat ze dan mooi bij de Gooische kon blijven hockeyen.

De Ingenieur bevat naast de gebruikelijke bijdragen van de voorlichtingsdiensten van de universiteiten van Eindhoven, Groningen en Wageningen, (maar bijvoorbeeld niet van Delft of Amsterdam) een aantal impressies van mensen-op-de werkplek. Aardgasboringen, satellietcommunicatie, compact discs en hartbewaking, juist zulke onderwerpen zullen scholieren het meest aanspreken, die droge voorlichtingsverhaaltjes krijgen ze toch wel binnen.

Ten slotte is er aandacht voor de studie- en reisfondsen van het KIvI, met impressies van een chemisch technologe die dankzij dit fonds een tijdje naar Virginia kon en een reeks Tips voor de Wereldreiziger: "Kom je in de bush bush terecht, neem dan boeken en spelletjes mee want anders verveel te je te pletter.' En 'Controleer ook of er wel elektriciteit en zo ja, of het wel de hele dag werkt.'

Als volgend jaar geen kip meer techniek wil studeren weten we waar dat aan ligt.

    • Marion de Boo