Net zo gewoon als tandenpoetsen

Het kleuterlokaal zit vol met kinderen en moeders. Er is vandaag zelfs een baby in de klas en achterin spelen wat kleine peuters onverstoorbaar met blokken en Lego. De ogen van de kleuters in de kring zijn verwachtingsvol gericht op de voorleesjuf Herma van de bibliotheek. Maar vooral ook op haar tas. Daar haalde ze de vorige keer leuke dingen uit die met het verhaal te maken hadden.

""Wie van jullie slaapt er met een knuffel'', vraagt ze aan de kinderen en ja hoor, daar komt een lieve, zachte teddybeer te voorschijn. Als ze het prentenboek - over het jongetje dat bijna uit bed wordt gegooid door al zijn knuffels - één keer heeft voorgelezen, tovert ze zelfs een groot laken uit haar tas. Ze spreidt het uit over de grond en begint het verhaal voor de tweede keer te vertellen. Ondertussen mogen de kinderen als beer, schaap, olifant, egel, zebra of aap bij het jongetje onder het laken kruipen.

Er wordt veel gegiecheld, maar de kleuters letten ondertussen ook op. Ze weten van daarnet dat er telkens een beest uit bed valt. Als dat gebeurt roepen ze eerst met z'n allen "Opzij! Opzij!' en daarna volgt een luid "Doingk!'

Ook de moeders die buiten de kring op kleine stoeltjes zitten, zijn bij de les. Ze kijken goed hoe het verhaal wordt voorgelezen, want komende tijd moeten zij het thuis zelf aan hun kinderen gaan vertellen. Alle kleuters krijgen dit prentenboek mee naar huis, pas over tien dagen hoeven ze het terug te brengen. Gedurende die periode staat dit boek ook op school in het middelpunt van de belangstelling. Juf Glenda Jansen doet er met de kinderen allerlei omheen, zoals tekenen, zingen en kleine toneelstukjes met attributen die in het verhaal voorkomen. In zes weken worden op deze manier drie prentenboeken behandeld. De kinderen kennen ze van binnen en van buiten.

Bibliotheekmedewerkster Herma Hoeve is nu voor de tweede keer op bezoek in de kleuterklas van de Multatuli basisschool in de Amsterdamse wijk Bos en Lommer. De bijeenkomsten met de kleuters en hun moeders maken deel uit van "Boekenpret', een door het ministerie van WVC gesubsidieerd leesbevorderingsexperiment.

""Voorlezen zou net zo gewoon moeten worden als tandenpoetsen'', vindt Herma Hoeve. Van allochtone moeders vraag je dan nogal wat, dat realiseert ze zich maar al te goed. Zelf zijn die moeders in veel gevallen zonder boeken opgegroeid. Sommigen van hen kunnen zelfs niet lezen en schrijven. Bovendien beschouwen veel allochtone ouders voorlezen als de taak van de meester of juf. Niet omdat ze het zelf niet wllen doen, maar omdat ze dat vanuit hun eigen achtergrond zo gewend zijn. Opvoeden gebeurt thuis, leren op school. Gevolg is dat veel, normaal intelligente kleuters uit laagopgeleide en allochtone gezinnen met een achterstand op school komen die bijna niet meer valt weg te werken.

Onder het motto dat je kinderen niet vroeg genoeg met boeken, plaatjes en letters in aanraking kunt brengen, is Boekenpret als experiment in vijf steden van start gegaan. Het project richt zich op laaggeschoolde ouders van Nederlandse en allochtone afkomst. Zo probeert men in Tilburg via huisbezoek ouders te bereiken met kinderen van nul tot twee jaar. In Amsterdam worden methodes ontwikkeld om samen met beroepskrachten van consultatiebureaus, peuterspeelzalen en kleuterklassen ouders te bewegen om samen met hun kinderen te lezen. Op al deze lokaties waar jonge kinderen komen worden lees- en luisterhoeken ingericht. Aan ouders wordt uitgelegd dat veel voorlezen de taalontwikkeling van hun kind stimuleert en een positieve invloed heeft op de schoolprestaties.

""Het project heeft een gewaagde doelstelling'', vindt Mieke Hegge, de coördinator van Boekenpret in Amsterdam. ""Het beoogt een gedragsverandering tot stand te brengen bij ouders die zelf geen enkele geschiedenis hebben met het lezen van boeken.''

Als kinderen pas op vierjarige leeftijd voor het eerst met prentenboeken worden geconfronteerd, is de kans dat ze later enthousiaste lezers zullen worden al vrijwel verkeken. Een vrij treurige constatering die leidt tot de conclusie dat al in de voorschoolse periode van alles ondernomen moet worden om ouders en kinderen de lol van boeken en van lezen te laten inzien. Het idee van de "ontluikende geletterdheid' staat centraal in het project Boekenpret. Lang niet alle ouders weten dat bij babies van drie maanden de taalontwikkeling al wordt gestimuleerd als er verhaaltjes worden verteld en er boekjes van stof of dik karton worden aangeboden. ""Het is een groot misverstand dat je kinderen die nog niet kunnen praten, niet voor hoeft te lezen'', zegt Mieke Hegge. Het hoeven ook niet altijd bestaande verhalen uit boeken te zijn, ouders kunnen ook uit hun hoofd vertellen. Te vaak wordt voorlezen nog gezien als een manier om een kind stil te houden, terwijl het volgens Mieke Hegge vooral om de interactie tussen ouders en kinderen gaat. Kinderen moeten juist vragen stellen, geluiden maken of situaties uitbeelden zoals de voorleesjuf met het laken deed.

Moeders die het Nederlands niet machtig zijn of niet kunnen lezen krijgen een bandje mee naar huis waar het verhaal van het betreffende prentenboek in hun eigen taal op te horen is. Het is de bedoeling dat ze lezen en vertellen in de taal die ze het beste beheersen. Daar is de taalontwikkeling van hun kind het meest bij gebaat en bovendien verlaagt dat de drempel om er samen eens gezellig voor te gaan zitten.

Na het voorlezen van het prentenboek in de klas worden de moeders uitnodigd om met Herma Hoeve nog even na te praten over hun ervaringen thuis. Een Turkse kontaktmoeder en een Marokkaanse leraar treden op als vertalers. ""Ik heb het verhaal in het Arabisch en het Nederlands verteld'', zegt een Marokkaanse die voor het eerst met haar kind een boek had gelezen. Ook voor een paar andere moeders was het de eerste keer. Als ze het te moeilijk vonden, schakelden ze de oudere kinderen en de vaders in. ""Je wordt er gek van'', verzucht een van de moeders, ""ik moest dat boek de hele dag voorlezen.'' Hou het leuk, is het advies van Herma Hoeve. Als kinderen te vaak voorgelezen willen worden, spreek dan een vast moment op de dag af. ""Het belangrijkste is dat u en uw kind genieten van het boek.''