Onvervalst Rotterdams

“Vroeger hadden ook de havenbaronnen hun eigen, deftige Rotterdams. Nu spreken ze Algemeen Beschaafd Nederlands.” Het Rotterdams is geen dialect meer, maar eerder een "sociolect', vreest Jan Oudenaarden. Na het offensief van het ABN in het midden van deze eeuw spreekt alleen de “lagere sociale klasse” nog onvervalst Rotterdams. Dat is jammer, want het is zo'n mooie, zangerige taal. Heel anders dan dat jankerige Amsterdams of dat keffende Haags.

Jan Oudenaarden kreeg vandaag de Laurenspenning van de gemeente Rotterdam. Hij heeft de cultuurprijs vooral verdiend met zijn boekjes over het Rotterdams: Wat zeggie? Azzie val dan leggie (1984) en De terugkeer van Opoe Herfst (1986). Daarin vindt de lezer ondermeer historische Rotterdamse reclameleuzen ("Vele soorten zijn er/Maar Gilda is fijner'), bijnamen van bruggen, gebouwen en beeldhouwwerken, slang voor spijbelen en krankzinnigheid, haventaal en vloekwoorden ("krijg de vellen'). De boeken verkopen goed, want Rotterdammers blijven onverzadigbaar nieuwsgierig naar hun weggebombardeerde verleden.

Oudenaarden, Rotterdammer, jurist, reiziger, ex-uitzendkracht, ex-waterbouwkundige, ex-slaapwagenconducteur, is een bescheiden man. De "Rotterdammoloog' is lid van het gilde van onbezoldigde stads- en streekhistorici, waarvan in elk Nederlands gemeentearchief wel een exemplaar te vinden is. Soms bezondigt hij zich aan wat amateur-etymologie. Zo herleidde hij het woord "hotemetoot' tot "hatemoto', de leenheren die Japan bestuurden onder de Shoguns. Oudenaarden: “En "bons', bijvoorbeeld in "vakbondsbons', komt ook van het Japanse "bonze'.” Oudenaarden ontdekte ook hoe het van oorsprong Bredase woord meuren over Nederland werd verspreid en van betekenis veranderde. “In Breda, waar de KMA zit, betekende meuren oorspronkelijk alleen "slapen'. Later werd het in de rest van het land ook "stinken'. Wie wel eens op de slaapzaal van een kazerne heeft gelegen, begrijpt hoe die tweede betekenis erbij is gekomen.”

Oudenaardens bronnen zijn de gemeentelijke archieven, vergeten romannetjes, knipsels, brieven van lezers, gespreksflarden op roltrappen en vooral zijn eigen geheugen. In Wat zeggie staan de eigenaardigheden in de uitspraak opgesomd, het gebruik van "verkeerde' lidwoorden, de neiging de klemtoon achterin het woord te zetten en typisch Rotterdams idioom als "echt', "enig' of "eige' ("k heb me eige vergist'). Rotterdammers hebben van oudsher ook de neiging ziektes op elkaar te stapelen - "tyfuskankerteringlijder' - of tot werkwoorden te maken: "tief op', "pleur op'.

De Rotterdamse haven heeft het Nederlands verrijkt met "steenkoolengels', het taaltje dat werd gebezigd bij het uitladen van Engelse kolenboten. "Afnokken' (knock off), "halve zool' (asshole), of "aftaaien' hoewel Tie off nooit werd gebruikt bij het aanmeren van boten, alleen tie on. "Bietskommer' (afgeleid van beachcomber of strandjutter) blijft voortleven in "bietsen' of "bietser'; maar uitdrukkingen als "horrie op' (hurry up) of lekko (let go) worden nog zelden gehoord.

Rotterdam staat bekend om haar vele bijnamen. Oudenaarden: “Een theorie is dat men na het bombardement alles een naam gaf om zich weer thuis te kunnen voelen in de nieuwe stad.” Rotterdammers blijken weinig affiniteit te hebben met moderne kunst. The Hope, het abstracte beeldhouwwerk van Naum Gabo uit 1957 heet kortweg "Het Ding'. De Verwoeste Stad van Ossip Zadkine (1953), heet in de volksmond "Jan Gat'. En de schouwburg van Wim Quist staat bekend als "De kist van Quist'. Journalisten, ambtenaren en architecten proberen de volksmond vaak voor te zijn. Zo noemde architect Carl Weeber zijn wooncomplex op Zuid zelf "De Peperclip', een samenvoeging van "paperclip' en A. Peper, zojuist burgemeester van Rotterdam geworden. “Vroeger had je de stoomtram naar het zuiden. Omdat er zoveel mensen onder kwamen, sprak iedereen van "de Moordenaar': "Hoe laat vertrekt de Moordenaar?' Met de bovengrondse metro naar de wijk Ommoord gebeuren ook veel ongelukken, dus heet die volgens de kranten nu "de Ommoordenaar'. Maar dat zal iemand uit Ommoord niet snel zeggen.”

Echt of vals, Rotterdams wordt in de komende eeuw nog steeds gesproken, weet Oudenaarden. “De Zeeuwse en Brabantse immigranten gingen vanzelf Rotterdams praten, Marokkanen en Turken nemen het nu over. Kinderen pikken het op, het is besmettelijk.”

    • Coen van Zwol